Terug naar Ecclesianet.nl

De vierde eeuw

Vóór mij ligt een boek van Wim Jurg, dat in het vorige jaar bij Uitg. Damon B.V. in Budel is uitgekomen: De vierde eeuw of hoe het christendom staatsgodsdienst werd.1 Een boek, waarin de schrijver wil laten zien, hoe in de vierde eeuw – een eeuw, die, begonnen met hevige christenvervolgingen, uitliep op een verbod van overheidswege om de oude goden te blijven vereren – het christendom een macht van betekenis in de Romeinse staat geworden is.

Het boek telt zeven hoofdstukken:

  1. De tuinierende god. Een hoofdstuk over keizer Diocletianus, de laatste keizer, die de christenen heeft vervolgd, een krachtig bestuurder overigens, die vooral naam heeft gemaakt door de invoering van een nieuw belastingstelsel, dat het eeuwenlang heeft uitgehouden.
  2. Een net niet heilige keizer: keizer Constantijn de Grote, onder wiens regering het christendom de toonaangevende godsdienst in het Romeinse Rijk is geworden.
  3. Het nieuwe en het oude Rome : het Rome van vóór Constantijn, de oude hoofdstad van het rijk, en het in opdracht van hem gebouwde Constantinopel, de nieuwe hoofdstad.
  4. De heidense asceet die van de oorlog ging houden: keizer Julianus de Afvallige, die geprobeerd heeft het tij te keren en de vroegere staatsgodsdienst in ere te herstellen.
  5. De keizer die door goddelijke wraak zelfs geen graf kreeg: keizer Valens, die in 378 bij Adrianopel, in een veldslag tegen de Goten, is gesneuveld.
  6. Nog eenmaal de goden: over de regering van Theodosius de Grote.
  7. Hoe het verderging: de afbeelding van God op aarde: de ontwikkelingen na Theodosius.

Jurgs pennenvrucht wordt door de uitgever gepresenteerd als “een meeslepend boek over een beslissende eeuw in de verhouding tussen staat en christendom en tussen staat en godsdienst in het algemeen.” Daarmee is niets te veel gezegd. Ons worden tal van wetenswaardigheden verteld, die voor onze kennis van de vierde eeuw zonder meer een verrijking betekenen. De schrijver heeft dan ook heel veel speurwerk verricht. Hij heeft een groot aantal – oude èn nieuwe – bronnen aangeboord, waardoor wij een heldere kijk krijgen op de geschiedenis van het Romeinse Rijk in het door hem beschreven tijdperk. De staatkundige incl. militaire ontwikkeling krijgt overigens heel wat meer aandacht dan de kerkhistorische kant van de zaak, waarvoor de auteur kennelijk minder interesse heeft. Wij worden overstelpt met gegevens over oorlogen, veldslagen en moordpartijen, terwijl kerk en theologie min of meer in de schaduw blijven.

Ten slotte nog enkele opmerkingen over stijl en taalgebruik. De vierde eeuw is, als gezegd, een boeiend boek, dat zich echter niet altijd even gemakkelijk laat lezen. De stijl, min of meer populistisch getint, is hier en daar erg slordig. Vooral de interpunctie laat veel te wensen over. Herhaaldelijk worden hoofdzinnen, die, als zodanig, door een punt gescheiden hadden moeten worden, door komma’s aan elkaar geregen, terwijl de schrijver anderzijds niet zelden een nieuwe zin begint, waar een bijzin de voorkeur verdiend zou hebben. Daarnaast heeft hij de onhebbelijke gewoonte om bepaalde mededelingen, die hij de lezer niet wil onthouden, tussen komma’s, in de tekst in te vlechten, - toevoegingen, die tussen haakjes op gedachtestreepjes veel beter tot hun recht zouden komen. Een en ander werkt uiterst vermoeiend en komt de leesbaarheid beslist niet ten goede. En dat is erg jammer

Dit neemt echter niet weg, dat wij De vierde eeuw graag in onze kring introduceren, en wel vooral gezien het feit, dat de historisch geïnteresseerde lezer in dit boek ruimschoots aan zijn trekken komt. Daar Ecclesia, naar ik meen te weten, onder zijn abonnees een relatief groot aantal lezers van deze categorie telt, verwacht ik, dat het boek zeker in onze kring de nodige aandacht zal trekken. De eeuw van Constantijn en de schrijver van het boek zijn dit zonder meer waard.

J.G. Barnhoorn, Nunspeet

Noot
1 ISBN 978 94 6036 016 9. Prijs: € 29,90.