Terug naar Ecclesianet.nl

Vincent van Gogh (II)

Het evangelie in het oeuvre van Vincent van Gogh

In het vorige nummer stelde ik dat Vincent van Gogh in zijn schilderijen iets verborg van het Evangelie. Ik wil dat aan de hand van drie schilderijen duidelijk maken. Maar eerst geef ik iets iets door over een aantal basismotieven in zijn werk.

Vincent van Gogh was onder de indruk van de enorme begaafdheid van Rembrandt, die vooral tot uitdrukking komt in zijn spelen met het licht, de techniek van ‘clair-obscur’. Ook in de schilderijen van Van Gogh komen we vaak het licht tegen. Zo beeldt hij in veel van zijn latere schilderijen een zon af. Soms schildert hij zelfs een zon op plaatsen waar die in werkelijkheid helemaal niet te zien is. Ook in het gebruik van de kleur geel valt het thema licht te ontdekken. Daarmee wil hij het licht van de zon symboliseren. Zijn beroemdste schilderijen zijn de stillevens met zonnebloemen. Zonnebloemen hebben als kenmerk dat zij zich keren naar de zon en naar het licht. Hierin ligt voor Vincent van Gogh een boodschap verborgen. Ze zijn voor ons een voorbeeld. Zoals zonnebloemen zich richten op het licht, zouden wij ons moeten richten op God, en op Christus die het licht van deze wereld is.

In een groot aantal schilderijen van Van Gogh komen thema’s voor die met elkaar samenhangen. Vooral in de werken die hij schilderde in het zuiden van Frankrijk. Vaak zien we werken met een korenveld, een zaaier of een veld met koren waarop arbeiders druk bezig zijn met de oogst. Voor Vincent is het geheel meer dan enkel een fraai landschap of agrarisch tafereel. Zaaien en oogsten zijn metaforen voor het begin en het einde van het menselijke leven. De cyclus van geboren worden en weer sterven, waarin ons aardse leven getekend is. Op de een of andere manier was Van Gogh geïntrigeerd door het beeld van de zaaier die het zaad in de akker werpt. Hij heeft het dan ook vele malen geschilderd. Overigens komen we het beeld van de zaaier ook tegen bij andere schilders uit de 19e eeuw. Vincent was geraakt door het schilderij ‘De zaaier’ van Jean-François Millet (1814- 75), dat hij heeft nageschilderd, zoals hij wel meer deed met werken van grote meesters. In 1888 schilderde hij opnieuw een zaaier. Nu met felle kleuren zoals hij vaak deed in zijn laatste jaren. Dit keer schildert hij achter het hoofd van de man een grote zon die daarmee als het ware zijn aureool wordt.

Het tweede schilderij dat ik wil noemen is ‘De opwekking van Lazarus’ uit 1890, het jaar waarin hij overlijdt. Zoals we weten was Vincent een groot bewonderaar van Rembrandt. Als uitgangspunt voor het tafereel neemt hij een fragment uit een ets van deze meester. Vincent geeft er echter een eigen interpretatie aan. In het gezicht van Lazarus zijn trekken van Vincent zelf te herkennen: zijn rossige baard en haar. De Christusfiguur op Rembrandts ets is vervangen door de zon. In de zon en in het heldere geel van de stralen kunnen we Christus herkennen. Ik vermoed dat hij op deze manier iets van het licht van de christelijke hoop over dit schilderij laat vallen.

Ten slotte neem ik u mee naar misschien wel het beroemdste schilderij van zijn hand: ‘De aardappeleters’. Ook hier werkt hij met de clair-obscur techniek. In het geheel van zijn oeuvre geplaatst, valt ook van dit schilderij te zeggen dat er meer aan betekenis in is gelegd, dan een eerste observatie laat zien. Het tafe reel heeft iets van een naturalistische versie van het laatste Avondmaal. De figuur die met de rug naar de kijker is gekeerd, heeft een aureool om het hoofd dat gevormd wordt door de damp die opstijgt van de aardappelen op tafel. De aardappelen zou je kunnen zien als het brood van de eucharistie. De kop koffie in de hand van de arbeider als de kelk in de hand van de priester. Dit alles wordt aangelicht door het schijnsel van de olielamp die boven de tafel brandt en licht werpt op de figuur op de voorgrond.

Als Vincent van Gogh bewust een boodschap in zijn schilderijen heeft willen leggen, dan vraagt het wel een bepaalde manier van kijken om deze te vinden. Je moet weten hoe je moet kijken om de signalen op te vangen. In elk geval is de thematiek van de zon en het licht in veel van zijn schilderijen bewust verwerkt. Veel heeft hij echter aan het interpretatievermogen van de kijker overgelaten. Welke boodschap heeft het licht en de zon in relatie tot de zaaier en de oogst volgens Van Gogh? Is het hoop op eeuwig leven? In elk geval kunnen we zeggen dat hoewel Vincent van Gogh van carrière is gewisseld, van predikant naar kunstschilder, hij het karakter van een domineeszoon heeft behouden1.

Een kind van zijn tijd
De 19e eeuw is het tijdperk van de industriële revolutie. Stoommachines maken het mogelijk productieprocessen uit te breiden en te vergroten. Op het gebied van de elektrotechniek wordt grote vooruitgang geboekt. De olielamp wordt gaandeweg vervangen door de verbeterde elektrische gloeilamp. Nieuwe materialen als gietijzer en staal worden beschikbaar. Paarden en menselijke arbeid worden vervangen door machines. Kleine steden groeien door de komst van fabrieken uit tot grote industriesteden met een eigen arbeidersklasse. Deze ingrijpende veranderingen brachten grote maatschappelijke vraagstukken met zich mee met betrekking tot armoede en arbeidsverhoudingen. Fabrieksarbeiders beginnen zich in deze eeuw te organiseren in vakbonden om te strijden voor betere arbeidsvoorwaarden en omstandigheden in fabrieken en werkplaatsen. De veranderende maatschappelijke sociale verhoudingen hadden niet alleen te maken met slechte arbeidsomstandigheden. De weerstand tegen fabriekseigenaren en directies hebben uiteindelijk ook hun wortels in een andere visie op de ordening van de samenleving. Sinds de Franse Revolutie (1789) is de heersende opvatting dat de manier waarop we onze samenleving ordenen, niet gebaseerd op een van God gegeven structuur in de schepping, maar een kwestie van afspraak. De verhouding tussen werknemer en werkgever bepalen wij met elkaar. Christus en de bijbel hebben op dat terrein niet zoveel meer in te brengen. Tegen deze ontwikkeling in de 19e eeuw heeft Guillaume Groen van Prinsterer (1801-1876) zich hevig verzet. De oorzaak van de veranderende maatschappelijke verhoudingen lag naar zijn mening in het ongeloof. In het loslaten van het geloof in Christus en de Bijbel 2.

Niet alleen op het gebied van de techniek en de ordening van de samenleving was in de 19e eeuw veel te doen. Ook op theologisch gebied veranderde er veel. De Kerk en het christelijk geloof zag zich voor de uitdaging gesteld een antwoord te geven op de ontdekkingen en nieuwe inzichten, die de wetenschappelijke bestudering van de werkelijkheid opleverden. Wetenschappelijk onderzoek legde steeds duidelijker, de grote wetmatigheden die door God in de schepping zijn gelegd, aan de dag. De vraag was nu, hoe die natuurwetten zich verhielden tot de toen gangbare opvattingen in het christelijk geloof. In dit denkklimaat is Vincent van Gogh groot geworden. Daarover in het volgende nummer meer. H.Z. Klink, Ouddorp

Noten

1 Tsukasa Ködera. Vincent van Gogh. Christianity versus Nature. Amsterdam: John Benjamins Publishing Company, 1990, blz. 1-10.

2 A.J. Rasker. De Nederlandse Hervormde Kerk vanaf 1795. Haar geschiedenis en theologie in de negentiende en twintigste eeuw. Kampen: Uitgeversmaatschappij J.H. Kok, 1974, blz. 89-96.