Terug naar Ecclesianet.nl

In memoriam Otto Jan de Jong ( 1926 – 2013)

Op 12 november jongstleden is op 87-jarige leeftijd overleden Otto Jan de Jong. Professor De Jong woonde in Amsterdam, waar op 19 november, de dag van zijn crematie, een dankdienst werd gehouden.

Professor De Jong werd geboren op 14 oktober 1926. Hij werd predikant in 1955. Hij ontpopte zich vooral als een bevlogen kerkhistoricus. Zijn ‘loopbaan’ geeft daar blijk van: in 1957 promoveerde hij op een studie over de geschiedenis van de kerk in de periode 1550 tot 1580 in zijn geboorteplaats Culemborg. Hij was toen al predikant. In 1964 werd hij aan de Rijksuniversiteit in Groningen benoemd tot lector Nederlandse kerkgeschiedenis. Vier jaar later volgde zijn benoeming tot hoogleraar kerkgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. In 1972 wisselde hij deze functie in voor de hoogleraarspost in Utrecht. Hij werd er hoogleraar geschiedenis van het christendom na 800. Bekend werd hij door het Handboek voor de kerkgeschiedenis dat (1975) en dat aan de universiteit van Utrecht terecht verplichte leerstof werd.

In Utrecht leerde ik tijdens mijn studiejaren professor De Jong kennen als een goede hoogleraar, die bevlogen college gaf en als een zeer bekwaam bestuurder. Hij was er ondermeer rector magnificus.

Na mijn studietijd had ik het voorrecht hem beter te leren kennen. Ik klopte bij hem aan voor begeleiding van mijn promotieonderzoek over Willem van Oranje. Door de contacten die toen ontstonden, kwam ik met een zekere regelmaat bij professor De Jong en zijn vrouw thuis, waar gastvrijheid hoog in het vaandel stond. Ik bracht er leerrijke en gezellige uren door. Ik leerde hem kennen als een zeer voorkomend en belangstellend mens. Hetzelfde gold voor zijn vrouw. Hartelijkheid stond hoog in het vaandel en was een natuurlijke levensinstelling van beiden. Typerend is wat hij eens in een interview naar voren bracht: “Tentamens hadden meestal bij mij thuis plaats. Ik had de gewoonte om alleen mondelinge tentamens af te nemen. Als je een schriftelijke toets afneemt, is het mogelijk dat studenten op het verkeerde spoor raken als het begin niet juist is. Tijdens een mondeling tentamen kun je de antwoorden beter peilen. Het is wel eens gebeurd dat ik vreemde antwoorden kreeg over datgene wat ik zelf in mijn boek had geschreven. Als dat een paar keer gebeurde, wist ik dat ik zelf iets niet goed had verwoord.”

Ook na mijn promotie hielden we contact. Een tiental jaar geleden verhuisden prof. De Jong en zijn vrouw naar Amsterdam. Ik zal de zondag die mijn vrouw en ik eens bij hen doorbrachten niet snel vergeten. Samen gingen we ter kerke in de Westerkerk, waar professor De Jong in die tijd met grote regelmaat dr. Aalders ontmoette. De contacten met dr. Aalders en ondergetekende, resulteerden in meerdere artikelen in Ecclesia en in een lezing die hij in 2005 op de conferentie hield.

In de Westerkerk zijn hij en zijn vrouw blijven kerken. Tijdens de dankdienst die daar plaatsvond op 19 november jl. werd gememoreerd dat het professor De Jong een doorn in het oog was als Christus niet verkondigd werd: “Dan kunnen we net zo goed naar de synagoge gaan”, moet hij eens gezegd hebben. Een uitspraak die hem typeerde en die des te opmerkelijker was omdat hij een irenisch man was. Het was typerend voor professor De Jong dat hij vrienden had uit de vrijzinnigheid en uit de rechterhoek van de kerk. Toch was hij, geen ‘allemansvriend’. Zijn welwillendheid maakte hem ontvankelijk voor andere mensen. Hij trad hen open tegemoet, dreef de dingen niet op de spits, was bedacht op samenwerking, maar deed als het er echt om ging geen water bij de wijn. Hij wist dingen op waarde te schatten en trad de ander met grote openheid tegemoet. Die kwalificaties maakten hem uitermate geschikt voor hoogleraar kerkgeschiedenis en bestuurder. Ze maakten hem tot een oprecht christen en tot een innemende man, in wie zijn vrouw, kinderen en kleinkinderen na zijn overlijden veel zullen missen. Op het overlijdensbericht valt een uitspraak van Nescio te lezen: ‘Gods troon is nog ongeschokt’. We spreken de wens uit dat mevrouw De Jong, de kinderen en kleinkinderen dat in moeilijke momenten mogen ondervinden.

H. Klink, Hoornaar