Terug naar Ecclesianet.nl

Wat te denken van Isis?

Het nieuws wordt de laatste maanden meer en meer beheerst door wat er zich in Irak en Syrië afspeelt door toedoen van de terreurbeweging Isis. Hoe moeten we deze beweging zien? Als een ‘legitieme’ loot aan de stam van de islam of als een moderne ‘bevrijdingsbeweging’, die geïnfecteerd is met haat tegen het Westen en met infernale ideeën, terwijl zij opereert onder het mom van de islam?

Als ik op deze vraag een antwoord wil formuleren, doe ik dat door te wijzen op het boek van dr. W. Aalders, ‘Luther en de angst van het Westen’ (1983). Onder de ‘angst van het Westen’ verstond dr. Aalders de angst voor de geschiedenis. Met ‘geschiedenis’ doelde hij op de dynamiek van de geschiedenis, die het eerst tot ontwikkeling kwam in Europa.

In het boek ‘De Kerk het hart van de wereldgeschiedenis’ (1995) maakt hij duidelijk wat hij daarmee bedoelde. Hij wees op het grote onderscheid tussen ‘revolutie’ en ‘reformatie’. Revolutie houdt in: ondermijning van de orde die God geeft in de schepping en in de wet. Reformatie betekent het herstel van deze orde en de aansluiting van de mens daarbij. Het revolutionaire denken, waarin het denken zich verzelfstandigt en breekt met God en met zijn geboden en zijn verbond, wijst dr. Aalders het eerst aan bij Macchiavelli (1469 – 1527). Dit denken heeft zich vertakt in Europa. Vooral in Frankrijk won het terrein. Het trad in al zijn verschrikking naar voren in de Franse Revolutie. Veelzeggend is dat daar rond 1790 de eerste genocide plaatsvond. Het revolutionaire denken bleek ondermijnend te zijn voor het recht en voor de staat.

Niemand die dat beter inzag dan de Engelse staatsman Edmund Burke (1729 -1797). Hij sloeg alarm. Hij zag het revolutionaire denken als een virus dat, als het niet acuut bestreden werd, alom verwoestingen zou aanrichten. De geschiedenis heeft Burke in het gelijk gesteld.

Een van Burke’s geestverwanten en navolgers was Groen van Prinsterer. De titel van zijn bekendste boek (‘Ongeloof en Revolutie’, 1848) laat zien dat Groen in het spoor van Burke ging door het revolutionaire denken te verklaren als een vrucht van ongeloof. Ongeloof baart revolutie. Zolang men het ongeloof niet afzweert, valt deze revolutie, aldus Groen, niet te stuiten. Tegen het revolutionaire denken zal geen wet of gebod standhouden, tenzij men houvast vindt in God. Groen voorspelde dat de revolutionaire dynamiek in de 20e eeuw catastrofes in de volkerenwereld teweeg zou brengen. Hij kreeg gelijk. Het revolutionaire denken baarde ideologieën als het communisme en het nationaal-socialisme van Hitler en vormde de oorzaak van de Russische Revolutie en de Tweede Wereldoorlog. Miljoenen doden waren het gevolg.

Na de val van het communisme en de Berlijnse muur (op 9 november 25 jaar geleden) keek de Franse schrijver François Furet op de 20e eeuw terug. Het boek waarin hij dit deed, gaf hij de veelzeggende titel ‘La fin d’une illusion’. Zowel het nationaal-socialisme als het communisme bleken illusies te zijn. Miljoenen mensenlevens bleken opgeofferd te zijn aan wat als een illusie getypeerd moet worden.

De dynamiek van de geschiedenis deed zich in de 20e eeuw niet alleen in Europa voor. Hij had ook andere werelddelen bereikt: de voormalige Sowjetlanden, China, Cambodja en Vietnam. Nameloos leed is erdoor veroorzaakt.

De wind van de revolutie was in enkele honderden jaren uitgegroeid tot een orkaan. De beeldspraak is niet willekeurig gekozen. Een orkaan ontwikkelt zich boven het zee-oppervlak. Aanvankelijk is er sprake van weinig windkracht, maar door warmteverschillen wakkert de wind snel aan en wordt hij verwoestend sterk. Zo krijgt hij een steeds groter bereik. Zo is het gegaan met de geschiedenis-dynamiek. Deze begon op kleine schaal, maar allengs ontwikkelde hij kracht. Meer en meer landen kreeg hij in zijn greep, waaronder dus Rusland en de Oost-Aziatische landen.

Ook de landen in het Midden-Oosten kwamen ermee in aanraking. Dat gebeurde in de 19e eeuw ten tijde van de kolonisatie. Vanaf de 16e eeuw leidden de islamitische volkeren in het Midden-Oosten een bijna slapend bestaan. Dat veranderde toen de Europeanen de kolonisatie inzetten. Daardoor raakten zij betrokken bij wat zich afspeelde in Europa (waar de geschiedenis- dynamiek het sterkst is). Dat gebeurde tijdens de Eerste Wereldoorlog: de koloniserende landen bestreden elkaar ook in het Midden-Oosten. Bijna dertig jaar later brak de Tweede Wereldoorlog uit. Ook deze liet het Midden-Oosten niet ongemoeid. Hitler kreeg connecties in de islamitische wereld, waar de Joden die volop naar Palestina trokken in veel gevallen bitter gehaat werden. Na de Tweede Wereldoorlog werden de landen in het Midden-Oosten betrokken bij de spanningen van de Koude Oorlog. De vestiging van de staat Israël (1948) bracht hen in beroering en bracht hen op het oorlogspad. Het Joodse volk wist meerdere oorlogen te winnen. In Iran deed zich in 1979 een revolutie voor. De haat tegen Israël en het Westen nam in grote delen van het Midden-Oosten exorbitante vormen aan. Ook de islamatische wereld bleek niet bestand tegen de dynamiek van de geschiedenis.

Edmund Burke vergeleek, zoals gezegd, het kwaad met een virus. Als men het op een bepaalde plaats denkt te kunnen localiseren en bestrijden, moet men op zijn hoede zijn. Het kan zomaar ergens anders de kop op steken. Nog gevaarlijker is het wanneer het virus een mutatie aangaat met een ander virus. Het nieuwe virus is nog agressiever. Het kan zich in een mum van tijd verspreiden. Het lijkt me dat precies dit gebeurd is in het Midden-Oosten. Daar heeft het revolutionaire, nihilistische virus dat in de 20e eeuw wereldwijd om zich heengreep, zich gemuteerd met een ander virus: dat van de radicale islam. De terreurgroepen Al Qaeda en Isis zijn er de exponenten van.

Ik werd in deze overtuiging bevestigd door een reportage, die onlangs op CNN te zien viel. Een journalist wees op het paradoxale karakter van Isis. Hij schilderde de gewelddadige praktijken ervan en stelde: “Er is sprake van een merkwaardige vermenging van twee levenssferen. Aan de ene kant is er de streng islamitische wetgeving, aan de andere kant veroorlooft men zich dingen die binnen deze wetgeving nauwelijks een plaats hebben. Men verhandelt er meisjes, men doodt lukraak, men neemt vrouwen ten huwelijk, die men meedogenloos verkracht. Er is aan de ene kant sprake van radicale strengheid en aan de andere kant van een apert cynisme. Deze combinatie maakt Isis paradoxaal en ongrijpbaar.”

De revolutie heeft de islam bereikt, met alle gevolgen van dien. Het revolutionaire denken is ‘een fusie’ aangegaan met de radicale islam. De islam is in Al Qaeda en in Isis ideologisch geworden en richt nietsontziend ravage aan, ook onder moslims.

Deze nieuwe beweging vormt inmiddels een bedreiging voor de hele wereld: ze steekt de kop op in Yemen, ze heeft zich genesteld in Somalië, ze tiert in Syrië en maakt zich breed in Irak. Ook Libië heeft ermee te maken. Hetzelfde geldt voor Marokko, Nigeria etc.etc. Het is tijd om wakker te worden en te doorzien waar het hier eigenlijk om gaat, zodat de wereld in actie komt.

H. Klink, Hoornaar