Terug naar Ecclesianet.nl

Draag ik vrucht?

Maar er viel ook wat zaad in goede grond, en dat bracht vrucht voort, deels honderdvoudig, deels zestigvoudig, deels dertigvoudig. Mattheüs 13: 8

Het mensdom tot in de grond toe kennende, vond Jezus hier en daar toch een goed en vroom hart, dat zeker in staat was vrucht te dragen, deels honderd-, deels zestig-, deels dertigvoud. Het ik zo’n hart? Ik hoop bij God, dat ik het heb. Draag ik vrucht? Daar heb ik nog nooit iets van gemerkt.

Als iemand mij zou vragen: Noem mij nu eens de een of andere christelijke daad, die jij hebt verricht, dan zou ik moeten antwoorden: “ik weet niet, of ik dat wel kàn.”

Of het dan niet hopeloos met mij gesteld is? Dat heb ik eens inderdaad gedacht. Toen was ik zo wanhopig, dat ik het niet eens voldoende vond om daar met God over te praten. Ik moest mijn hart ook tegenover een mens luchten. En toen ging ik naar een dominee, die ik kende: “Ik geloof niet, dominee, dat het christendom mij ook maar enigszins beter heeft gemaakt.” God zegene die goede predikant. Hij antwoordde mij: “Je weet niet, hoeveel erger het met je geweest zou zijn, als het christendom er níet geweest was.”

En sinds die tijd weet ik, dat je ook een te grote zondaar van je zelf kunt maken. Misschien heb ik toch af en toe iets nagelaten, omdat Jezus mij waarschuwde, en misschien heb ik toch af en toe een daad verricht, die ik alleen maar deed, omdat God haar van mij verlangde.

Kaj Munk (1898-1944)