Terug naar Ecclesianet.nl

Een avond aan de Aa

Ongeveer een jaar geleden bereikte mij het verzoek om in de zomer van 2012 in Den Bosch een lezing te houden over het boek Het Rode Paard van Eugenio Corti, dat toen juist door ‘Uitgeverij Wever van Wijnen’ op de markt was gebracht.

Pastoor Michiel Peters was het die het contact met me legde: een jonge man, bleek me, midden dertig, die iets gedrevens heeft. Toen ik hem ernaar vroeg, vertelde hij me ondermeer dat hij in Italië had gestudeerd en ettelijke jaren in Rusland had gewoond. Hij spreekt goed Russisch en Italiaans. Hij woonde zowel in Siberië als in Moskou. Nu verricht hij werkzaamheden ondermeer in het seminarie in Den Bosch.

Samen met anderen organiseert hij sinds enkele jaren in die plaats thema-avonden. Ze worden gehouden in een modern gebouw, dat ooit een kerk was en nu omgebouwd is tot een ontmoetingscentrum. Het staat aan de Aa. De avonden heten dan ook heel toepasselijk: ‘Avonden aan de Aa’. Ze worden maandelijks gehouden. Een derde deel van de ongeveer 150 mensen die de avonden bezoeken is student, een derde deel wordt gevormd door parochianen. Het overige deel betreft geïnteresseerden die in de buurt wonen.

Het was een bijzondere ontmoeting, zowel in de middag, toen mijn vrouw en ik al welkom geheten werden, als in de avond. We troffen elkaar in het seminarie en bij de ouders van de pastor, waar we de maaltijd gebruikten. Tijdens de gesprekken werd er grote zorg geuit over de teruggang in de katholieke kerk. Deze heeft niet alleen te maken met de negatieve publiciteit van de laatste jaren, het is een trent die al eerder ingezet is.

Met dit in gedachten werd ik aan het begin van de avond voorgesteld aan meerdere jonge mensen die de avond organiseerden. Een groot deel van hen waren broers, zussen en zwagers van de pastoor, maar er waren ook anderen: vrienden van hen, die me welkom heetten. Zij waren al vroeg in het ontmoetingscentrum omdat ze enkele Russische en Italiaanse liederen instudeerden, die ze later buitengewoon zuiver zongen. Voor de vertaling ervan had de pastoor gezorgd. Een van de liederen komt in het boek van Corti voor. Het waren frisse jonge mensen, opgevoed door betrokken ouders, voor wie het geloof in Christus iets betekent. Wat de ‘huisgemeente’ niet kan doen! Welk een uitstraling ze kan hebben! bedacht ik me. Temidden van het verval van de kerk, is dit er toch maar!

Voorafgaand aan de avond had ik een kort gesprek met een vooraanstaand geestelijke uit de katholieke kerk. Hij was wat somber gestemd. Wat is er veel oppervlakkigheid. Wie vraagt nog naar waarheid? Het was duidelijk dat hij er werkelijk ‘mee zat’. Ik kon hem enigszins bemoedigen door een citaat te geven van een schrijver die hij goed kent en die ook in protestantse kring erg gewaardeerd wordt: Romano Guardini. Ook vertelde ik hem van een uitspraak van dr. W. Aalders, die hij van naam bleek te kennen. Ze hebben dezelfde strekking: Het zal eenzamer worden voor de christenen en moeizamer. Maar: bedenk, dan mag je ook rekenen op meer wonderen, aux grands maux, grands remèdes!

Toen kwam het boek van Corti aan de orde. Het trof in zekere in doel. Ik had in mijn voorbereiding de nadruk al gelegd op het eigenlijke thema van het boek: jonge mensen die in de voorloorlogse jaren in een besloten christelijk milieu groot werden, waar ze authentiek geloofsleven proefden, komen in de grote wereld en houden zich staande. Ze weten hun geloof vast te houden en vruchtbaar te maken. Dat gebeurde in de oorlog. Daarover gaan de eerste twee delen in het boek. Ze hebben als motto: ‘het rode paard’ en ‘het vale paard’, aanduidingen ontleend aan Openbaringen aan Johannes. En wat bijna nog lastiger was: ze deden dit ook, zoals het derde deel laat zien, in de na-oorlogse jaren in een geseculariseerde tijd. Het motto van dit deel is: ‘de boom des levens’, dat aangeeft: en toch bloeit er iets op.

Dezelfde geestelijke vroeg me na de lezing, waarom het boek mij als hervormd predikant zo had aangesproken. Ik vertelde dat het veel herkenning had opgeroepen. Iets van de ‘volkskerk’ die Corti beschrijft, ken ik wel, ondermeer in de streek waarin ik woon. En vooral: het had me zo aangesproken vanwege de trouw van de jonge mensen die in het boek getekend worden. Terwijl ik dit antwoord gaf, en de zaal inkeek, naar zoveel jeugdige gezichten, realiseerde ik me dat iets dergelijks niet alleen in de na-oorlogse jaren in Italië te vinden was. De ‘avonden aan de Aa’ weerleggen die gedachte. Het is er nog!

H. Klink, Hoornaar