Terug naar Ecclesianet.nl

Onze voeten

“Als Ik dan, de Here en de Meester, uw voeten gewassen heb...” Johannes 13 : 14a

Christus wast de voeten van zijn discipelen. Wat zijn dat voor voeten? Wat hebben wíj voor voeten? “Kijk er maar goed naar,” zegt de Heilige Geest. Ik schrik. Want ze kiezen vaak de verkeerde richting, lopen steeds bij God vandaan, walsen over hun naaste heen.

Bij zulke voeten knielt Christus neer. Hij pakt ze beet. Wat een werk! Al die vuile, gekneusde en kapotgelopen voeten. En tal van andere voeten: wankelende voeten, struikelende voeten, dwalende voeten. Ook voeten die trappen, naar de medemens; die over het geluk van een ander heen denderen. Vreemde dingen: voeten. Want in onze voeten schuilen de gangen van de dood of van het leven. Je loopt ermee naar de hemel of je schuifelt ermee naar de hel. Maar ze brengen ons altijd ergens.

Nu is Jezus bij Judas’ voeten. Slaat Hij die over? Niet doen, Here! Maar ook die voeten wast Hij. Al duwen ze Hem straks de diepte van Golgotha in. Al brengen ze Judas zelf naar een plek waar hij zich verhangt. Toch wast Jezus ze, wetend dat de duivel in het hart van Judas gevaren is.

Als Christus bij ú neerbukt, wat ontdekt Hij dan? Hetzelfde als bij Judas? Dat kan zomaar: dat onze voeten niet staan op de weg des vredes, maar op de weg naar de ondergang. “Meester, Here,” bidden we, “bewaar onze voeten ervoor dat ze zo’n weg gaan.”

De Heiland gaat verder. Hij komt bij Petrus. Die heeft door dat er iets gebeurt wat in feite niet kan. Daarom mag Christus zijn voeten niet wassen. “Als Ik je niet was, Petrus, heb je geen deel met Mij.” Daar schrikt hij van. Geen deel met Christus? Hij moet er niet aan denken. Want dat betekent: geen heil, geen verlossing. Ik moet er ook niet aan denken.

“Here,” zegt Petrus, “niet alleen mijn voeten, maar ook de handen en het hoofd.” Dat is ook mijn antwoord. Want vanaf de voetzool tot het hoofd is er niets gaaf (Jesaja), ben ik onrein. Dat wil ik eerlijk bekennen. “Here Jezus, helemaal!” Christus antwoordt: “Wie rein wil zijn, hoeft zich alleen de voeten te laten wassen.”

Een vreemd antwoord. Het is toch mooi dat Petrus zich helemaal door zijn Meester wil laten wassen? Ooit zei Christus: “Wat uit het hart van de mens komt, maakt hem onrein.” Waarom dit raadselachtige antwoord? Omdat de discipelen zojuist nog een (ritueel) bad hadden genomen; dat was een voorschrift met het oog op Pasen; alleen de voeten was nu voldoende. Omdat het te maken heeft met het geheim van het geloof: wij mogen het ervoor houden dat we helemaal rein zijn (vers 10).

En als we daar weinig van zien? Overal waar we gaan, worden onze voeten vuil. Dagelijks vallen we door zwakheid in zonde. Heb ik wel deel aan Christus? Maar bedenk dan waar Christus naar toe gaat: via de paaszaal slaat Hij de weg in naar het kruis. Hij knielt nu bij ons neer, opdat wij op Golgotha bij Hem neerknielen en zijn kostbaar bloed op ons drupt, dat ons reinigt van alle zonden. Ziende op onszelf lijkt het er niet op. Ziende op Christus geloven wij het: helemaal rein, met hoofd en hart, met handen en voeten. Daarom hoeven nog slechts onze voeten gewassen te worden. Dat doet Christus, in de dagelijkse bekering. We zijn – zei Luther daarom – tegelijk zondaar én rechtvaardige.

Zo zijn wij op weg naar het Vaderhuis. Meer dan eens wankelen onze voeten. Met de Psalmdichter verzuchten we: “Mijn voeten waren bijna uitgegleden.” Maar omdat Christus onze voeten in zijn doorboorde handen neemt, zingen we met een andere dichter: “U hebt mijn ziel gered van de dood, mijn voeten van struikelen, om voor Uw aangezicht te wandelen.” Intussen is uw Woord een lamp voor onze voet en een licht op ons pad. We vertrouwen op het geleide van uw engelen, die ons op de handen dragen, zodat we onze voet aan geen steen stoten. En we weten dat onze voeten eenmaal zullen staan in de poorten van het hemels Jeruzalem.

Daar hoeft onze Heiland niet meer bij ons neer te knielen om ons de voeten te wassen. Integendeel, daar knielen wij voor Hém neer, en voor de Vader en voor de Heilige Geest. Daar aanbidden we met allen die Christus hebben liefgehad, de Drieënige God, en loven en danken en prijzen we zijn Naam. Dan huppelen we op onze voeten van zielevreugd!

H.J. Lam, Ridderkerk