Terug naar Ecclesianet.nl

De Pinksterbelofte

En zie, Ik doe de belofte Mijns Vaders op u komen. Maar gij moet in de stad blijven, totdat gij bekleed wordt met kracht uit de hoge. Lukas 24: 49

“Jeruzalem niet te verlaten, maar te blijven wachten op de belofte van de Vader.” Blijven wachten! Een heerlijk woord. Want dat betekent niet alleen maar, zich domweg nergens wat van aantrekken en nu maar te laten komen wat er komen moge. Neen, dat betekent veel meer: wakker en bereid zijn, niet maar zitten knikkebollen, maar echt blijven wachten, waakzaam, zonder slaap in de ogen, helder en scherp van blik.

De discipelen moesten blijven wachten op de belofte van de Vader. Er zou iets groots gaan gebeuren. En daar zouden zij bij nodig zijn. Na hun verraderij, hun onmacht, hun moedeloze resignatie, na die diepe, diepe val, zou er iets groots gaan gebeuren, waar zij met heel hun hart naar haakten en uitzagen: een heel nieuwe geest zou over hen komen.

Maar hoe dat zou gebeuren en wanneer die geest zou komen, daarover was hun niets anders gezegd dan dat “het niet uw zaak is de tijdperken of tijdstippen te weten waarover de Vader de beschikking aan zich gehouden heeft. Maar gij zult kracht ontvangen, wanneer de Heilige Geest over u komt….”

Zij hadden de Pinksterbelofte dat er kracht zou komen uit de hoge. Een klein hoopje mensen, zo helemaal niets bijzonders, waar iedereen met recht zijn spot en zijn hoon over kon uitgieten, maar die door alle vernedering en deemoediging heen waren gegaan en die tot zichzelf waren ingekeerd en waren ómgekeerd, dat hoopje mensen beleefde na het lange moeilijke wachten, dat God hun de boodschap zond: Nu is de tijd vervuld. En zij stonden op, en zij werden gedragen door een nieuwe kracht, en Zijn hand wees hun de weg, en getroost zetten zij zich aan het werk: het bouwen van het nieuwe Rijk.

Kaj Munk