Terug naar Ecclesianet.nl

Een woord van Maarten Luther

Waar is een God als de onze, die het hoogste woont en toch naar de allerlaagsten ziet, in de hemel en op de aarde? (Psalm 113: 5)

Omdat Hij de Allerhoogste is en er niets boven Hem is, kan Hij niet boven zich zien, maar ook niet naast zich. Omdat niemand Hem gelijk is, moet Hij wel naar zichzelf én onder zich zien en hoe dieper iemand onder Hem is, des te beter ziet Hij hem.

Maar de wereld en de mensenogen doen het tegenovergestelde. Die zien alleen wat boven zich is, ze willen omhoog. Wij maken dagelijks mee hoe iedereen hoger op wil, streeft naar eer, macht, rijkdom, kunde, een goed leven en naar alles wat groot en hoog is.

Zulke mensen kijkt men naar de ogen, daar loopt men mee weg en die dient men, men wil deelhebben aan die hoge eer. Het is niet voor niets dat er in de Schrift zo weinig goeds staat over koningen en vorsten.

In de diepte wil daarentegen niemand zien: daar waar armoede, schande, nood, ellende, angst heersen, daar wendt men de ogen af. Zulke mensen worden door iedereen ontlopen, men vlucht en laat ze aan hun lot over. Niemand denkt erover ze te helpen of bij te staan en ze zo tot iets te brengen en zo moeten ze in die diepte blijven, in die verachte staat.

Er is hier onder de mensen geen schepper die uit het niets iets wil maken, hoewel Paulus toch in Romeinen 12 het 16e vers zegt: “Lieve broeders, zint niet op hoge dingen, maar voegt u in het eenvoudige.”

Daarom blijft het alleen aan God voorbehouden dat Hij in de diepte ziet, in de nood en ellende. Hij is nabij allen, die in de diepte zijn, zoals Petrus zegt (1 Petrus 5: 5): Hij weerstaat de hooggezetenen, maar de laaggezetenen geeft Hij genade.

Daaruit vloeit de liefde voort en de lof van God. Niemand kan en mag God loven voordat hij Hem liefheeft. Je kunt niemand liefhebben zonder hem heel goed en met alle overgave te kennen. Hij kan alleen gekend worden uit zijn werk zoals dat aan ons bewezen en in ons gevoeld en ervaren wordt. Maar als er dan ervaren wordt dat Hij een God is die in de diepte ziet en alleen de armen, verachten, ellendigen, verlatenen en hen die niets zijn, helpt, dan wordt Hij ons zo lief dat het hart ervan overvloeit en danst en springt van vreugde om Hem. Het is de Heilige Geest die zo’n overvloed van inzicht en liefde in één ogenblik schenkt en doet ervaren.