Terug naar Ecclesianet.nl

Tegenweer tegen tirannie en terreur (II, slot)

Dagboek

We laten nu enkele dagboekstukjes volgen van Helmuth von Moltke uit februari 1944. Hij schreef ze in het concentrentatiekamp Ravensbrück:
• “Voor het overige heb ik nog weer in mijn geliefde Jesaja gelezen en ben tot hoofdstuk 40 gekomen. Wat een prachtig en zegenrijk hoofdstuk is dit. Een paar maal heb ik het gelezen en zal dat zeker nog vaker doen. Deze oproep tot preken en om zich te bekeren, deze bewustheid van de mogelijkheid om in God veilig te rusten en om op Hem te vertrouwen, is van grote waarde.”
• “Gisteren heb ik Jesaja uitgelezen en ben met Jeremia begonnen. Ik lees op het ogenblik niet zoveel nieuwe zaken, omdat ik steeds enkele teksten herhaal. De noodzaak daartoe is erg groot, omdat ik zoveel jaren niet meer systematisch in de Bijbel heb gelezen. Het gevolg daarvan is, dat ik verbindingen en betekenissen over het hoofd zie.”
• “Wat mooi, dat ik de Grote Catechismus van Luther nu in mijn bezit heb. Daarnaar heb ik al heel lang uitgezien. Vanmorgen heb ik Jeremia uitgelezen. Het is toch indrukwekkend om te zien, dat mensen elkaar het lijden aandoen. En dat lijden, die vijandschap is veel erger en zwaarder te verduren dan pest en honger, besmettelijke ziekte en sprinkhanen, en wat er verder nog voor verschrikkelijke plagen zijn.”
• “Vanmorgen heb ik over het 4e gebod gelezen en een heerlijke preek van Luther over de plicht van ouders om hun kinderen naar school te sturen. Ten slotte heb ik in Ezechiël gelezen. Vanavond zou Himmler in het kamp op bezoek komen, maar dat is niet doorgegaan.”

Op zaterdag 22 juli, twee dagen na de mislukte aanslag op Hitler, noteert Moltke in zijn geheime dagboek:
• “Buiten heerst er een geweldige onrust en een groot rumoer, want er komt een groot aantal nieuwe gevangenen binnen.” Op 19 augustus wordt zijn status van Schutzhäftling opgeheven, omdat ook zijn naam in verband wordt gebracht met 20 juli1944.

Brieven

Moltke was in zijn cel een onvermoeibaar lezer. Het afwisselen van zijn leesbronnen structureerde de dag. Tot het einde van zijn verblijf in Ravensbrück las hij naast historische, agrarische boeken en literatuur, vooral in de Bijbel en de theologie van Luther.

Moltke las de Bijbel niet alleen om er door gesticht te worden in een uitzichtloze toestand, maar tevens om zijn geloof te doen wortelen in de kennis ervan. Ook wilde hij er de betekenis van doorzien voor het heden, voor de actualiteit. Hij zag de christelijke boodschap als radicaal tegengesteld aan die van de nationaalsocialistische ideologie. De Bijbelse boodschap is het fundament voor een persoonlijke en sociale ethiek. Voor Moltke had het boze, of de boze, in de wereldlijke verlossingsleer van het nazisme, haar historische vorm(kleed) gevonden. Ja, hij zag Hitler als de uitvoerder van de boze, zoals zijn vriend H.B. von Haeften dat later tegenover de bloedrechter Freisler openlijk zou getuigen. Door het lezen en het bidden van de Psalmen putte hij moed voor zijn geloof in deze bange omstandigheden van opsluiting en onzekerheid.

We laten nu enkele gedeelten uit de brieven aan Freya volgen.

Vertrouwen

• “Lieve vrouw, graag wil ik de eerste drie banden van de Verzamelde Werken van Luther kopen. De inhoudsopgave heb ik gelezen en daardoor kreeg ik een sterk verlangen om ze te mogen bezitten.”
• “Wie moeten vertrouwen? Stel je vertrouwen niet op mij. Je kunt alleen op Hem vertrouwen die de bommen zo bestuurt dat ze mij niet raken. Ja, daarbij behoort dat jij ook dan op Hem vertrouwt, als ik eens door een bom zou worden geraakt.”
• “Het menselijke optimisme is in ieder opzicht ijdel. Dat heb ik nu in mijn leven wel geleerd.
• ’s Avonds om 7 uur sloeg ik onnadenkend mijn Bijbel open. Mijn oog viel op Jeremia 11:18 en mijn duim lag bij Jozua 1:9: ‘Zie, Ik heb het u geboden, opdat u getroost en verheugd zult zijn. Verschrik niet en ontzet u niet, want de Heere, uw God, is bij u in alles wat u hebt te doen.’ (Lutherbijbel) Dat heeft mij zo bevestigt in mijn overtuiging dat menselijk optimisme verkeerd is en vertrouwen door het geloof op God, goed.”

Goddeloos

• “Lieve vrouw, het is hier een goddeloos land. Sinds ik hier ben, het is nu de vierde zondag, heb ik nog geen kerkklokken gehoord, hoewel Fürstenberg toch geen klein dorp is. Het grootste lawaai maken de meer dan 100 honden door hun geblaf. Tevens horen we hier tijdens kerktijd, ja, de hele morgen, marsliederen die door de Hitlerjeugd en de kampbewoners worden gezongen. Dat de kerkklokken niet luiden, vind ik vreselijk. Vergeet niet om naar de kerk te gaan. Ik heb ontdekt dat bij het aanhoudend lezen van het Oude Testament één zaak duidelijk is en van grote betekenis. Namelijk, dat het geheel een illustratie is van het eerste gebod. Alle andere geboden zijn ten slotte aanvullend. Van het juiste verstaan van het eerste gebod hangt alles af. En ik verbaas me over mezelf, hoe of het mogelijk is geweest dat ik zoiets voor de hand liggend, totaal over het hoofd heb gezien.”

Genade

• “Nu kom ik terug op Luthers Verzamelde Werk, band 2. Wat gebruikt hij toch een krachtige taal. Het meest spreekt mij van hem aan de ervaren zekerheid, zelfs maar in de geringste maat, van Gods alomtegenwoordigheid. Ik herken iets van Luthers worsteling om de genade van God. Die was voor hem twijfelachtig, omdat hij zich van zijn onwaardigheid bewust was. Met het realistische mensbeeld van Luther ben ik het eens, want leugen, haat, jaloezie, bitterheid, bedrog, onbarmhartigheid, onkuisheid en onrecht verwoesten de menselijke samenleving. Verder lees ik in de apostolische brieven. Het is goed dat ik die als kind heb gelezen en daaruit grote stukken bijna uit mijn hoofd ken. Maar begrepen heb ik ze toen niet. Misschien versta ik ze ook nu nog niet, maar ik ben toch een beetje verder in kennis en begrip gekomen. Vanmorgen vroeg heb ik 1 Korinthiërs 15: 56b gelezen: ‘maar de kracht van de zonde is de wet.’ En dat is me opeens helder geworden. Het betekent dat door de wet, die wij nooit kunnen houden, ons wordt duidelijk gemaakt dat wij voortdurend zondigen. Steeds weer. En als ik merk hoe ik mij daartegen verzet, wordt mij duidelijk, hoe wij minder van dit woord verstaan dan de Korinthiërs. Wij hebben met deze woorden van Paulus grote moeite, hoewel wij beloften en honderd andere hulpmiddelen hebben, die zij nog niet hadden. Alleen Gods genade verlost en geeft moed!”

Opvoeding

• “Nu wil ik ook nog iets zeggen over onze beide jongens. Het pedagogisch klimaat is in de opvoeding van groot belang. Echter, ze behoren ook echt wat te leren. Als eerste de Tien Geboden en het Onze Vader, de geschiedenis van Jezus en de Schepping, Hierna kan men verder zien. Lieve vrouw, je moet bedenken dat deze zaken niet meer op school worden geleerd. Toen ik nog op school zat, kreeg je twee uur godsdienstles. Daar heb ik beslist geen spijt van. Geen mens kan aan een ander het geloof schenken, maar onkunde op dit gebied is, pedagogisch gezien, totaal onmogelijk en enkel verlies. Ten slotte staan er in de Bijbel een overvloed aan mooie geschiedenissen die men behoort te weten. Ik noem er een paar: de torenbouw van Babel, het manna, Izak, David en Goliath, Salomo’s oordeel, Daniël in de leeuwenkuil, Naboths wijngaard en de gelijkenissen van Christus, de wonderbare visvangst van Petrus, de spijziging der 5000, Jona in de walvis, de bruiloft te Kana enz. Wat een rijkdommen.

Hoe Moltke zijn persoonlijke situatie weegt, wordt duidelijker uit een van de vele brieven die hij in het geheim schreef vanuit de gevangenis van Tegel.

Ik citeer een enkel woord uit een brief van 24 oktober1944 aan de diacones Ida Hübner uit Kreisau. Deze ‘zuster’ heeft veel betekend voor de fam. Von Moltke. Helmuth vermoedt dat deze brief haar na zijn dood zal bereiken.

Overgave

• “Gods wegen zijn wonderlijk. Wij mensen hebben geen recht om naar verklaringen daarvan te zoeken. Immers, het zijn Gods wegen en daarom zijn ze goed en rechtvaardig tegelijk. Lees maar eens Jesaja 55: 8 en 9. Daar staat: ‘Want Mijn gedachten zijn niet uw gedachten, en uw wegen zijn niet Mijn wegen, spreekt de Heere. Want zoveel de hemel hoger is dan de aarde, zo zijn ook Mijn wegen hoger dat uw wegen en Mijn gedachten dan uw gedachten.’ Vergeet ook Romeinen 11: 33-36 niet. Daarom, lieve zuster, zijn wij schuldig, om wat voor ons bestemd is, zonder tegenspreken aan te nemen.”
• “Ik sterf voor een goede en rechtvaardige zaak. Ja, voor een zaak waarvoor men zelfs ook bereid moet zijn om zich te laten ombrengen. Met de staatsgreep heb ik helemaal niets te maken. Maar ik ben als een stille zaaier over de akker gegaan, maar dat wil men niet. Het zaad echter, dat ik heb gezaaid, zal niet sterven, maar zal op zekere dag vrucht voortbrengen, zonder dat iemand zal weten, waarvan het zaad komt en wie het gezaaid heeft. Daarom ben ik ook tevreden en kan voor mijzelf niets beters wensen. Misschien zullen zij die ik lief heb, en daar reken ik u ook toe, nut hebben van de vrucht. En misschien is mijn dood vruchtbaarder dan mijn leven ooit zou kunnen zijn. Wij moeten dit alles aan de Here overlaten.”

Uitleiding

En zo stierf, zeventig jaar geleden, de rijke, hoogbegaafde, invloedrijke en adellijke advocaat, graaf Helmuth James von Moltke, om het Woord van God en om het getuigenis van Jezus Christus, de marteldood. Hij werd door de hoogste Duitse rechtbank ter dood veroordeeld vanwege hoogverraad. En de reden daarvan was niet dat hij grootgrondbezitter, jurist of Duitser was, maar christen. Vanwege dat enkele feit moest hij gedood worden.

De reformatorische theologie en haar belijdenissen waren voor hem op zijn levensweg tot zelfstandig geloven en tot het bepalen van een standpunt van verantwoordelijkheid in deze wereld, tot grote steun. Ook las Moltke de Geschiedenis van de ondergang van het Romeinse Rijk van E. Gibbon. De Verzamelde Werken van zijn beroemde militaire voorvader veldmaarschalk Von Moltke waren hem niet onbekend. Kennis van de geschiedenis maakten het hem mogelijk om, na een grondige analyse van de gebeurtenissen, een voorzichtige analogie te maken met het heden. Met aandacht las hij ook Augustinus’ De civitate Dei en zijn Confessiones.

Omgeven door een wereld van kwelling en terreur ontstond in zijn kleine cel in Ravensbrück een geestelijke verzetshaard, waarin Moltke las, dacht en bad. Hij dacht na over wat na de oorlog een alternatief zou zijn tegenover het tiranniek heersende, ideologisch (politieke) systeem. En juist in de moeilijkste omstandigheden heeft hij zijn leven leren zien als een opdracht van God. Zijn geestelijke weerbaarheid was geworteld in het christelijk geloof. En daarom heeft hij willen handelen, waar gewetens- en godsdienstvrijheid, mensenrechten en de democratische rechtsstaat gevaar liepen. Kan hij hierin een voorbeeld zijn voor ons die in een land leven, waar de kerk is gemarginaliseerd en de seculiere politiek is mislukt?

A.B. Goedhart, Leerbroek