Terug naar Ecclesianet.nl

“Pilatus wast zich de handen in onschuld”

(Matth. 27 : 24)

Lange tijd is dit schilderij voor een echte Rembrandt doorgegaan. Nu hebben de geleerden vastgesteld, dat het toch van een van zijn leerlingen is. Maar dan wel van een goede, want het is een meesterstuk van karakteruitbeelding.

Pilatus heeft plaatsgenomen op de rechterstoel. Rustig en uiterlijk kalm zit hij daar in zijn prachtige mantel, waarover zoiets als een ambtsketen hangt. Het Romeinse gezag in al zijn majesteit wordt door hem vertegenwoordigd, al is het natuurlijk wel de vraag, of Pilatus ooit zo’n kostuum van een 17e-eeuwse regent heeft gedragen! De fraaie hoed overschaduwt enigszins zijn in gedachten verzonken gelaat. Achter hem staat een oude raadsman die gespannen toekijkt. Vóór de stadhouder staat een jonge lakei, een kind nog. De betekenis van deze ceremonie mag misschien niet helemaal tot hem doordringen, maar hij voelt wél hoezeer het erop aankomt, dat hij Pilatus goed bedient. Met de linkerhand tilt hij behoedzaam de kan omhoog waaruit het water over de handen van de stadhouder stroomt, en met de rechter houdt hij zijn heer de schaal voor die het water weer moet opvangen.

Links steken de lansen van de soldaten tegen de lucht van de vroege ochtend af. Zij herinneren ons aan de Gevangene, om Wie het hier allemaal begonnen is…

Pilatus … Als wij deze figuur van wat dichterbij bekijken, is het eerste dat ons opvalt, dat hij, die door zijn representatieve voorkomen zo’n gezag uitstraalt, in zijn innerlijk helemaal niet zo sterk is. Zijn gelaatsuitdrukking verraadt iets van een zwakke persoonlijkheid; iemand die zijn nek niet echt durft uit te steken. Bovendien is dit de kop van een man die zich liever aan bespiegelingen wijdt dan dat hij krachtige maatregelen neemt; meer iemand van de theorie dan van de praktijk. Wat Jezus zegt, vindt hij zeker interessant, en het raakt hem zelfs. Maar aan de andere kant hebben studie en reflectie hem gebracht tot de grote vraag van de scepticus: “Wat is waarheid?”(Joh. 18 : 38).

Ten derde verraadt zijn houding ook tevredenheid over de oplossing die hij verzonnen heeft. Het is slim bedacht. Door voor iedereen zichtbaar dit ritueel uit te voeren, laat hij duidelijk zien dat hij zich losmaakt van de verantwoordelijkheid van dit vonnis, en die ten volle legt op de overpriesters en oudsten. Hij wil er letterlijk zijn handen niet aan vuil maken.

Maar … zit er in zijn blik ook niet iets onrustigs? Het is alsof hij wegkijkt in de verte …alsof zijn gedachten afdwalen … Is hij wel zo zeker van zijn zaak als het gebaar van zijn handen doet vermoeden? Hij doet gerust, maar ís hij het ook? Zijn geweten lijkt hem in te fluisteren dat er iets niet klopt. Mag dat wel, een rechter die de verantwoordelijkheid van zich afschuift?

Pilatus denkt zijn handen in onschuld te kunnen wassen … Maar door níet te kiezen, kiest hij ook, nl. tegen Jezus. Door zijn toedoen, beter gezegd: door zijn nalatigheid geeft hij Jezus dan toch maar over aan de dood. Dat kan al het water van de zee niet afwassen. Dan heeft Lady Macbeth in Shakespeare’s gelijknamige tragedie het toch veel dieper gepeild, toen zij klaagde dat alle parfums van het Oosten niet in staat waren, het bloed van haar handen als moordenares af te wassen …

Eén ontbreekt er op dit schilderij: Jezus, aan wie wij toch allen moeten denken, als we hier naar kijken. Híj is het die door dit alles heen zijn eenzame weg gaat naar het kruis. Daar zal Hij als de grote Donor zijn bloed geven om ons te redden. En … het is het bloed van Jézus, Gods Zoon, dat ons écht reinigt van alle zonde … “Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, om ons de zonden te vergeven, en ons te reinigen van alle ongerechtigheid.”(1 Joh. 1 : 7b, 9).

Ja, amen, ja,
op Golgotha,
stierf Hij voor onze zonde.
Zijn schuld’loos bloed
maakt alles goed
en reinigt ons van zonde.
Heer, waar dan heen?
Tot U alleen!

J. Riemersma, Sliedrecht