Terug naar Ecclesianet.nl

Uit een kerstpreek van Hermann Friedrich Kohlbrugge

Omdat nu de kinderen vlees en bloed hebben, is Hij dat op dezelfde wijze deelachtig geworden, opdat Hij door de dood, dat is dor zijn dood, de macht zou ontnemen aan degene, die het geweld van de dood had, dat is de duivel en verlossen zou degenen die door vrees voor de dood gedurende hun hele leven aan de dienstbaarheid onderworpen waren (Hebr. 2). En daarom moest Hij in alle dingen zijn broeders gelijk worden, opdat Hij barmhartig zou worden en een getrouw Hogeprister voor God om de zonden van het volk te verzoenen (Hebr. 2: 17). Want wij hebben geen Hogepriester, die niet zou kunnen medelijden hebben met onze zwakheid, maar die in alle dingen verzocht is, zoals wij, zonder zonde (Hebr. 4: 15). Aan dit Woord hebben wij ons te houden, dat in onze zwakheid, in onze machteloosheid gekomen is, en daarin alles volbracht heeft. Dan zullen ook wij, hoewel wij in onszelf niets vermogen en duizendmaal verloren zouden gaan, toch bestaan met dit Woord, dat vlees en daarmee onze Broeder geworden is. Hij is met ons. Wij zijn niet alleen,ook al voelen wij ons vaak alleen, eenzaam en verlaten. Hij is, doordat Hij in het vlees kwam, dezelfde weg der geringheid, der zwakheid in zichzelf, de weg van het geloof gegaan. Hij heeft het niet versmaad hier beneden te wonen, onder ons zijn tent op te slaan.