Terug naar Ecclesianet.nl

Bonhoeffers brieven aan broeders in de verstrooiing (I)

Nadat ik was uitgestapt op het station Szczecin Zdroje kon ik de weg weer eens niet vinden. Ondanks het gezwaai met mijn armen langs de kant van de weg waren weinig Polen zo vriendelijk om te stoppen. Met wie het al lukte om contact te leggen, kwam ik niet verder in het Pools en zij niet het Duits. Midden op de weg naast het station had ik meer succes. Een bordeauxrode Audi Q5 stopte en al snel opende de woest bebaarde bestuurder niet alleen eerst het raampje, maar ook een portier…

‘Wat zoekt een jonge kerel uit Holland nu op koude februarimorgen in Polen’, vroeg Friedrich terwijl hij zijn auto zo dicht achter een tegenligger stuurde dat ik werkelijk dacht dat mijn laatste uur was geslagen. ‘Dietrich Bonhoeffer? Ja, daar heb ik weleens van gehoord. Die heeft best wat betekend voor Szczecin (Duits: Stettin).’ De beste man - hij had de klok wel horen luiden… Maar ondertussen zette hij me na de zenuwslopende rit toch keurig af aan de JabÅ‚oniowa. Daar stond van 1935 tot 1937 (destijds: Waldstrasse 5) het predikantenseminarie met het bijbehorende broederhuis waar Bonhoeffer samen met Wilhelm Rott leiding aan gaf. In wat toen Finkenwalde heette, stond een van de vijf predikantenseminaries van de Bekennende Kirche van de Oud-Pruisische Unie. Studenten die hun theologieopleiding hadden voltooid werden hier voorbereid op het predikantsambt. Predikanten die al in hun ambt stonden waren ook in de gelegenheid cursussen bij te wonen.

Een bijzondere aanleiding om Szczecin Zdroje, het voormalig Finkenwalde dus, recent te bezoeken vormde voor mij de uitgave van een nieuw boek dat begin dit jaar in Berlijn werd gepresenteerd. Fenestra Verlag verzorgde de uitgave van Bonhoeffer in Finkenwalde. Briefe, Predigten, Texte aus dem Kirchenkampf gegen das NS-Regime 1935-1942.1 In twee artikelen wil ik stilstaan bij deze uitgave.

Opzet boek

Is er wat toe te voegen aan de wetenschappelijke uitgave van Bonhoeffers complete oeuvre in zeventien banden (Dietrich Bonhoeffer Werke (DBW))? Daarnaast aan de bundel So ist es gewesen. Briefe im Kirchenkampf 1933-1942, supplement op DBW? Een deel van Bonhoeffer in Finkenwalde is inderdaad al gepubliceerd in band 14, maar een gedeelte is nieuw, gebaseerd op originelen die zijn te raadplegen in de staatsbibliotheek in Berlijn. Daar is zowel de nalatenschap van Eberhard Bethge als van de familie Bonhoeffer naar toe gegaan. Het idee van een vernieuwde bundeling is afkomstig van Bethge zelf (blz. 49). Het ligt in de bedoeling dat een tweede boek van dezelfde uitgeverij verschijnt met artikelen over de interpretatie van de rondzendbrieven uit voorliggende bundel. De verschijning is gepland in 2014 en ligt evenals de redactie van dit boek in handen van dr. Karl Martin. Martin is werkzaam bij Fenestra Verlag, publiceert regelmatig over Bonhoeffer en is voorzitter van de Dietrich Bonhoeffer Verein, een vereniging die zich sinds 1983 vanuit het denken van Bonhoeffer inzet voor de bevordering van de christelijke verantwoordelijkheid in kerk en samenleving.2

De vuistdikke pil van bijna duizend pagina’s opent met een uitgebreide inleiding van de hand van dr. Martin. In ruim tachtig pagina’s leidt hij – in het eerste deel – de rondzendbrieven in door te wijzen op de context en hoofdthema’s. Daarna volgen in het tweede deel drieentwintig rondzendbrieven die vanuit het predikantenseminarie oud-studenten werden toegezonden. Een rondzendbrief was in deze tijd geen ongebruikelijk communicatiemiddel. In de jaren dertig van de vorige eeuw groeide het inzicht binnen de Belijdende Kerk dat men eigenlijk niet meer op de gebruikelijke communicatiekanalen kon vertrouwen. Voor de eigen weg van theologie en kerkstrijd moest men wel nieuwe middelen aanwenden. ‘Met de ‘Finkenwalder rondzendbrieven’, schrijft Martin, ‘werden Barmen en Dahlem op het gebied van de theologische ontwikkeling in praktijk gebracht’ (blz. 67).

De eerste rondzendbrieven werden geschreven door Bonhoeffer. Eerst was Albrecht Schonherr zijn vervanger, later Bethge.

Het derde deel bevat de achttien rondzendbrieven die Bonhoeffer zelf rondstuurde nadat de Gestapo op 29 augustus 1937 het seminarie had gesloten. De staat sloot niet alleen de predikantenopleiding, maar verbood ook de rondzendbrieven. Vanwege vernieuwde persvoorschriften moesten de brieven het opschrift ‘persoonlijke brief’ dragen. Dit noodzaakte Bonhoeffer de brieven op de typmachine met doorslagen te realiseren. Omdat de brieven van gemiddeld ruim 3.000 woorden naar zo’n honderdvijftig adressen gingen was het prettig dat zijn vriend Eberhard Bethge hierbij hulp verleende.

Naast de brieven zijn teksten opgenomen met informatie die licht laten vallen op de brieven, zodat deze in een juiste context geinterpreteerd kunnen worden.

Het vierde deel biedt zo’n honderdvijftig pagina’s aan achtergrondmateriaal. Hier zijn bijvoorbeeld officiele documenten te vinden van diverse synoden van de Belijdende Kerk m.b.t. de kerkstrijd. Verder is het boek gecompleteerd met tijdtafel en uitgebreide registers, zoals we dat gewend zijn van de DBW-uitgaven.

Als een soort van uitgeleide wordt de lezer meegenomen naar de Dietrich Bonhoeffertuin die is ingericht op de plaats waar het seminarie met broederhuis stonden.

Opmerkingen bij de uitgave

Voordat ik meer weergeef over de inhoud van de brieven, een drietal korte opmerkingen over de uitgave.

Allereerst is een compliment op zijn plaats voor dr. Karl Martin die samen met L.- Maximilian Rathke het monnikenwerk (een gewaagde typering in de sfeer van het boek…) heeft aangevat om de uitgave van deze bundel te verzorgen.

Vrijwel tegelijkertijd met de verschijning van Bonhoeffer in Finkenwalde wordt een nagenoeg gelijke uitgave gerealiseerd door Gutersloher Verlaghaus3. Met Fenestra Verlag is een strijd gestreden die wel eens is vergeleken met het gevecht tussen David en Goliath.4 Voor een bundel waarin het enerzijds over gemeenschap gaat en anderzijds over kerkstrijd is dat een verdrietige constatering.

De laatste kanttekening die ik wil plaatsen is dat het opmerkelijk is dat bij verwijzing naar documenten wel wordt verwezen naar DBW 14, maar niet binnen de bundel zelf. Dat brengt onnodig zoekwerk met zich mee bij de bestudering van het boek.

De rondzendbrieven

De rondzendbrieven vormden een beleidsmatig onderdeel van de opzet van het broederhuis bij het seminarie te Finkenwalde. Bonhoeffer stuurde op 6 september 1935 een brief naar de raad van de Evangelische Kerk van de Oud-Pruisische Unie met het voorstel een broederhuis op te zetten waar de (aanstaande) predikanten ‘een gemeenschappelijk christelijk leven’ zouden kunnen leiden. Bonhoeffer: ‘naast het werk aan de broeders die beginnen, moet de broederlijke verbondenheid met broeders die het seminarie achter de rug hebben gewaarborgd zijn door regelmatige rondzendbrieven, berichten, preken/meditaties en bezinning’ (blz. 97).

De eerste brief (van de hand van Albrecht Schonherr) opent met de wens dat de brieven meer zouden zijn dan een informatiebulletin voor voormalige studenten. ‘Wij weten dat ons samenzijn door gebed tot onze Heere en door voorbede, door broederlijke uitspraken en gemeenschappelijk avondmaal gevormd is. En alleen wanneer dit voor elkaar en met elkaar blijft, behouden wij een gemeenschap die het loont om te handhaven’ (blz. 106). Ook start de eerste ‘persoonlijke rondzendbrief’ van Bonhoeffer na de sluiting van ‘Finkenwalde’ niet direct met ach en wee over wat is gebeurd of met het ontvouwen van de toekomstplannen. Het geeft in een paar zinnen weer dat er niets te melden is. ‘Ondertussen’, schrijft Bonhoeffer, ‘zal onze gemeenschap door gebed en Schriftlezing niet afbreken. We denken dagelijks aan u allen, in het bijzonder aan de gevangenen’ (blz. 517-518). Het gedenken van de gevangenen komt expliciet aan de orde in de brieven. Veel van het wel en wee, zorgen en verhuizingen van de oud-seminaristen komt aan bod. Ontwikkelingen van de Belijdende Kerk en aansporing om te mediteren, de Bijbel te bestuderen en (voor elkaar) te bidden. Hoe de nazi-politiek zich ontwikkelt en wat de consequenties daarvan in de samenleving zijn, wordt in de brieven vooral zichtbaar in het groeiend aantal namen dat genoemd wordt van hen die gevangen zijn genomen. Dietrich Bonhoeffer en Martin Niemoller zijn bekend. Maar naast hen zijn er vanuit de Belijdende Kerk meer geweest die hun knie voor de Baal van het nationaal-socialisme niet hebben gebogen en daarom werden gearresteerd.

Bonhoeffer roept op tot gebed en ook uitvoerig tot geduld in de kerkstrijd. Ongeduld verbreekt namelijk de gemeenschap (blz. 569). Wat hij schrijft over geduld is buitengewoon de moeite waard.

Uiteindelijk komt het ook zover dat hij de oudseminaristen moet vertellen over broeders die in de strijd gevallen zijn. Het brengt de brievenschrijver tot bespiegelingen over de dood, ook tot troost van de nabestaanden.

De lezers van ‘Ecclesia’ wil ik er bijzonder op wijzen dat de naam van dr. H.F. Kohlbrugge volgens het register drie keer voorkomt in het boek. Allereerst in vermanende zin. Men is namelijk een aantal boeken kwijt, waaronder drie van Kohlbrugge: Laß dir an meiner Gnade genügen, Im Anfang war das Wort en Predigten 2. Heft. In de boekenverzameling van Wilhem Rott kwam Bonhoeffer voor hem onbekende Reformatoren tegen, waaronder Kohlbrugge. Hij schafte daarom aan wat voorhanden was en benutte deze werken.5 Dat blijkt, want in een van de rondzendbrieven worden de ‘Zes preken gehouden voor het begin van de oorlogstijd in het jaar 1870’ van Kohlbrugge aanbevolen.6

Inhoudelijke reflectie – Predigtamt en Pfarramt

De tijd van het oprukkende nationaal-socialisme en de daaraan verbonden kerkstrijd vormde het decor van Bonhoeffers optreden en theologische ontwikkeling. Een van de redenen waarom zijn werk zo boeiend is voor christenen van de 21e eeuw is dat ook toen het christendom naar de zijkant van het maatschappelijk en politieke leven werd gedrukt. Misschien nu zelfs explicieter dan destijds? Ook voor nu is het daarom interessant dat hij een onderscheid voorstelt tussen ‘Predigtamt’ en ‘Pfarramt’, tussen ‘predikambt’ en ‘pastorambt’.

Het ambt van prediker en pastor is niet gelijk aan elkaar, zo poneert Bonhoeffer. Het predikambt is het ambt van de kerk, het pastorambt niet. De predikanten van de Bekennende Kirche kwamen er wel achter. Ze waren wel als predikant verbonden aan de Bekennende Kirche, maar niet als dominee aan de landskerk. Bethge analyseert dat het financieel en traditioneel gestutte domineeschap de waarheid doodde en de vrijheid van de prediking.7 Bonhoeffer voerde het onderscheid meer expliciet door in een lezing over homiletiek uit 1935.8 Hij geeft daarin aan dat met het neerleggen van het pastorambt niet het predikambt is ontbonden. Het predikambt is constitutioneel en blijvend. Het pastorambt is een verbijzondering van het predikambt dat ons ontnomen kan worden. Zijn vorm is aangepast aan het predikambt. De ordinatie bevat de opdracht tot het predikambt en niet primair tot het pastorambt. De opdracht tot prediking blijft bestaan ook al wordt iemand gescheiden van zijn gemeente.

Vanuit het seminarie werkte Bonhoeffer aan het zelfbewustzijn van de broeders van de Bekennende Kirche, omdat hen niet het gespreide predikantsbed van de landskerk wachtte. De opzet van de eerdergenoemde evangelisatieactiviteiten hangt hiermee samen.

Het onderscheid tussen Predigtamt en Pfarramt past ook in zijn visie op de kerk die hij met name in de gevangenis door ontwikkelt: de kerk voor de ander. Zo schrijft hij vanuit de cel in een ontwerp voor een studie: ‘de kerk is pas kerk als zij er is voor anderen. Om te beginnen moet zij alle eigendom wegschenken aan de armen. De predikanten moeten uitsluitend leven van de giften van hun gemeenteleden of eventueel een wereldlijk beroep uitoefenen. De kerk moet meewerken aan de wereldlijke taken van het gemeenschapsleven, niet heersend maar helpend en dienend.’9

Vandaag de dag staat de kerk als instituut onder druk. De vraag is of dit zo erg is als we weleens denken. Brengt het ons als christelijke kerk wellicht niet juist dichter bij de essentie van het kerk-zijn? Kan deze situatie, verrijkt met Bonhoeffers gedachtegoed leiden tot een vorm van de kerk die zichtbaar en zoutend is in onze seculiere tijd?

Durven we op dit thema verder te denken? Onze comfortabele posities kritisch te herzien?

Arthur Alderliesten, Culemborg

Noten
1 Bonhoeffer in Finkenwalde. Briefe, Predigten, Texte aus dem Kirchenkampf gegen das NS-Regime 1935-1942, Wiesbaden- Berlin 2012, 985 pagina’s, paperback, € 39,00 (ISBN 978-3- 9813498-8-7)
2 http://www.dietrich-bonhoeffer-verein.de/index.php?id=110
3 Die Finkenwalder Rundbriefe. Briefe und Texte von Dietrich Bonhoeffer und seinen Predigerseminaristen 1935-1946, Gutersloh 2013
4 Axel Denecke tijdens zijn toespraak bij de presentatie van de bundel op 13 januari 2013 in de Zionskirche te Berlijn.
5 Eberhard Bethge, Dietrich Bonhoeffer, Baarn 2002, pag. 431
6 Deze zes preken zijn, vermeerderd met nog vier andere, vertaald door ds. P.A.A. Klusener, in 1940 door de Vereeniging tot uitgave van Gereformeerde Geschriften uitgegeven onder de titel Van oorlog en vrede.
7 Geciteerd in: Bonhoeffer in Finkenwalde, pag. 32 Vgl. Hermann Diem die stelt dat de vijandige omgeving van de kerk de christelijke gemeenten tot aan het einde van WOII als een muur omgaf waardoor de vrijheid van de verkondiging het belangrijkste doel werd van de kerkstrijd door de Bekennende Kirche. (Hermann Diem, Die Predigt der Kirche, in: Bekennende Kirche. Martin Niemöller zum 60. Geburtstag, Munchen 1952, pag. 94-100)
8 Dietrich Bonhoeffer, Vorlesung uber Homiletik, in: Illegale Theologenausbildung Finkenwalde 1935-1937, Gutersloh 1996, pag. 479-502
9 Dietrich Bonhoeffer, Verzet en overgave, Baarn 2003, pag. 378 (DBW 8, 560)