Terug naar Ecclesianet.nl

Begrafenis van een bloedgetuige van Christus (II)

Roeping

Gemeente, Jezus heeft uw dominee door zijn Woord geroepen en hem “door de Heilige Geest van het eeuwige leven verzekerd.” Hij is door de trouwe Jezus overwonnen “die met zijn dierbaar bloed voor al zijn zonden volkomen heeft betaald” en daarom werd hij bekwaam gemaakt “voortaan gewillig en bereid voor Hem te leven” (H.C. vraag en antwoord 1). En zo zeker als dit godzalige leven in iedere positie en beroep gezien kan worden, zo is er toch niets zo kostbaar in de gemeente van Jezus als het door Hem ingestelde ambt van dienaar des Woords.

In het uur dat Paul Schneider tot dienaar van dat Woord werd bevestigd, in de Naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, heeft hij voor Gods aangezicht net als alle andere dienaren van onze kerk beloofd: “zich met alle krachten van lichaam en ziel aan dit ambt te wijden!” Zijn bevestigingstekst was het dankbare antwoord op de roepstem van God: “Ik heb u bij uw naam geroepen. Gij zijt mijn”(Jes. 43).

Het is de barmhartigheid van Jezus dat Hij onze broeder niet in één keer had bekendgemaakt wat het wil zeggen om zich met lichaam en ziel aan Hem te verbinden.

Het is de barmhartigheid van Jezus, dat Hij stap voor stap voor hem het Woord heeft bevestigd: “Ik zal hem tonen, hoeveel hij lijden moet om Mijn Naam” (Hand.9).

In deze ure prijzen wij de goedheid en de trouw van onze God, waarmee Hij zijn dienaar steeds weer heeft bemoedigd en toegerust om in zijn dienst te volharden.

Gemeente, we moeten deze woorden niet verkeerd uitleggen, alsof u een volmaakte, zondeloze herder heeft gehad. Wee ons, als we de eer van God aan een mens geven. Paul Schneider was een mens net als wij. Hij was een zondaar die alleen van genade kon leven. Van de genade van Hem, die hij had verkondigd als de Heere die de overwinning voor ons heeft behaald aan het vloekhout van het kruis. Uw herder heeft als begenadigde zondaar zijn ambt onder u gepraktiseerd. En als op de grote Dag het boek des levens zal worden geopend, zal bekend worden, hoe velen van u door het Kruisevangelie zo werden getroffen, dat zij zich wisten geroepen tot een leven en sterven voor de Heere.

Gehoorzaam

Het was het vurige gebed van uw predikant, die aan God beloofd had zonder mensen te behagen en zonder mensenvrees te arbeiden, u het Woord te verkondigen, tijdig en ontijdig. Hij had met zijn ganse hart beloofd om met een heilige ijver over u, als de hem toevertrouwde kudde, te waken. Het was het hartelijke gebed van uw zielzorger overeenkomstig zijn afgelegde gelofte “om geen ziel verloren te laten gaan”. Daarom heeft hij ook samen met zijn kerkenraad, die van God gezag heeft gekregen om de tucht in de gemeente uit te oefenen over hen, zoals de belijdenis dat in vraag en antwoord 85 van de Heidelberger Catechismus zegt: “die onder christelijke naam onchristelijke leer of leven voeren”, opdat ook zij gered mogen worden.

Geliefden, helder staat u die dag voor de geest, waarop hij vanwege deze tuchtzaak van u werd gescheiden. Ook herinnert u zich de lange weken van stilte, waarin hij luisterde naar Gods Woord om een antwoord te vinden op de vraag, of het Gods weg was om van u gescheiden te blijven, ja of nee. In zijn aanhoudend gebed heeft hij steeds gevraagd, of in deze zo uiterst moeilijke omstandigheden van zijn leven, zijn geloofsoog alleen op de Heere zou mogen zien.

In deze weken van gevangenschap besprak ik in opdracht van de leiding van de Bekennende Kirche met hem en u, geliefde zuster, nog een keer deze moeilijke zaak.

Tijdens deze ontmoeting stelde ik indringend de vraag, of er toch niet op de één of andere wijze een oplossing gevonden kon worden. Echter, het werd hem voor Gods aangezicht steeds duidelijker, dat er geen andere weg was, waarop hij zonder krenking van zijn geweten kon gaan.

Gemeente, uw geliefde herder wist zich met hart en ziel aan u verbonden. En het was hem erg duidelijk geworden, dat de Heere die band niet losmaakte. Voor hemzelf was zo helder als de middagzon, dat de gevolgen schadelijk zouden zijn als hij tot u zou terugkeren.

Voor Paul Schneider was de wil van God meer waard, dan het beleven van de aardse vrijheid. En zo gelovend, heeft hij zijn leven en zijn vrijheid in de hand van God gelegd. En voor hem werd het steeds duidelijker, dat het woord van de apostel in zijn leven werd vervuld: “Het is u gegeven, de wil van Christus te doen, zodat u niet alleen in Hem gelooft, maar ook om zijnentwil lijdt” (Filip.1). God schonk hem de gave van het lijden. Toen onze broeder op deze levensweg ging, moesten wij zijn leven stap voor stap loslaten.

Geliefde gemeente, zijn arbeid in uw midden, zijn samenleven met zijn vrouw en kinderen, zijn onderzoeken van de Heilige Schrift en vele zaken meer, moesten nu worden beëindigd. En hij liet ze afnemen in vertrouwen op zijn God, die zijn kinderen leert bidden: ,,De Heere heeft gegeven, de Heere heeft genomen, de naam van de Heere zij gelooft” (Job 1).

Tenslotte bleef er maar één doel voor hem over, nl. de geloofs- en liefdesgemeenschap met zijn Heere en het getuigen voor Hem! Uit zijn korte groeten die u, geliefde zuster, sinds die tijd bereikten, klonk ten diepste steeds weer wat de apostel Paulus uit zijn gevangenis aan de gemeente van Filippi schreef: “ Ik laat u echter weten, geliefde broeders, dat wat mijn persoon betreft, dat dit alles dient tot meerdere voortgang van het Evangelie, en wel zo, dat mijn banden openbaar zijn geworden in Christus in het rechthuis en bij alle anderen, en dat veel broeders in de Heere door mijn banden meer vertrouwen gekregen hebben om het Woord Gods onbevreesd te spreken” (Filip. 1).

“Leven wij, zo leven wij de Heere, sterven wij, zo sterven wij de Heere.” Voor de Heere!

De gehoorzaamheid en liefde tot God waren er voor hem de oorzaak van, dat het getuigenis voor Hem in zijn hart en op zijn lippen niet verstomde. Dit was de diepste motivatie om te blijven bidden op de weg naar de dood. En de Heere heeft het gebed van zijn kind en knecht verhoord. Hij mocht met intense vreugde alle krachten van ziel en lichaam aan het predikambt wijden. Immers, God had hem door zijn Woord in zijn dienst genomen en niemand anders!

Ja, Hij had hem bij dat Woord leren volharden, zoals niemand van ons dat ooit heeft beleefd. De allerlaatste krachten van ziel en lichaam werden door Hem opgeëist. En gewillig gaf hij die over aan Hem, die alleen volmacht had over zijn leven en sterven. Hij offerde zich aan die God van wie hij mocht belijden, dat Hij hem: “alzo bewaart dat zonder de wil van mijn hemelse Vader geen haar van mijn hoofd vallen kan, ja ook, dat mij alles tot mijn zaligheid dienen moet.” (H.C. vraag en antwoord 1). Toen is het wonder geschied, dat steeds zal worden beleefd, waar een mens de zeggenschap over leven en dood in Gods handen laat. Jezus hielp onze broeder de hem opgelegde last te dragen, opdat die voor hem niet te zwaar werd. God vervulde zijn heerlijke belofte in zijn leven, zoals we die lezen in Mattheüs 11: “Mijn juk is zacht en Mijn last is licht.”

Sterven

En nu is de dood gekomen. “Leven wij, zo leven wij de Heere, sterven wij, zo sterven wij de Heere.” Wie met Hem leeft, mag ook met Hem sterven. En zo onuitsprekelijk belangrijk is Christus in de ogen van zijn kinderen, dat zij ook voor Hem willen sterven. Hij zorgt ervoor, dat ze hun sterven beleven als een dienen van Hem, tot zijn eer.

Wat betekent “voor de Heere sterven”? Het antwoord op deze vraag wil ik u geven met de woorden van een begaafd leraar van onze kerk, aan wiens voeten ook onze broeder heeft gezeten. De Heere sterven, wil zeggen: zo sterven dat zijn gunst over ons sterven ligt en de ogen van Jezus vriendelijk naar ons kijken.

De Heere sterven betekent, Hem te geloven waar alles voor onze ogen breekt en ook wij zelf ondergaan. De Heere sterven betekent, ons leven in zijn genadige handen leggen, omdat niets ons meer redden kan, dan Hij alleen. De Heere sterven betekent, Hem aanbidden, terwijl wij alles op aarde moeten loslaten, maar Hem niet. Dit sterven ziet de Heere als een offer Hem gebracht.

Dit sterven is tegelijk een getuigenis voor Hem. Het is het allerlaatste en kostbaarste getuigenis dat een mens op aarde kan afleggen voor zijn Heere. Hem alleen zij alle lof en dank, zodat wij met volle vrijmoedigheid van het geloof onder het leven en sterven van onze broeder Paul Schneider mogen schrijven: “Leven wij, zo leven wij de Heere, sterven wij, zo sterven wij de Heere. Daarom, hetzij wij leven of sterven, wij zijn des Heeren. Want daartoe is Christus ook gestorven en opgestaan en weer levend geworden, opdat Hij Heere zij over doden en levenden.”

A.B. Goedhart, Leerbroek