Terug naar Ecclesianet.nl

Niet wat veraf, maar wat nabij is, is vol mysterie

Maar wat wij spreken, als een geheimenis, is de verborgen wijsheid van God… 1 Korinthiërs 2: 7a

Mysterie betekent niet eenvoudig, iets niet weten. Niet de verst afgelegen ster is het grootste mysterie. Integendeel, hoe dichter iets bij ons staat, hoe beter wij iets weten, des te meer wordt het voor ons een mysterie.

Niet de mens, die het verst van ons afstaat, maar hij die ons het meest nabij is, is voor ons het grootste mysterie. En zijn mysterie wordt niet geringer, omdat wij zonder ophouden met hem in contact zijn. Juist in zijn nabijheid wordt hij ons steeds meer tot een mysterie.

En het mysterie wordt het diepst, wanneeer twee mensen zo dicht tot elkaar komen, dat zij elkaar gaan liefhebben. Nergens ter wereld bespeurt de mens de macht en de heerlijkheid van het mysterie zo sterk als hier. Als twee mensen alles van elkaar weten, wordt het mysterie van hun liefde voor elkaar oneindig groot. En pas in die liefde begrijpen zij elkaar, zijn zij zich volkomen van elkaar bewust en kennen zij elkaar volkomen. En toch, hoe meer zij elkaar liefhebben, en in die liefde elkaar kennen, des te dieper beseffen zij dat hun liefde een mysterie is. Het weten heft het mysterie niet op, maar verdiept het. Dat de ander mij zo nabij is, dat is het grootste mysterie.

Wie de kracht van het mysterie niet kent, heeft geen toegang tot het verstaan van de werkelijkheid van de drie-enige God. ‘Maar wat wij spreken als een geheimenis, is de verborgen wijsheid van God’. Gods gedachten liggen niet voor de hand. God laat zich niet eenvoudig vatten, daar waar wij Hem vatten willen.

God leeft in het mysterie. Zijn werkelijkheid is voor ons een mysterie, van eeuwigheid tot eeuwigheid. En wel, omdat hier wordt gesproken over een tehuis, waarin wij nog niet of niet meer thuis zijn. Ons denken over God mag nooit dienen om dit mysterie op te heffen en God te maken tot iets algemeen-begrijpelijks, tot iets zonder mysterie.

Alle denken over God moet juist dienen om zijn mysterie, dat ons volstrekt te boven gaat, om zijn verborgen en heilige wijsheid aan het licht te brengen, opdat misschien door dit mysterie het tehuis zichtbaar wordt, waaruit het stamt.

Dietrich Bonhoeffer (1906 – 1945)