Terug naar Ecclesianet.nl

Waarlijk opgewekt en verschenen!

… en dezen zeiden: De Heer is waarlijk opgewekt en is aan Simon verschenen. Lukas 24: 34

Waarlijk (in het Grieks: ontoos) staat hier en dat heeft veel te betekenen. Voor degenen die op die avond bij elkaar zijn, is dit waarlijk de grote vooronderstelling, het fundament, het a priori van hun hele verdere bestaan geworden. Het begint met de elven, die met nog enkele anderen bij elkaar zijn. Ze zijn vervuld van de dingen die ze hebben meegemaakt. Zodra de Emmaüsgangers binnenkomen, jubelen zij hun al toe: De Heer is waarlijk opgestaan en Hij is aan Simon verschenen. De Emmaüsgangers krijgen de kans niet om zelf iets te zeggen, terwijl het nieuws dat zij komen brengen toch op hun tong brandt.

Kennelijk is Simon van de aanwezigen de eerste getuige geweest. Als de Emmaüsgangers horen van zijn ontmoeting met de Heer, vallen ze in alsof het een koor betrof en vertellen wat hun overkwam.

Er zijn overeenkomsten met wat Simon te beurt is gevalllen, en toch is het anders. Zij waren niet op weg naar het graf of iets dergelijks. Midden in hun bestaan, terwijl ze onderweg waren, ontmoetten ze de Heer. Het was iets waar ze in de verste verte niet op rekenden. Ze werden getroffen door wat Hij zei en deed, terwijl ze eerst in de veronderstelling waren, dat Hij een vreemdeling was. Ze spraken met Hem over wat hen zo zwaar op het hart lag en Hij begon daarop de Schriften uit te leggen. Toen brak er iets van herkenning door, maar het was maar iets. Die stem, die uitleg! Hun harten begonnen te leven. Ze waren brandend en bij de intimiteit van de maaltijd, zo vertellen ze, herkenden ze Hem, waarna Hij verdween.

Deze twee groepen, die van de discipelen en die van de Emmaüsgangers zijn na dit relaas één van geest in gemeenschappelijke jubel en blijdschap, opwinding en enthousiasme. Ze zijn dit rond het centrale gebeuren, dat hier heel kort en krachtig onder woorden wordt gebracht: De Heer is waarlijk opgestaan.

Tot op de dag van vandaag omvatten die paar woorden de grondgebeurtenis waarop de Kerk rust. Eigenlijk ontstaat hier de Kerk van Christus. Hoe het kerkelijk leven zich manifesteert op aarde, kun je in deze passage lezen. Hoe is dat? De Kerk leeft in de wereld met een weliswaar ongrijpbaar, maar reëel centrum: de aanwezigheid van degene, die is opgestaan. Het is ongrijpbaar, zoals bij de Emmaüsgangers, en toch werkelijk. Op dit laatste ligt de nadruk¸ zoals hier in deze tekst: op het waarlijk, ontoos. Een dergelijk centraal punt: De Heer is waarlijk opgestaan kent alleen het christendom.

Hoe leef je nu als christen met zo’n ongrijpbaar, maar reëel middelpunt van het waarlijk, ontoos? In een preek van John Henry Newman naar aanleiding van het laatste hoofdstuk uit Openbaringen staan daarover treffende dingen. In dit hoofdstuk neemt Johannes afscheid van de gemeente. Hoe doet hij dat? Hij voert de Heer telkens sprekend in, die zegt – en dat is tekenend voor de situatie waarin de gemeente verkeert – : Zie, Ik kom spoedig. De vertaling ‘spoedig’ suggereert iets anders dan er eigenlijk staat. Al heel snel denk je daarbij: snel wat de tijd betreft. Maar in het Grieks staat er het woordje tachu en dat wil zeggen: onverwacht, plotseling, met haast. In het Engels is het ‘sudden’, niet ‘soon’. Dat wil zeggen: Hij kan elk ogenblik weer verschijnen, waarbij de vooronderstelling is, dat eens het ogenblik komt dat Hij voor altijd zal verschijnen. Dat zal ook weer sudden zijn, en dan is het voorgoed.

Welk sudden wij meemaken, doet er verder niet toe. Het kan het sudden zijn dat gepaard gaat met zijn definitieve komst, maar het is waarschijnlijker dat wij telkens situaties meemaken, waarin Hij zich even manifesteert zoals bij de Emmaüsgangers en bij Simon. Zo gaat dat de hele kerkgeschiedenis door. Met andere woorden: als de vraag zich voordoet hoe wij in de tijd leven, dan luidt het antwoord: vanuit dat centrum met het sudden!

Zoals hier kan Hij dus elk ogenblik komen, maar dan onaangekondigd, ineens, terwijl je onderweg bent. Hoe leef je daarmee? Je moet Hem verwachten bij dag en bij nacht, thuis en op het werk, altijd en overal. De Heer komt en ineens is Hij er. Zalig de dienaar die zo zijn Heer verwacht, zegt de Heer zelf (Mattheüs 24 vers 46); Zalig hij, die waakt … zegt Openbaringen (hoofdstuk 16 vers 15)

Het kan zijn dat dit eeuw in eeuw uit door blijft gaan. Maar desondanks leeft de Kerk bij: De Heer is waarlijk opgestaan. En soms manifesteert Hij zich. Vaak onverwacht net als bij de Emmaüsgangers. Soms in heel benarde omstandigheden, zoals dat in de oorlogsjaren wel eens het geval was. Wat de mensen toen overkwam, was zo erg dat het hun boven hun macht ging. Wie kan het aan te leven in een concentratiekamp? Wie kan verwerken dat je op een wrede manier verhoord wordt? En juist daar gebeurde het soms, dat Hij tastbaar aanwezig was. Daar zijn meerdere voorbeelden van te geven. Een ervan vind je in het boek van Floris Bakels Nacht und Nebel. Ineens was Hij er, waardoor de schrijver het vreselijke bestaan, dat hij en anderen daar leidden, weer aan kon.

Maar dat zijn zeldzame momenten. Meestal moeten we ‘slechts’ leven met de boodschap van Petrus: De Heer is waarlijk opgestaan. We leren te leven onder de regenboog van het spoedig, snel (tachu). Zo staan we in de geschiedenis en dat geldt alle dagen tot aan de voleinding.

Dr. W. Aalders/ dr. H. Klink