Terug naar Ecclesianet.nl

Het levende water in het centrum van Rome

In maart van dit jaar schreef ik een artikel over enkele impressies die ik opdeed in Rome. Ik schreef onder andere over één van de adressen die ik samen met mijn vrouw altijd bezoek, wanneer wij in Rome zijn. Het betreft het restaurant ‘L’eau vive’. Graag wil ik in dit nummer aan dit restaurant wat extra aandacht geven.

Het bevindt zich pal in het centrum, niet ver van het Pantheon, in de Via Monterone (nummer 85), de weg die leidt naar Largo Argentina. Wie het restaurant binnengaat, merkt al dat er een heel andere sfeer heerst dan in de nabijgelegen andere eetgelegenheden. Hoe gezellig deze ook zijn, men voelt dat het de eigenaren en bedienden gaat om zoveel mogelijk klanten, teneinde zoveel mogelijk winst te maken. Er is sprake van drukte en gehaastheid. In ‘L’eau vive’ is het tegendeel het geval.

Het restaurant wordt beheerd door zusters, die horen tot een van oorsprong Franse orde: de Travailleuses Missionaires. Ze hebben een bepaalde missie. Deze missie wordt weergegeven in naam van het restaurant ‘L’eau vive’. Het is de moeite waard om enige woorden aan deze naam te wijden. Zo wordt duidelijk wat het bijzondere is van de zusters en wat de achtergrond vormt van de kracht van de liefde die in het restaurant merkbaar aanwezig is. Het laat ons enigszins zien hoe het Evangelie vandaag de dag kan worden vormgegeven en hoe het de moderne mens kan bereiken.

Een vrouw die troost zoekt

‘L’eau vive’ is het Franse woord voor ‘het levende water’. Ongetwijfeld is de naam ontleend aan Johannes 4, waar de evangelist vertelt van de ontmoeting tussen Jezus en de Samaritaanse vrouw. Het verhaal is bekend. De Here Christus is op weg van Judea naar Galilea en trekt dit keer door Samaria. Rond het middaguur komen Hij en zijn discipelen bij Sichem, de plaats waar Jacob 1500 jaar eerder een put geslagen had om zijn vee te kunnen laten drinken. De waterput is er in Jezus’ dagen nog en hij functioneert nog. Jezus gaat in de buurt ervan zitten, in de schaduw van een boom. Het is op het heetst van de dag. Als de discipelen zich naar Sichem begeven om daar voedsel te kopen, komt er een vrouw aan. Ze heeft een kruik bij zich waarin ze het water kan bewaren dat ze op wil diepen.

Wie is deze vrouw? Ze komt uit Samaria, staat er. Het is van belang dit te onderstrepen. Vaak wordt er vanuit gegaan dat zij uit Sichem komt. Men veronderstelt dan dat ze met opzet op dit uur komt, omdat ze zich schaamt voor de andere mensen uit Sichem, die op dit tijdstip hun siësta houden: ze is mensenschuw geworden vanwege haar levensgeschiedenis. Toch staat dat er niet. Sterker: het lijkt erop dat de mensen, die ze later in Sichem aanspreekt, niet op de hoogte zijn van wat haar in haar leven is overkomen. Ze is voor hen een onbekende.

Geen wonder: er staat duidelijk dat ze uit Samaria afkomstig is. Samaria ligt een twintigtal kilometer verwijderd van Sichem. Deze afstand heeft ze lopend moeten overbruggen. Dat verklaart waarom ze midden op de dag bij de bron aankomt. De tocht zal ongeveer 5 uur geduurd hebben. Ze is vroeg weggegaan om met het middaguur in Sichem aan te kunnen komen. Op het heetst van de dag kan ze in de schaduw van de bomen rond de bron rusten en zich aan het water laven.

Wat is het motief van haar verre reis? Behoefte aan water kan het niet geweest zijn. Ook in Samaria zijn waterbronnen! Het kan niet anders of het doel van haar reis hangt samen met het bijzondere karakter van deze bron. Het is de bron van Jacob. Daar wil ze water putten. Zij zelf brengt het gesprek dat ze straks met Jezus heeft op het unieke van deze bron. Daarbij noemt ze Jacob ‘onze‘ vader.

In een gesprek dat ik had met dr. W. Aalders bracht hij het volgende naar voren: zou het kunnen dat deze vrouw iets op het oog heeft, waar wij als protestanten doorgaans niet mee rekenen? Heeft zij Sichem gezien als een bedevaartoord? Heeft ze het water uit de bron van Jacob mee willen nemen als een soort aandenken, zoals dat nog gedaan wordt door mensen die bijvoorbeeld Lourdes bezoeken? We kennen dit fenomeen. De mensen die er komen, nemen wat water mee in een fles of kruik. Het biedt hen op moeilijke momenten wat troost en houvast. Probeert deze vrouw enig houvast te vinden in haar troosteloze leven, waarin zoveel gebeurd is? Ze heeft vier mannen gehad en woont nu samen met een man die de hare niet is. Wat heeft ze allemaal meegemaakt? Hoe zijn de mannen met haar omgegaan? Waar heeft ze zich in gestort? Wat is er van haar leven terecht gekomen? Is er niet veel voor te zeggen dat ze om die reden naar Sichem is gekomen?

Bij de bron

Daar zit Jezus bij de bron, een Joodse man, die ze niet kent. Als ze het water naar boven schept, spreekt Hij haar aan. Tot haar grote verbazing. Dat een man dat doet (de discipelen verbazen zich er straks ook over dat Hij in gesprek is met een vrouw – dat was hoogst ongebruikelijk)! En dan nog wel een Joodse man. Hij richt zich tot haar, een Samaritaanse vrouw. Hij vraagt bovendien een gunst: “Wilt u mij ook wat water schenken?”

Ze steekt haar verbazing niet onder stoelen of banken: “Hoe komt u ertoe om dat te vragen?” Het antwoord dat Jezus geeft, is misschien wel één van de meest veelzeggende bijbelteksten: “Als u eens wist, wie het is, die u dit vraagt, dan zou u van Hem levend water gevraagd hebben – en… Hij zou het u gegeven hebben.”

Jezus bedoelt een contrast aan te geven: dit water, uit Jacobs bron, geeft misschien enige troost, zoals het de dorst maar voor een korte tijd lest. Maar werkelijke troost, werkelijk houvast en het leven zelf vindt u, als u het van Mij vraagt. En, áls u het vraagt, geef Ik het u.

Zo komt het gesprek op Jezus. “Pretendeert Hij meer te zijn dan vader Jacob, die deze waterput gegraven heeft? Als dat zo is, laat Hij dat levende water geven!” Bijna klinkt er een schampere klank door in haar stem. Kan Hij zijn pretentie waar maken? Maar Jezus zet door en antwoordt: “Ik zal het u geven. Ga uw man halen en kom hier.” Dat treft haar in de ziel: “Ik heb geen man.” Als ze dit zegt, licht haar hele leven voor Jezus’ geestesoog op. Hij ziet alles wat er zich in haar leven heeft afgespeeld en waarin ze verstrikt geraakt is. Om haar daar uit te halen, antwoordt Hij: “Dat hebt u terecht gezegd – u hebt vier mannen gehad en degene met wie u nu samenwoont, is niet uw man.” Nu treft Hij doel. Ze is geraakt tot in het diepst van haar innerlijk. Daar in diep in haar binnenste zit haar verdriet, de pijn vanwege de mislukkingen. Ze heeft met zichzelf geen raad geweten en is verstrikt geraakt in het leven. Hier is iemand die dat aanwijst. Is Hij dan werkelijk meer dan Jacob – en heeft Hij meer te bieden? “Ik zie dat u een profeet bent. Maar u bent een Joodse man. Hoe zit dat dan tussen Joden en Samaritanen? Wie heeft er gelijk? Waar moeten we aanbidden?” “Als de Messias komt” aldus de vrouw, “zal Hij ons dat allemaal vertellen.”

Het antwoord dat Jezus dan geeft, vormt de kern van deze gebeurtenis: “Ik ben het, die met u spreekt!” De vrouw is verbijsterd. Deze man heeft haar leven doorzien, tot het meest zondige en gecompliceerde toe. En… Hij is bereid als de Messias haar levend water te geven, als ze erom vraagt.

Door dit gesprek heeft ze de bron gevonden van levend water. De Bron zelf heeft ervoor gezorgd dat het water dat Hij biedt, kan gaan stromen door de bedding van haar leven. Hij heeft de verstopte kanalen zojuist opengebroken, door haar leven bloot te leggen. Hij deed dat niet niets-ontziend, maar als Iemand die bereid was te helpen!

De bron die ze hier bij Hem aanboort, zorgt ervoor dat haar levensdorst definitief verdwijnt. Deze bron zorgt ervoor dat God aanbeden wordt, het contact met Hem hersteld wordt. En God is overal. Deze bron geeft dan ook voortdurend water, niet alleen in Sichem of Jeruzalem, maar overal – ook in haar huis in Samaria. Zo wordt hij in haar tot een fontein van levend water.

Deze vrouw is door de ontmoeting met Jezus zuiver tegenover God komen te staan. Hij had haar en haar mislukte leven lief. Hij is meer dan vader Jacob. Hij onderhoudt het leven niet alleen, maar herstelt het!

Toewijding

Het restaurant in Rome draagt de naam ‘L’eau vive’. De gasten ontmoeten er in de zusters iets van wat de Samaritaanse vrouw in Jezus ontmoette. Wie zijn deze zusters? Zoals gezegd behoren ze tot de orde van de Travailleuses Missionaires. Deze werd in 1950 in Parijs opgericht door Marcel Roussel (1910 – 1984). Het is een orde waarin men intreedt om de geseculariseerde Westerse mens weer met het Evangelie bekend te maken en om daadwerkelijke hulp te bieden in gebieden waar nood is, vooral in landen die ooit Franse kolonies waren, zoals Burkina Fasso, Congo, Marokko, Vietnam, Cambodja etc. In meerdere wereldsteden heeft de orde restaurants. Het geld dat daar verdiend wordt, besteedt men aan bijvoorbeeld enkele weeshuizen die de orde heeft, ondermeer in Afrika, waar andere zusters uit de orde werkzaam zijn. De zusters doen het werk volkomen belangeloos. Het restaurant is voortreffelijk en niet duur. En het geld dat door hen verdiend wordt, komt volledig ten goede van de missie. Deze belangenloosheid, samen met de toewijding aan het werk van liefde, stempelen de sfeer in ‘L’eau vive’.

Enkele voorwaarden zijn verbonden aan de intrede in de orde: in Frankrijk (Besançon) volgen de zusters een opleiding. Ze leren er de Franse taal goed spreken, ze krijgen les in theologie en filosofie en lezen christelijke literatuur. De leiding van de orde bepaalt vervolgens waar ze gaan werken en hoe lang ze ergens verblijven. Zo trof ik ik Rome enkele jaren geleden een zuster, soeur Rosalie, die mijn vrouw en mij met gloed vertelde over het mooie werk dat ze ooit deed in Afrika in een weeshuis. Ze vertelde over de kinderen, die als het tehuis er niet geweest was, op straat en hoogstwaarschijnlijk in de prostitutie terecht gekomen zouden zijn. Nu vinden ze een onderdak en vooral: toewijding en zorg. Ze beaamde dat het werk soms moeilijk is: “Elk kind heeft zijn eigen geschiedenis. Ouders zijn overleden aan drugs of aan aids. Sommigen zwierven al jaren over straat met alle gevolgen van dien. Om de kinderen voor je in te winnen – dat valt niet mee.” Toch moet het haar goed afgegaan zijn. Ze sprak met zichtbare liefde over haar werk. De bewuste zuster is inmiddels weer overgeplaatst naar het weeshuis, waar ze nu rector is.

Belangenloosheid en liefde

De restaurants in de grote wereldsteden zijn er dus om dit werk te kunnen financieren. Maar dat is niet de enige reden van hun bestaan. De zusters willen er ook iets van het Evangelie naar voren brengen. Om die reden moeten ze de taal leren van het land waarin ze wonen, in Rome het Italiaans. De zusters doen hun werk bescheiden en ingetogen. De sfeer van belangeloosheid en liefde die er te vinden is, is al sprekend genoeg. De gasten raken ervan onder de indruk.

Op één moment is het heel duidelijk dat de gasten te maken hebben met een religieuze orde. Dat is rond half tien in de avond. Dan worden ze uitgenodigd om mee te doen aan de avondsluiting. Dat houdt in dat aan alle gasten een kaartje wordt aangereikt met daarop een lied. Als er stilte gevallen is, wordt een korte introductie gegeven op het zingen. Daarin wordt doorgaans gewezen op de rijkdom die bij God te vinden is, in onderscheid tot het geweld in deze wereld. De spreekster vraagt de gasten om in deze wereld God niet te vergeten, die in Jezus op aarde is gekomen, bij wie vrede en blijdschap is en eeuwig leven. Vervolgens wijst zij op de aankondiging van de geboorte van Christus, het licht der wereld. Dan wordt een lied gezongen: het Ave Maria. Het is opvallend dat veel gasten in het begin wat aarzelend reageren, maar gaandeweg meezingen.

Christus’ macht

Als protestant is die aarzeling bij sommige regels uit het lied begrijpelijk. En toch is het indrukwekkend wat daar gezongen wordt. Meerdere gesprekken voerde ik met de zusters. Daaruit bleek natuurlijk dat ik protestants predikant ben. Nooit steek ik onder stoelen of banken dat ik een grote voorliefde heb voor Luther. Wat me altijd weer opvalt, is dat er geen enkele rancune richting hem te bespeuren valt. Integendeel. Het besef van de genade is zo sterk aanwezig, dat er sprake is van een grote geestverwantschap.

Dat laatste bleek me onlangs ook tijdens een van de diensten die ik in Rome meemaakte. Het was in de Santa Maria di Trastevere, waar een andere beweging die zich in Rome manifesteert dagelijks druk bezochte diensten houdt: de Aegidius beweging. In een preek die ik hoorde over de weduwe van Naïn werd gewezen op haar onmacht tegenover de dood. “Zo staan wij in deze wereld en zo gaan wij door het leven: zo onmachtig, tegen de dood, de zonde en het kwaad. Daar komt Jezus bij de stoet die het stadje Naïn uitloopt. Hij ziet hun onmacht. Hij is de machtige. Hij gebiedt de schare te stoppen en manifesteert zijn macht. Hij overwint de dood en de zonde en het kwade.” De prediker vervolgde: “Dat leerde Paulus meer en meer. Een engel van de satan sloeg hem en hij vroeg om verlossing. Maar nee: ‘Mijn genade is u genoeg. Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht.’” Zo, aldus de prediker, leven wij, uitsluitend steunend op de macht van Christus, die in onze zwakheid duidelijk naar voren treedt. En juist zo zijn wij anderen tot steun.

Een stille kracht

Die geest heerst in ‘L’eau vive’.

Men is zich bewust van het kwaad in de wereld, maar ook daarvan dat Gods kracht in zwakheid volbracht wordt. Illustratief voor het besef van de macht van het kwade en de genade van God die sterker is, is misschien wel wat een van de zusters me begin dit jaar vroeg. Na een gesprek over de diepste kern van het geloof vroeg ze me te bidden voor haar jongere broer. Deze stond in Afrika voor het examenjaar. Hij hoopte te slagen, want dan lag een reis naar Amerika in het verschiet. Daar wilde hij gaan studeren. Zij en haar ouders gunden hem dat graag. Alleen: er is in de wereld zoveel kwaad. Zou hij het geloof weten te bewaren? “Mag ik u vragen voor hem te bidden?” Nu, ruim een half jaar later, kwam ze naar me toe. Ze was haar vraag van destijds niet vergeten: “Het gaat goed met mijn broer. Wilt u uw gebed volhouden?”

De zusters beseffen dat er veel mis is in deze wereld. Ze zijn daarbij uitermate barmhartig. Toch zijn ze in en door hun zuiverheid krachtig. Ze doen hun werk in het besef dat zij door Gods genade ofwel voor de wirwar van het leven en de zonde bewaard zijn gebleven ofwel daaruit gered zijn. Daardoor zijn ze dermate onder de indruk van de liefde van God, dat deze liefde hun leven stempelt. En vooral: er leeft bij hen de stille hoop dat ze voor degenen die hun restaurant bezoeken, iets kunnen betekenen. Anders gezegd: dat ze wellicht iemand als de Samaritaanse vrouw, die verstrikt raakte in het leven, in aanraking mogen brengen met de bron van het levende water, Christus, waaruit ze zelf rijkelijk putten.

H. Klink, Hoornaar