Terug naar Ecclesianet.nl

Hoe de kijk op Kohlbrugge’s prediking veranderde (IV, slot)

De “Christelijke dogmatiek” over Kohlbrugge

In het onlangs verschenen werk van de hoogleraren dr. G. van den Brink en dr. C. van der Kooi, Christelijke dogmatiek, komen we de naam H.F. Kohlbrugge enkele malen tegen. Hij wordt bij de prolegomina (inleidende opmerkingen) in het tweede hoofdstuk genoemd -naast Luther, Pascal, Kierkegaard en Barth in zijn vroege jaren- als een van de zogeheten irreguliere theologen, die veel nadruk leggen op het onmiddellijke, niet-beredeneerde karakter van de geloofszekerheid. En wie met geloofstwijfel worstelt, doet er volgens de auteurs goed aan, klassieke theologen te lezen en zich open te stellen “voor de manier waarop grote geesten als Augustinus, Luther, H.F. Kohlbrugge, Barth of Pannenberg proberen ‘zin te maken’ van de dingen in het licht van het christelijk geloof.”

Verderop in het boek komt Kohlbrugge ter sprake in hoofdstuk 15 over de vernieuwing van de mens. De auteurs verwijzen naar wat Berkhof in zijn Christelijk geloof schreef in verband met de rechtvaardigingsleer. Paulus’ radicale gedachtengangen dienden zich in de loop van de geschiedenis telkens weer aan als ‘erupties’, die steeds korte tijd werkzaam bleven: eerst bij Augustinus, daarna bij Luther, vervolgens in de achttiende eeuw bij John Wesley, de vader van het methodisme, in de negentiende eeuw bij H.F. Kohlbrugge, wiens visie nader uitgewerkt werd door zijn schoonzoon E. Bohl, en in de twintigste eeuw bij Barth, die altijd trouw zou blijven aan het “imputatieve”1 van de rechtvaardiging als centraal moment.

Zich aansluitend bij Berkhof, zeggen de auteurs dat Kohlbrugge “de heiliging vrijwel op lijkt te willen lossen in de rechtvaardiging.” Een nieuwtestamentische aansporing als “Dood dan uw leden die op de aarde zijn” (d.w.z. maak een einde aan wereldse praktijken; Kol. 3: 5) wordt door Kohlbrugge met een misplaatst beroep op de Griekse werkwoordsvorm (aoristus) weergegeven als: “Hebt dan uw leden die op de aarde zijn, gedood”, in de zin van : houdt het erop dat dit in Christus gebeurd is en dat het je in de rechtvaardiging al toegerekend is. “Met een retorisch sterke uitdrukking roept hij op om alle ‘heiligingskrukken’ weg te doen.” Kohlbrugge werd in de twintigste eeuw niet zonder reden omarmd door K. Barth. Bij Barth stond dat, aldus de auteurs, vooral in het kader van zijn afrekening met elk christelijk ingekleurd vooruitgangsdenken, waarvan hij het fiasco had gezien in de Eerste Wereldoorlog.2

Samenvattend kunnen we vaststellen dat de betekenis van Kohlbrugge als invloedrijk theoloog ook in onze 21ste eeuw wordt erkend. Zelfs wordt hij in een adem genoemd met grote geesten als Augustinus, Luther en Barth. Maar het is ook duidelijk dat zijn visie op de heiliging nog steeds bedenkingen oproept.

M. den Admirant, ‘s-Gravenhage

Noten
1 Afgeleid van imputatio = toerekening
2 Dr. G. van den Brink en dr. C. van der Kooi, Christelijke dogmatiek, een inleiding. Zoetermeer 2012, blz. 55, 77, 601, 620, 621.