Terug naar Ecclesianet.nl

Begrafenis van een bloedgetuige van Christus (III, slot)

Getuigen

Ds. J. Schlingensiepen uit Barmen besloot zijn begrafenistoespraak als volgt: “God is en blijft de Heere van onze broeder in eeuwigheid. Dat is de “troost waarmee wij van God worden getroost”(2 Korinthiërs 1). Om zijn troon zijn tot in eeuwigheid vergaderd die “overwonnen hebben door het Woord van hun getuigenis en hebben hun leven niet liefgehad tot de dood” (Openbaring 12). Ja, het zijn zij die gekomen zijn “uit de grote verdrukking en hun kleren gewassen en wit gemaakt hebben door het bloed van het Lam”(Openbaringen 7). “Heb Ik u niet gezegd, zo gij geloven zult, gij de heerlijkheid van God zult zien?” En daaraan herkennen wij in het geloof de heerlijkheid van God, dat hoe verschillend onze levensloop ook mag zijn, een ieder van ons die in het leven “het eigendom is van de Heiland Jezus Christus”, dat ook in zijn sterven zal blijven.

Geliefde gemeenten van Dickenschied en Womrath! Geliefde broeders en zusters! God geve dat dit getuigenis van onze broeder in uw harten mag blijven en mag doorwerken in de komende generaties. Ja, dat dit getuigenis levend moge blijven en overal binnen onze kerk vrucht dragen. Door zijn getuigenis roept hij ons tot “De enige troost in leven en sterven”, opdat wij in het geloof kunnen belijden: “Ik ben er zeker van dat noch dood noch leven….ons kan scheiden van de liefde Gods welke is in Christus Jezus onze Heere.”

“Jezus voor U leef ik. Jezus voor U sterf ik. Jezus, Uw eigendom ben ik in dood en leven.’ Amen.”

Groeten uitgesproken op de begraafplaats

Na een korte toespraak van kerkvisitator Gillmann over Jeremia 15:19, waarmee hij op 8 mei 1934 dominee Schneider in Womrath had bevestigd, werden aan het graf de meerdere woorden van groet gesproken. Enkele ervan geef ik verkort weer.

Ds. Forck uit Hamburg: “Wij moeten door veel verdrukkingen het Rijk van God ingaan. Zalig is de man die de aanvechtingen verdraagt, want als hij beproefd is, zal hij de kroon des levens ontvangen, die God heeft beloofd aan die Hem liefhebben.”

Ds. Kloppenburg uit Oldenburg: “Maar ik zal naar de Heere zien en op de God mijns heils wachten, mijn God zal mij horen.”

Ds. Möricke uit Kirchheim: “We geven u onze groet, geliefde gemeenten, geliefde zuster, geliefde kinderen. Wij weten dat onze Heere Jezus Christus zijn Woord zal bevestigen aan u en aan u allen, die ter wille van Hem lijden en zijn Naam belijden voor de mensen. ‘Ik zal u geen wezen laten, want Ik kom tot u. In Mij hebt u vrede. In de wereld hebt u angst, maar wees getroost, Ik heb de wereld overwonnen.’”

Ds. Klapproth uit Berlijn: “Zalig zijn zij die vervolgd worden ter wille van de gerechtigheid, want voor hen is het Koninkrijk der hemelen. Want de Heere kent de weg van de rechtvaardigen, maar de weg van de goddelozen vergaat.”

Ds. Dieterich (broer van mw. Schneider-ABG) uit Edelfingen: “Want wie zijn leven zal willen behouden, die zal het verliezen, maar wie zijn leven verliest om Mij, die zal het vinden.”

Kerkmeester Klos sprak namens de kerkelijke gemeente Dickenschied: “Maar wij weten dat zij doe God liefhebben, alle dingen voor hun bestwil zullen dienen.”

Brieven

Weduwe Schneider kreeg bijna 600 condoleancebrieven. Hier volgt een kleine selectie. Allen gebruikten de aanhef “Zeer geachte mevrouw Schneider…”.

Ds. Obendiek uit Barmen-Gemarke, 21 juli 1939: “Namens de kerkenraad van onze gemeente Gemarke, die uw man in de erediensten en tijdens de Bijbelkringen in het gebed voortdurend voor de troon van genade bracht, mag ik u, uw kinderen en uw familie hartelijk groeten in de diepe droefheid die na zoveel maanden van volharding, over u gekomen is. Wij wenen met u en er is, nadat wij van het ontslapen van onze geliefde broeder hoorden, een deken van verdriet gekomen over de zielen van onze gemeenteleden. Wij weten, dat zijn dood kostbaar is geweest in de ogen van God. En als wij aan het getuigenis van uw man en zijn geloof denken, dan werpt zijn leven en sterven licht over Gods Woord als we lezen: ‘En zij hebben overwonnen door het bloed van het Lam en door het woord van hun getuigenis en hebben hun leven niet liefgehad tot in de dood.’ ‘Ziet wij prijzen zalig, die volharden tot het einde.’

We hopen met een afvaardiging uit onze gemeente in Dickenschied te zijn.

Geachte mevrouw Schneider, in totale menselijke onmacht, maar toch met een vaste hoop vervuld, kunnen wij niets anders doen, dan om Gods ontferming af te smeken voor u en uw kinderen, voor onze kerk en onszelf.”

Ds. Müller uit Berlijn, 19 juli 1939: “Met diepe ontroering hebben wij het bericht ontvangen dat uw man, onze lieve broeder Paul Schneider, in het concentratiekamp Buchenwald aan een hartaanval is gestorven. We hebben van zijn zware levensgang gehoord.

En wij weten hoe hij in al die moeilijke omstandigheden geworsteld heeft om alleen gehoorzaam te zijn aan Gods Woord en om alle zaken zijn Heere Jezus Christus te eren. Daarom hebben wij in de gehele Bekennende Kirche steeds naar zijn voorbeeld gekeken. Voortdurend hebben we hem en zijn gezin in onze dagelijkse voorbede opgedragen. Ook weten wij van de diepe geloofsverbondenheid, waarin u met uw man één was. God heeft niet alleen aan hem kracht gegeven om alles tot het laatste toe uit zijn Vaderhand te ontvangen, maar Hij heeft ook u bovenmate gesterkt. Nu bidden wij God: ‘Heere, sta hen in deze moeilijke dagen bij met Uw kracht. Hij neme u en uw kinderen in zijn genadige bescherming. Ja, Hij make de banden van geloof en liefde onder ons allen nog vaster.’ Dit moge de zegen zijn, die door het lijden en sterven van uw man in ons allen zichtbaarder wordt.”

Ds. Klapproth uit Berlijn, 29 augustus 1939: “Op deze dag vertoeven onze gedachten steeds bij uw lieve man en u. Het komt mij voor, dat het vieren van een verjaardag eigenlijk pas dan gerechtvaardigd is, als dat leven tot op de laatste hartslag is te overzien. Wij loven daarom met u onze God, omdat Hij onze geliefde en dierbare broeder niet alleen heeft doen geboren worden, maar ook heeft wedergeboren. Het is troostvol om een voltooid leven te mogen ontmoeten. En uit de trouw van God, waarop uw man door zijn leven onmiskenbaar heeft gewezen, putten wij meer geloof en vastere hoop. Vast en zeker zullen de broeders, die heden in militaire dienst zijn, denkend aan broeder Scheider, daardoor gesterkt verder gaan.

Onze hoogachting, liefde en voorbede brengen u en uw kinderen in het gebed voor Gods aangezicht. We zijn u grote dank verschuldigd voor het kostbare offer, dat u hebt moeten brengen, en ook voor uw getuigenis.

De dag van 21 juli zal, omdat ik die heb mogen meemaken, onvergetelijk in mijn herinnering blijven. Het is ons vurige gebed tot God, of Hij ons enigszins wil laten lijken op deze trouwe broeder, en onze predikantsvrouwen op u.”

Ds. Immer Oost-Friesland, 27 juli 1939: “Wat uw man gedurende twee-en-half jaar van zijn gevangenschap om Gods wil geduldig heeft moeten lijden, weet God alleen. Nu heeft zijn hand hem uit alle aanvechtingen en angsten verlost. ‘Hij heeft een goede strijd gestreden, hij heeft de loop beëindigd, hij heeft het geloof behouden, en daarom is de kroon der gerechtigheid voor hem weggelegd.’ De Heere zij geloofd en gedankt, dat wij dat mogen geloven. U en uw kinderen hebben een groot offer gebracht. U hebt het gebracht voor de allerbelangrijkste zaken waar we rekening mee moeten houden: de wil van God, de vrijheid om het Evangelie te prediken in ons volk en voor de heerschappij van Jezus in zijn gemeente. Hem, die u met uw man hebt gediend, zal u niet verlaten. Hij legt ons een last op, maar ook helpt Hij ons. God wil dagelijks helpen.

De Heere geve, dat deze zware weg van moeite en verdriet, eveneens voor de gemeente Dickenschied en voor de gehele Bekennende Kirche niet tevergeefs is geweest. Als Paulus in Filippenzen 1 over zijn lijden en zijn gevangenschap spreekt, dat alles nu meer dient tot bevordering van het Evangelie, zodat zijn banden om Christus’ wil, bekend zijn geworden in het rechthuis en veel broeders in de Heere door zijn banden meer vertrouwen hebben gekregen en dapperder zijn geworden om zonder vrees het Woord te spreken, zo zijn die woorden ook voor ons en onze gemeente vol van hoop. Om de vervulling ervan mogen wij bidden.”

Bisschop Cicester uit Engeland, 27 juli 1939: “Ik sluit mij aan bij het gezelschap van vrienden en zij die u en uw man hoogachten om mijn grote sympathie te betuigen. Dit doe ik als een geestelijk leider van de Anglicaanse Kerk. Woorden schieten tekort bij de belangrijke gebeurtenis die u beleeft. Veel noodzakelijker zijn in deze omstandigheden het gebed en de voorbede. Uw man heeft een onsterfelijk getuigenis gegeven en hij mag nu door geen strijd gestoord leven in de hemelse heerlijkheid. Moge God u en uw kinderen zijn rijke troost schenken. Hij geve u sterkte en hulp bij de belangrijke taak om uw kinderen in het christelijk geloof voor Hem op te voeden. Moge deze opvoeding geschieden in de geest van hun zichzelf verloochende vader.”

Ds. Karl Barth uit Basel, 3 augustus 1939: Karl Barth was door de nazi’s verbannen uit Duitsland. Onder een schuilnaam verzond hij een brief van deelneming aan een vriendin, bestemd voor mevrouw Schneider. Hij koos voor deze omweg vanwege de briefcensuur. Zo bracht hij de weduwe van ds. Scnheider niet in verlegenheid. In de brief valt o.a. te lezen: “Het sterven van uw man1[i] heeft ons diep ontroerd. Ik wil u en uw familie hartelijk groeten. Uw man mag nu beleven, wat hij altijd heeft geloofd. Hij was getrouw tot in de dood en heeft de kroon des levens ontvangen. God heeft hem verwaardigd om voor Hem te lijden. Wij denken aan u en uw kinderen en willen er zorg voor dragen, dat de gedachtenis aan uw man niet wordt vergeten. Bij ons is er gelegenheid voor uw kinderen om te logeren. Ja, u bent zelf ook altijd hartelijk welkom. Als het mogelijk is, ontvangen wij graag een verslag van de begrafenis. Dit verslag willen wij in onze familie verspreiden. Zijn getuigenis behoort nooit vergeten te worden.”

Uitleiding

Uit de brieven spreekt een grote geestelijke eenheid en liefde. Het belang van het persoonlijke, gezins- en gemeentelijke gebed wordt sterk benadrukt. De alle machten overstijgende betekenis van Gods Woord wordt helder in het licht gesteld. Met zijn gedrag heeft de dominee van Dickenschied de grenzen aangewezen van een staat met totalitaire machtsaanspraken.

Een bericht over deze bijzondere en indrukwekkende plechtigheid eindigt als volgt: “Het was een onvergetelijk uur van gemeenschap voor de gehele Bekennende Kirche, die vanaf het graf van ds. Schneider een vermaning en erfenis meekreeg. ‘Hier is de lijdzaamheid en het geloof der heiligen’ (Openbaringen 13). Niet wat mensen doen of gedaan hebben, niet de weduwe met haar weeskinderen was het belangrijkste wat we ons van die dag herinneren, maar de vrede van God, die ons als het ware vanaf de baar toe straalde. Het was de onuitsprekelijke troost die God bereid heeft als een mens zijn belofte meer vertrouwt, dan de verleidingen van de wereld, en Hem meer vreest dan hen die het lichaam kunnen doden. Het was de vrijheid om God te dienen en de naaste, ondanks alle hindernissen, die hem ter harte gingen. De begrafenis van broeder Paul Schneider werd een gedenken in dankbaarheid en liefde, omdat God zich door hem, die een compromisloos getuige was, heeft verheerlijkt.”

Paul Schneider was een eenvoudige dorpspredikant en een navolger van Christus. Is hij een voorbeeld voor ons?

A.B. Goedhart, Leerbroek

Noot
1 In de brief wordt hij ‘oom’ genoemd