Terug naar Ecclesianet.nl

Zaaien (I)

Alzo zal ook de opstanding der doden zijn. 1 Corinthe 15 : 42a

Als er iets is wat de wereldgeschiedenis radicaal heeft veranderd, is dat wel het feit dat Christus uit de dood is opgewekt. Het is Pasen geweest! Wij beseffen amper van welke verstrekkende betekenis dat is. Het houdt in ieder geval in dat ook wij eens zullen opstaan.

Dat is zó ongelooflijk dat we het ons niet kunnen voorstellen. Meer dan eens wordt de opstanding daarom bespot of ontkend. Dat deed men in Corinthe aan het begin van onze jaartelling. Men vroeg aan Paulus: “Hoe gaat dat: een eventuele opwekking? Wat voor lichaam heeft men dan?”

De apostel maakt korte metten met zulke vragen. Hij geeft slechts ten antwoord: “Dwaas!” Ja, maar al de gestorvenen die totaal vergaan zijn, van wie de as is verstrooid of de graven zijn geruimd of die hun graf in de zee hebben gevonden? “Dwaas!” Maar deze wereld kan op de dag van de opstanding toch niet al die miljarden mensen bevatten die geleefd hebben? “Dwaas!” Ja, dat zijn wij volgens Paulus, als we geen rekening houden met Gods mogelijkheden. Wijs zijn we als we beseffen dat voor Hem geen ding te wonderlijk is.

Paulus laat het dwaze en belachelijke van het ongeloof nog meer naar voren komen door een voorbeeld uit de natuur te geven. “Wat u zaait, wordt niet levend, tenzij dat het gestorven is.” Een prachtig en veelzeggend beeld. Zaaien: wie doet het niet? De boer natuurlijk. Wij doen het in onze tuin. Een kind zaait een zonnebloempit. Dringt het tot ons door dat we bij het zaaien het zaad overgeven aan de aarde zodat het daar sterft? Amper. Maar we verwachten wel dat het zal ontkiemen en dat er vervolgens planten en bloemen uit zullen groeien. Met andere woorden: we verwachten dat uit de dood het leven voortkomt.

Zeker, we kunnen een groot deel van het groeiproces scheikundig en biologisch verklaren. Maar ten diepste ligt het geheim bij God: in alles wat leeft en gaat leven, is Hij met zijn scheppende kracht aanwezig. Daarom concludeert Paulus: “Zo zal ook de opstanding der doden zijn.”

Vervolgens werkt Paulus de vergelijking verder uit: “Ons lichaam wordt gezaaid in verderfelijkheid, het wordt opgewekt in onverderfelijkheid; het wordt gezaaid in oneer, het wordt opgewekt in heerlijkheid; het wordt gezaaid in zwakheid, het wordt opgewekt in kracht.” Allemaal verrassende tegenstellingen.

Maar ook: verschrikkelijke tegenstellingen. Zeker wanneer we op de plek komen waar het lichaam gezaaid wordt: op de begraafplaats, op – in het beeld van 1 Corinthe 15 – de dodenakker. Vooral daar ervaren we het erge van de dood. Wie herinnert zich niet dat de kist daalde en hoe juist toen het verdriet ons overmande en we beseften: nu is het voorbij, definitief voorbij. Blijven de wonden van zulk verlies niet schrijnen? En toch, op Paasmorgen horen we: ‘de Heer is waarlijk opgestaan.’

H.J. Lam, Ridderkerk