Terug naar Ecclesianet.nl

Twee van hen waren op weg

En zie, twee van hen waren juist op die dag op weg naar een dorp, zestig stadiën van Jeruzalem verwijderd, genaamd Emmaüs … Lucas 24 vers 13 e.v

Een van de belangrijkste vragen bij dit gedeelte is: wat heeft Christus over het Oude Testament gezegd? Er staat dat Hij spreekt over de Wet, de Profeten en de Psalmen.

Christus zal het ondermeer gehad hebben over Jesaja 53. Maar Hij zal het Oude Testament vooral uitgelegd hebben in de trant van de Hebreeënbrief. Daarin wordt duidelijk dat de oudtestamentische priesterdienst niet afdoende is en het offer dat daarbij gebracht wordt, onvolkomen is. De schrijver ervan maakt duidelijk dat het Oude Testament wacht op vervulling. Er zit een manco, een tekort in de priesterdienst! Dit tekort moet worden vervuld, Hoe? Jezus maakt duidelijk: Het offer en het altaar, waarnaar werd uitgezien, is niet hetzelfde als het stenen altaar in Jeruzalem. Het is mijn lichaam. Dat is het heiligdom. Dat is een nieuwe ordening.

Het is wat de schrijver aan de Hebreeën zegt: De nieuwtestamentische gemeente heeft een hogepriester, die de oudtestamentische hogepriester overstijgt. Hij kan mededogen hebben met onze zwakheden en Hij is verzocht geweest in alle dingen. Een dergelijke hogepriester hebben wij nodig, iemand die zit aan de rechterhand van de troon en de majesteit van God, in de ware tabernakel. Dat is de kern van Jezus’ uitleg. Het is alsof Hij hen zeggen wil: Hoc est corpus meum, Dit is mijn lichaam.

De opgestane Christus heeft hen door het gesprek onderweg en door het breken van het brood ingewijd in het mysterie van Pasen. Dit is fundamenteel. Een nieuw soort denken wordt hier geboren.

Heel wezenlijk is dus het breken van het brood geweest. Niet voor niets wordt bij het vieren van het Avondmaal nog steeds gezegd: “Laat ons onze harten opheffen naar de hemel, waar Christus is, zittende aan de rechterhand van God.” Dat vind je al in het eerste vroeg-christelijke geschriftje, de Didache. Daarin wordt het historische en eschatologische karakter van het Avondmaal heel duidelijk gemaakt. Het is de dankzegging die gevierd wordt. Zoals het brood gebakken wordt uit het graan dat in schuren bijeen wordt gebracht, zo worden wij in het Koninkrijk verzameld. Om die reden wordt God geprezen: “Van U is de heerlijkheid.” Dat is het refrein dat steeds terugkeert.

Wij zijn na de opstanding van Christus niet meer afhankelijk van een tijdelijke verschijning op de berg der verheerlijking. Er is nu een nieuw verstaan van het Oude Testament. In het breken van het brood en het schenken van de wijn als christelijk symbolisch realisme hebben we toegang tot de waarheid gekregen, waarin Christus ons evenals de Emmaüsgangers de overgang laat maken naar de nieuwe bedeling ofwel de transcendente realiteit van het heil.

Transcendent wil dan zeggen: de omzetting van de aardse werkelijkheid in een geheiligde verheerlijking. Het is daarbij niet zo dat de aardse werkelijkheid uit het beeld verdwijnt. Die blijft belangrijk, maar ze is getransfigureerd en geheiligd. Een voorafschaduwing ervan is het gebeuren op de berg der verheerlijking. Zoals Mozes en Elia daar gezien werden, zo waren ze ook ooit op deze aarde. Maar op de berg werden ze gezien niet meer met hun aardse lichaam, maar met hun verheerlijkte lichaam.

Hoe voorzichtig en behoedzaam trekt Christus met de Emmaüsgangers op. De boodschap van de vrouwen is voor de Emmaüsgangers niet genoeg, verslagen als ze zijn door de confrontatie met de harde werkelijkheid van het kruis. Christus zelf moet hen op pastorale wijze genezen en laten verstaan wat de nieuwe werkelijkheid is. Hij stelt zijn vragen pastoraal en pedagogisch, want het zijn verslagen mensen met een groot trauma. Alleen het Evangelie kan hen helpen. Als ze dat begrepen hebben, gaat Hij weer weg. Dan is zijn doel bereikt.

Dat is wel iets om oog voor te hebben ook in onze tijd: de belangrijke rol die religie (ofwel geloof) kan spelen als er sprake is van diepe geestelijke verwonding, die tot depressie kan leiden. Ondanks alle goede bedoelingen wordt dat vaak over het hoofd gezien als er slachtofferhulp nodig is of psychiatrische steun geboden wordt. Er is een belangrijke rol weggelegd voor de Kerk bij zwaar getraumatiseerde mensen. Je kunt als pastor of gelovige hulp bieden aan allerlei mensen door hen met deze stof te verbinden en te werk gaan zoals Christus hier: Hij vraagt eerst en laat deze mensen zich uitspreken, om vervolgens vertellend en uitleggenderwijs dingen te verhelderen om zo tot het meest eigenlijke, de overgang naar de transcendentie, te komen. Als je dan als de Emmaüsgangers Hem ontmoet hebt, is alles anders. Dan wordt het trauma in een heel ander perspectief geplaatst, hetgeen genezing van wonden van de ziel sterk bevordert.

Dr. W. Aalders/ dr. H. Klink