Terug naar Ecclesianet.nl

Gehoorzaamheid

Zo heeft Hij, hoewel Hij de Zoon was, de gehoorzaamheid geleerd… Hebreeën 5: 8

Als ik het Evangelie-verhaal over Jezus’ jeugd en eerste volwassenheid onbevangen op mij in tracht te laten werken, kan ik het niet anders zien, of gehoorzaamheid was voor Jezus een gemakkelijke en vanzelfsprekende zaak. De gehoorzaamheid ontbloeide vanzelf uit zijn hart. En al waren er ook toen al verzoekingen, werkelijke gevaren en moeilijkheden bestonden er voor Hem niet. De gehoorzaamheid aan de wil des Vaders was om zo te zeggen zijn natuur, zijn wezen, zijn levensgrond. Iets anders dan gehoorzamen aan de Vader was voor Hem onvoorstelbaar. Er zijn dan ook veel uitspraken in het Evangelie waaruit blijkt dat die gehoorzaamheid voor Hem geen zware, dure plicht was, maar werkelijke vreugde.

Zo was het in het begin. Maar dat was nog niet de volle gehoorzaamheid. De volle werkelijkheid van de gehoorzaamheid ervoer Hij pas, toen de wereld dreigend kwam opzetten, de vreugde week en het lijden Hem overmande. Toen was de wil des Vaders voor hem geen spijze meer, maar de bittere kelk der smart. Dat gehoorzaamheid in deze wereld een zo diepe zaak is, dat wist Hij voordien niet. Dat wist niemand dan de Vader alleen. En daarom was er van het begin af dat diepe mededogen bij de Vader over zijn Kind, over dit Lam. De Vader wist welk een dreiging er in deze wereld over dit leven hing.

Hoe kwam het, dat in Jezus’ leven de gehoorzaamheid allengs van vreugde tot lijden geworden is? Och, in het begin van zijn optreden viel die gehoorzaamheid eigenlijk nog niet op. Zij werd nog door niemand ernstig genomen. Men zag het als de bekoorlijke onschuld van een kind, van een dorpeling, van een wereldvreemde. Men werd er wel even door getroffen en bekoord, maar ging weer over tot de orde van de dag. Het was snel vergeten.

Bij het toenemen van de jaren, bij zijn openbaar optreden, zijn steeds verder binnentrekken van het publieke leven, werd dat echter voor Jezus allengs anders. Van kinderlijke gehoorzaamheid werd het gehoorzaamheid in bewuste manbaarheid, beslistheid, volwassenheid. En toen gingen de mensen zich aan Hem ergeren. Toen was het niet bekoorlijk meer, maar een aanklacht, een schok in hun geweten. Door deze smetteloze gehoorzaamheid werden zij in hun anders-zijn ontmaskerd. Hun getransigeer met de wil van God, hun knoeierijen en leugens kwamen steeds duidelijker aan het daglicht. Het bijzondere van die Ene wierp een schril licht op de lafheid, halfslachtigheid en zonde van al die anderen. En toen kwam er onrust onder het volk. Er groeide haat en weerstand bij de leiders…

Dr. W. Aalders, (1909 -2005)

Uit: In verzet tegen de tijd, Den Haag, 1964