Terug naar Ecclesianet.nl

De eerste werken

Gedenk dan, van welke hoogte gij gevallen zijt en bekeer u Openbaring 2: 4-5

Het is deze oproep, die Luther heeft geïnspireerd tot zijn hervorming. Gedenk dan van welke hoogte u gevallen bent en bekeer u!, riep hij de katholieke kerk toe. U behoorde te branden en u bent koud; u behoorde te waken en u bent traag, u behoorde te hongeren en voelt u verzadigd; u behoorde te geloven en u hebt angst; u behoorde te hopen en u grijpt naar machtsmiddelen; u behoorde lief te hebben en u komt niet los van u zelf; u behoorde Christus Heer te laten zijn, maar u valt Hem in de rede; u behoorde in zijn naam wonderen te doen maar u doet nog niet eens het vanzelfsprekende. Gedenk dan van welke hoogte u gevallen bent en bekeer u.

De kerk van de hervorming is de kerk van hen, die zich aan deze roep tot bekering blootstellen.

“Bekeer u en doe uw eerste werken.” Dat laatste is er onvoorwaardelijk mee verbonden. Zonder dat heeft het voorgaande geen zin.

Het lijkt bijna ongepast op Hervormingsdag over de werken te spreken. Maar het is een gruwelijk misverstaan van het evangelie, wannneer wij zouden denken, dat geloof en bekering alleen thuis zouden horen in de sfeer van vrome avond-en morgenwijdingen. Geloof, bekering betekent God God laten zijn – ook in ons handelen, juist in ons handelen, Hem gehoorzaam zijn.

“Doe uw eerste werken” – hoe nodig is het juist, dat juist nu te zeggen. Niemand, die de huidige kerk kent, zal erover willen klagen, dat de kerk niets doet. Nee, de kerk doet oneindig veel, met veel opoffering en met een serieuze inzet, maar wij doen allemaal zoveel tweede, derde en vierde werken, en niet de eerste werken. En daarom doet de kerk niet, waarop het allereerst aankomt. Wij herdenken, wij representeren, wij streven naar invloed, wij doen aan evangelische jeugdzorg, wij verrichten liefdadigheid en verlenen steun, wij maken anti-atheïstische propaganda – maar doen wij de eerste werken, waarop alles aankomt?

Hebben wij God en de naaste lief met die eerste, hartstochtelijke, brandende liefde, die alles – alleen God niet – op het spel zet? Wanneer dat het geval was, dan moest alles er toch anders uitzien, dan moest er toch iets doorbreken. Natuurlijk, God moet het doen, maar wij moeten ons in zijn dienst stellen, wij moeten Hem met die eerste liefde God laten zijn! Misschien dat dan eens waarheid wordt: “En de menigte van hen, die tot geloof gekomen waren, was één van hart en ziel” (Hand. 4: 32).

Dietrich Bonhoeffer (1906 -1945)