Terug naar Ecclesianet.nl

Ixmus en Crismus Een verdwenen hoofdstuk van Herodotus

Ixmus en Crismus1
Een verdwenen hoofdstuk van Herodotus2

En daarachter, naar het noorden en het westen toe, ligt in de oceaan het eiland Ainnatirb, waarvan Hekataios3 zegt dat het van gelijke omvang en gelijke vorm is als Sicilië, doch het is groter; maar wie het een driehoek noemt, die is niet ver bezijden de waarheid. Het is dichtbevolkt door mensen die een kleding dragen die weinig verschilt van die der overige barbaren die de noordwestelijke delen van Europa bevolken, ofschoon hun taal niet overeenkomt. Deze eilandbewoners, die alle andere ons bekende mensen overtreffen in geduld en uithoudingsvermogen, hebben de volgende gebruiken.

Midden in de winter, ten tijde van de meeste nevel en regens, hebben zij een groot feest dat zij Ixmus noemen, en gedurende vijftig dagen bereiden zij zich hierop voor, op de wijze die ik nu beschrijven zal. Allereerst is iedere burger verplicht naar elk van zijn vrienden en verwanten een vierkant stukje hard papier te zenden met daarop een afbeelding, en in hun taal heet dit voorwerp Ixmus-kaart. De afbeelding nu stelt zaken voor als vogels op een tak, of bomen met een stekelig donker loof, of mensen in een kleding waarvan de Ainnatirbiërs geloven dat deze tweehonderd jaar geleden door hun voorouders gedragen werd, in rijtuigen zoals hun voorouders die gebruikten of in huizen met sneeuw op het dak. En de Ainnatirbiërs willen niet zeggen wat deze afbeeldingen met het feest te maken hebben, aldus (naar ik veronderstel) een heilig mysterie bewarend. En omdat al de mensen deze Ixmus-kaarten moeten zenden, zijn de marktpleinen vol van de menigte kopers daarvan, zodat zij veel moeite en zwarigheid ondervinden.

Hebben zij nu het aantal kaarten gekocht dat zij denken nodig te hebben, dan gaan zij terug naar huis, en vinden daar de Ixmus-kaarten die anderen naar hen gezonden hebben. Vinden zij nu een kaart van iemand naar wie zij ook een kaart hebben gezonden, dan gooien zij deze weg en danken de goden dat deze taak voor een jaar volbracht is. Maar vinden zij er een van iemand naar wie zij zelf geen kaart gezonden hebben, dan slaan zij zich op de borst en jammeren en spreken vervloekingen uit over de zender. Nadat zij zich genoegzaam over hun ongeluk hebben beklaagd, trekken zij weer hun hoge schoeisel aan en gaan de nevel en de regen in om ook voor die zender een kaart te kopen. En laat deze beschrijving voldoende zijn ten aanzien van de Ixmus-kaarten.

Zij zenden elkaar ook geschenken, en voor deze geschenken getroosten zij zich dezelfde moeite als voor de kaarten, of nog meer. Want elke burger moet de waarde schatten van ieder geschenk dat zijn vrienden hem zullen zenden, om hun dan geschenken van gelijke waarde te zenden, ook als men het niet betalen kan. En de geschenken die zij dan kopen zijn zaken die geen hunner ooit voor zichzelf koopt. Want de verkopers, die dit gebruik goed kennen, bieden velerlei schijnschone nietigheden aan; en al hetgeen zij in de loop van het jaar niet verkopen konden omdat het waardeloos of bespottelijk was, verkopen zij nu als Ixmus-geschenk. En ofschoon de Ainnatirbiërs zeggen gebrek te hebben aan nodige zaken zoals metaal, leer, hout en papier, wordt er toch jaarlijks een ontzaglijke hoeveelheid van deze dingen verspild doordat men er deze geschenken van maakt.

Gedurende deze vijftig dagen nu tooien zich de oudste, armste en ellendigste burgers met een valse baard en steken zich in rode mantels, en lopen over het marktplein; hun vermomming stelt (naar mijn opvatting) Kronos4 voor. En de verkopers van geschenken worden niet minder bleek en vermoeid dan de kopers, vanwege de nevel en de mensenmenigte, zodat een ieder die in dit jaargetijde een Ainnatirbische stad bezoekt, zou menen dat het eiland door een grote publieke rampspoed getroffen was. Deze vijftigdaagse voorbereidingstijd wordt in hun barbaarse taal de Ixmus-Rasj5 genoemd.

Wanneer nu de dag van het feest is aangebroken, blijven de meeste burgers, afgemat door de Rasj, tot de middag op hun bed liggen. ’s Avonds gebruiken zij evenwel een maaltijd die vijfmaal groter is dan op andere dagen, zetten zich een van papier gemaakte kroon op het hoofd, en bedrinken zich. En op de dag na Ixmus zijn zij zeer ernstig doordat het eten en drinken van de vorige avond hun ingewanden heeft ontregeld en zij berekeningen maken van hun uitgaven aan geschenken en wijn. Want wijn is bij de Ainnatirbiërs zo duur, dat men een hoeveelheid ter waarde van een talent moet innemen om geheel bedwelmd te raken.

Dit zijn hun gebruiken rond het Ixmus. Maar een minderheid onder de Ainnatirbiërs heeft een eigen, afzonderlijk feest, Crismus genaamd, dat op dezelfde dag als Ixmus gevierd wordt. En in tegenstelling tot de meeste andere Ainnatirbiërs staan Crismus-vierders die dag vroeg op met een stralend gelaat en begeven zich vóór zonsopgang naar bepaalde tempels waar zij deelnemen aan een heilig feestmaal. En in de meeste van deze tempels plaatsen zij afbeeldingen van een schone vrouw met een pasgeboren Kind op haar knie, een aantal dieren, en herders die het Kind aanbidden. (De reden voor deze beelden wordt gegeven in een heilig verhaal, dat ik ken, maar niet vertel.6)

Aan een priester nu met wie ik in een van deze tempels gesproken heb, vroeg ik waarom zij Crismus op dezelfde dag als Ixmus vieren, want deze regel leek mij een ongelukkige. De priester nu antwoordde: ‘Het is ons niet geoorloofd, o vreemdeling, het tijdstip van Crismus te veranderen, maar och, mocht Zeus de Ainnatirbiërs op gedachten brengen om Ixmus op een andere dag te vieren of in het geheel niet te vieren. Want door Ixmus en de Rasj wordt zelfs de minderheid afgeleid van heilige dingen. En het verheugt ons wel dat mensen van de Crismusdag een vrolijke dag maken, maar Ixmus heeft alle vrolijkheid verloren.’ Daarop vroeg ik waarom zij de Rasj willen doorstaan, en hij antwoordde: ‘Dit, o vreemdeling, is een rekket’7. Hier sprak hij (naar ik vermoed) de woorden van een orakel, voor mij onbegrijpelijk (want een rekket is een instrument dat de barbaren gebruiken bij een tennis geheten spel).

 Maar Hekataios is niet geloofwaardig waar hij zegt dat Ixmus en Crismus hetzelfde zijn. Want ten eerste hebben de afbeeldingen op de Ixmus-kaarten niets van doen met het heilige verhaal dat de priesters over Crismus vertellen. En ten tweede is het zo dat de Ainnatirbiërs niet de religie van de minderheid hebben, doch wel de geschenken en de kaarten zenden en aan de Rasj deelnemen en drinken met papieren mutsen op. En het is niet waarschijnlijk dat mensen, zelfs barbaren, zich zo vele en zware moeiten zouden getroosten tot eer van een god waarin zij niet geloven. Tot zover over Ainnatirb.

C. S. Lewis

Noten
1 “Xmas and Christmas”, Time and Tide, 4 december 1954; herdrukt in God in the Dock: Essays on Theology and Ethics, edited by Walter Hooper (Eerdmans, Grand Rapids 1970), pp. 301-303. Vertaling door Arend Smilde, gepubliceerd in De zeebries der eeuwen, en andere essays (Van Wijnen, Franeker 2013), pp. 229-233.
2 Herodotus (ca. 485-ca. 425 v.Chr.) : auteur van het oudste grote geschiedverhaal op basis van zoveel mogelijk eigen onderzoek: de Historiën, tevens het oudste volledig bewaard gebleven Griekse prozawerk. Ter vergelijking met de pastiche van Lewis leze men bij Herodotus bijv. het gedeelte over de Hyperboreërs, IV.32-36.
3 Hekataios: Hekataios of Hecataeus van Milete (ca. 550- 475 v.Chr.) was als Grieks historicus een voorloper van Herodotus, maar van zijn werk zijn slechts fragmenten overgeleverd. Herodotus verwijst soms naar hem, veelal om hem te corrigeren.
4 Kronos: In de Griekse mythologie was Kronos (Cronus) de jongste van de twaalf Titanen. Zijn regering zou een gouden tijdperk zijn geweest.
5 Rasj: Het Engelse woord rush, ‘drukte’, ‘gedrang’, vgl. rush hour, ‘spitsuur’.
6 een heilig verhaal, dat ik ken maar niet vertel: vgl. Historiën II.3 en II.65.
7 rekket: Een van de betekenissen van het Engelse woord racket is: wijdverbreide koortsachtige drukte.