Terug naar Ecclesianet.nl

Enkele gedachten naar aanleiding van de aanslag in Boston

Maandagmiddag 15 april eindigde een marathon in Boston met twee explosies, die drie doden en 150 gewonden tot gevolg hadden. Een terreurdaad. De verdachten waren echter niet direct te herleiden tot Afghanistan of Somalië. Ze bleken niet Palestijns, Tunesisch of Irakees, maar Kaukasisch te zijn, preciezer: etnisch Tsjetjeens. Ze leefden tot 2001 in Machachkala, Dagestan, een uur rijden van de grens met Tsjetjenië. Als tienerjongens emigreerden ze naar de VS. ‘Tsjetjenië’ herinnert ons aan de gijzeling van 800 mensen in een theater in Moskou, zelfmoordaanslagen, de gijzeling van 1100 schoolkinderen in Beslan, en talloze kleinere terreuracties op Russische grond. Nu lijkt het erop dat via deze twee jonge mannen de Kaukasus wordt verbonden met aanslagen in de Verenigde Staten. Hoe valt dat te plaatsen?

Twee Tsjetjeense oorlogen

Tijdens het uiteenvallen van de Sovjetunie in de jaren ‘90, roept onder leiding van Dzjochar Doedajev, Tsjetjenië zich uit tot een soevereine republiek. Doedajev stond overigens bekend als weinig religieus: de gazavat, de heilige oorlog zal pas een rol gaan spelen wanneer een Russische invasie dreigt. In 1994 geeft Jeltsin het bevel voor de eerste Tsjetsjeense Oorlog. Door het guerillakarakter zal in beide Tsjetjeense oorlogen het Russische leger beestachtig tekeer gaan tegen de burgerbevolking. In 1995 wordt de oorlog onderbroken na een geslaagde gijzelingsactie door aanvoerder Sjamil Basajev, die gaandeweg steeds meer onder de invloed raakt van radicaal islamisme uit Saoedi-Arabië: het Wahhabisme1. Onderhandelingen verlopen moeizaam. De Tsjetsjenen worden ervan beschuldigd dat ze deel uitmaken van een internationaal complot om de Kaukasus in een moslimstaat te veranderen. Inderdaad is de oorlog een vruchtbare bodem voor radicalisering. Uiteindelijk wordt een beslissing over de mate van onafhankelijkheid van de republiek uitgesteld tot 2001, een vredesovereenkomst wordt getekend. Tsjetjenië roept zich onder druk van opstandelingen uit tot islamitische republiek en een vorm van sharia wordt ingevoerd. Desondanks ontstaan er verschillende machtsgroepen, die zich distantiëren van de gematigder koers van de officiële regering. In 1999 zijn een mislukte aanval op Dagestan en een aantal aan het Tsjetjeens verzet toegeschreven aanslagen aanleiding voor een door Vladimir Poetin voorbereidde Tweede Tsjetjeense Oorlog. Steden en dorpen worden verwoest. Een netwerk van controleposten en zogenaamde ‘filtratiekampen’ moet het verzet terugdringen. Tussen 1999 en 2001 vlucht een groot deel van de bevolking. Rond de 200.000 mensen laten het leven. In 2002 wordt de strijd officieel beëindigd.

Jihad

Vandaag wordt Tsjetjenie met harde hand geregeerd door alleenheerser Ramzan Kadyrov en diens clan. Hij werd, net als eerder zijn vader Achmat Kadyrov – een voormalige rebellenleider! - door Poetin aangesteld. Het gebied geniet een fragiele vrede en grotere zelfstandigheid dan voorheen. De Kadyrovtsy, milities die direct onder het bevel van de president staan (officieel sinds 2007 opgeheven), de oproerpolitie en de FSB zijn verantwoordelijk voor een groot aantal moorden, martelingen en verdwijningen. De Kadyrovclan bepaalt ook wat de ‘traditioneel Tsjetjeense’ vorm van sharia is. Die is in strijd met de Russische grondwet, maar het Kremlin gedoogt dat, zolang de situatie in de regio beheersbaar blijft. De opstandelingen (door de bevolking nu eenvoudigweg allemaal aangeduid als ‘Wahhabisten’) bieden vanuit de bergen en buurlanden verzet. Ze strijden voor een eind aan het onrecht door de verwezenlijking van een islamitisch Kaukasisch Emiraat. De hele situatie doet denken aan het Syrië van voor de opstanden. Ondertussen wordt in het jihadistisch circuit Tsjetjenië in één adem genoemd met de strijd in Irak, Afghanistan en Syrië. Ongeacht het verschil in context, wordt het dan gezien als één strijd tegen de onderdrukkers van de ware islam. Dat zou kunnen verklaren dat het Kaukasische ‘emiraat’ afstand neemt van de aanslag in Boston – de opstandelingen in de Kaukasus voeren hun strijd tegen Rusland –, terwijl Tamerlan Tsarnaev, die zich de laatste tijd in zijn afkomst verdiepte, de aanslag wel als een vorm van jihad zag.

Vervreemding

Het oorspronkelijk nationalistisch, juist met dagelijks leven en burgerbevolking verbonden verzet tegen onderdrukking in een bepaald land, wordt zo opgenomen en geplaatst binnen een (islamitische) heilsideologie. Niet langer is de hoedanigheid van de overheid in het geding, maar haar bestaan. De gegeven orde wordt verlaten of verloren en er moet op een of andere wijze een toekomst worden vormgegeven. Die hele wanhopige protestmars kan zich zelfs in de ziel van een enkel individu afspelen, dat zijn plaats in de – gebroken – orde van zijn gezin, samenleving en staat niet meer als gave kan ontvangen, een ervaring die overigens ook in Nederland veel breder dan alleen onder kinderen van migranten om zich heen grijpt. Wat gaat hierachter schuil? Ik wil me niet wagen aan een beschrijving van de sociologische processen. Maar het loont de moeite het wereldbeeld te overwegen, dat veel moslims en post-christelijke westerlingen in zekere zin delen. De islamitische versie is als volgt: De mens, als van nature in staat tot het dienen van God, is ‘moslim’ van geboorte af aan. Hij moet leven in een vanuit de hemel afgesloten, op zichzelf staande wereld. Daar plaatste Allah hem om een test af te leggen: zijn leven. Voorzien van neergezonden wetten is de mensheid eindverantwoordelijk voor haar eigen lot en het welslagen van de samenleving. Wie zo de breuk tussen aarde en hemel niet als zondeval herkent, kan echter de weerbarstige werkelijkheid (die Salomo beschrijft met ‘ijdelheid,’ de doorns en distels uit Genesis 3) niet ontkomen. Zwoegen zonder resultaat kan vertwijfeling en verbittering teweeg brengen.2

Houd stand

Ook in Nederland biedt nu al-dan-niet politiek salafisme voor jongeren een schijnbare uitweg. Het biedt een verklaring voor de ervaring van onrecht en onmacht en kanaliseert de daaruit voortkomende emoties. Het salafisme profeteert een terugtrekking uit de westerse samenleving in een parallelle religieuze gemeenschap en levenswijze, óf de strijd voor een (utopische) toekomst: een vlucht vooruit. Tegen beide, de samenleving ontwrichtende vormen van vluchten nam ooit Luther vanuit Gods woord stelling. Hij vond in het evangelie medicijn tegen de vertwijfeling én verbittering door het eigenmachtig zwoegen in het ‘rijk onder de zon’. Om het in een weerbarstig werelds beroep, een familie of een regeerambt glansrijk vol te houden. Het volgende citaat uit zijn aantekeningen op Prediker geeft dit weer: “Salomo wil echter, dat wij te midden der mensen bezig zullen blijven, de wereld leren kennen, en ons niet van onze arbeid zullen laten afschrikken door haar ondankbaarheid, maar getrouw onze hemelse Vader navolgen, die dagelijks zijn zon doet opgaan over de goeden en de bozen (Mattheus 5: 45).” De zon vertelt dat de hemel de schepping nooit heeft losgelaten. Het is niet de mens, die de kleine geschiedenis van zijn leven, gezin en werk, of de grotere geschiedenis van de wereld naar een eindoel leidt. Zo vermaant en troost Christus ons aan het begin van elke dag: verlaat de slagorde niet, houd stand. Heb lief. Want de Vader in de hemel laat zijn zon opgaan over bozen en rechtvaardigen.

Annemarie Krijger-van Esch, Rotterdam

 

Noten
1 Wahhabisme: een Ultra-fundamentalistische islamitische stroming, verbonden aan het Saoudische koningshuis. In de 18e eeuw ontstond er rond Muhammad ibn Abd al-Wahhab een opwekkingsbeweging. De beweging putte uit het onderwijs van Ibn Taymiyyah en Ahmad ibn Hanbal. Men streeft naar het herstel van een ‘zuivere’ islam, vrij van culturele invloeden, door letterlijke lezing van de Koran en hadith, afwijzing van religieuze vernieuwingen en de imitatie van Mohammed en zijn metgezellen, de salaf – dit streven wordt door aanhangers zelf vaker ‘salafisme’ genoemd.) Het is een utopische beweging die het dagelijkse leven wil reorganiseren naar een geïdealiseerd beeld van de moslimsamenleving in de tijd van Mohammed. Geweld mag daartoe volgens sommige salafistische stromingen gebruikt worden, mits aan bepaalde voorwaarden is voldaan.
2 In dit licht is het wel begrijpelijker, dat vaker dan eerder werd vermoed, ook hoog opgeleide, jongeren met een sterk verantwoordelijkheidsbesef radicaliseren.