Terug naar Ecclesianet.nl

Meditatie ''De annunciatie''

En toen hij bij haar binnengekomen was, zei hij: ‘Wees gegroet gij begenadigde, de Here is met u.’ Lukas 1: 28

In het Musée de beaux arts in Besançon is een tekening van Rembrandt te bewonderen waarop hij de annunciatie van de engel aan Maria weergeeft. De afbeelding is gemaakt omstreeks 1652.

We zien Maria zittend in haar woning in Nazareth, in het licht dat door een zijraam naar binnen valt. Het reliëf van haar figuur is vrij duidelijk te zien, zeker als we het vergelijken met de omtrek van twee andere gestalten die op de tekening zichtbaar zijn. Zij staan in het midden ervan. Zij staan schrijlings, kijkend in de richting van de zittende Maria. Het zijn twee engelen. De ene is groot. De andere engel beduidend kleiner.

Het is bekend dat Rembrandt in eerste instantie ook de grotere engel vrij klein had getekend. Later heeft hij de tekening bijgewerkt. Hij heeft toen ook de scherpe lijnen die hun gestalte weergeven diffuus gemaakt. Hij deed dat door over het houtskool dat op het papier was aangebracht te vegen. Zo werden de contouren van de engel vrij vaag en enigszins lichtend. Daardoor is het alsof zij in vergelijking tot Maria op de voorgrond staan. Ze hebben iets etherisch. Ze horen bij de hemel en zijn nu even op de aarde, maar de aardse werkelijkheid is niet helemaal hun element.

Het is merkwaardig dat Rembrandt twee engelen tekende. Waarom deed hij dat? De tekening maakt het wel duidelijk. Hij wil er mee aangeven dat het gebeuren iets tweeledigs heeft.

Het is ontegenzeggelijk dat de grootste engel de boodschapper is. Hij is degene die zich het eerst tot Maria richt. Duidelijk is dat de engel zojuist uit de hemel komt. Hij heeft iets groots, iets majesteitelijks, iets verhevens – er manifesteert zich in de houding en gezichtsuitdrukking iets van heiligheid.

Dat verklaart de schrikreactie van Maria. Het is volkomen begrijpelijk dat zij, ook al is zij in zittende houding uitgebeeld, toch wat achteruitdeinst. Zij wendt haar hoofd van deze lichtende gestalte af door in de andere richting naar beneden te kijken. Wie zal bestaan voor de heiligheid van God, waarvan de engel, ondanks de groet1 de weerspiegeling is? Hij komt uit de hemel. Vandaar dat Maria de ogen afwendt: het verblindende licht is te fel, de engel te majesteitelijk, het gebeuren te plotseling. Vandaar haar directe reactie. In een reflex brengt ze haar hand op de borst als om zich af te schermen. Daardoor valt het borduurwerk dat zojuist nog op haar schoot lag samen met het mandje voor naaigarnituren op de grond.

Zij ziet kans haar terugdeinzende beweging ietwat te breken door met haar rechterarm en -hand steun te zoeken. Dit vinden van houvast correspondeert met de tweede engel. Hij kijkt vriendelijk alsof hij geroepen is haar in haar schrik te ondersteunen. Hij houdt de hand zegenend omhoog. Op deze manier zien we in de beide engelen twee kanten van dezelfde zaak: heiligheid en genade.

De bekende exegeet M.J. Lagrange merkt in een prachtig artikel dat ooit verscheen in de Revue biblique2 op dat het unieke van Israël daarin gelegen was dat men God kende als de heilige God. Zo kenden de andere volkeren Hem niet. Hij is de God van de Sinaï, Hij is de Schepper, die boven alles uitgaat en in een ontoegankelijk licht woont. Zo kende Maria God. Maar ze kende Hem ook op een andere wijze. Ze wist ook van de profetie, vooral van die van Jesaja, waar, Jezus, wiens geboorte nu aangekondigd wordt, zo vaak uit zal citeren. Ze wist dat Jesaja had gebeden dat de hemel zou scheuren en God zou nederdalen; dat Hij naar zijn volk om zou zien en het tot het water des levens zou nodigen. De heiligheid van God zou zich neerbuigen in genade tot de nederige van hart.

Hier, in haar woning vindt deze beweging van God naar de wereld toe plaats. Dat geven de engelen in hun tweevoud weer. Maria schrikt op door de heiligheid die van de ene engel uitstraalt. Maar diezelfde heiligheid vangt haar op in de gestalte van de kleinere engel. De heiligheid van God wordt gewaarborgd door de eerste engel en zijn boodschap, ze wordt in samenspel met de andere engel ook in genade gegeven aan Maria, die nederig is van hart. Zo deelt de heiligheid zich mee. De engel zegt: “Het heilige, Maria, dat Gods Zoon genoemd zal worden, zal uit u geboren worden.”

En Maria die door deze genadige heiligheid wordt aangeraakt zodat zij haar Zoon kan dragen en geboren kan doen worden, zingt straks haar lied waarin de zindering van dit moment nog doorklinkt:

“Hoe heilig is zijn Naam!
Laat volk bij volk te zaam,
barmhartigheid verwachten,
nu Hij de zaligheid,
voor die Hem vreest, bereidt,
door alle nageslachten.”

H. Klink, Hoornaar

Noten
1 In het Grieks staat de groet ‘chaire’, d.w.z. ‘verheugt u’
2 Marie á Nazareth (ook uitgegeven in: L’écriture en église, Parijs, 1990)