Terug naar Ecclesianet.nl

Bekende gezangen die in het Nieuwe Liedboek ontbreken

Wij knielen voor Uw zetel neer,
wij, Heer, en al Uw leden,
en eren U als onze Heer
met lied’ren en gebeden…

Zo begint een bekend gezang, dat vanaf het begin van de negentiende eeuw in vele Hervormde gemeenten vaak is gezongen. Het kwam al voor in de bundel Evangelische Gezangen van 1806, die in1807 in de vaderlandse kerk werd ingevoerd. In de Hervormde bundel van 1938 is het opgenomen als gezang 73 en in het Liedboek voor de kerken uit 1973 als gezang 231. De oorspronkelijke tekst van dit lied is van de hand van een vergeten dichteres: Clara Feyoena van Raesfelt-van Sytzama. Zij werd geboren in 1729 te Leeuwarden en overleed op 1 september 1807 te Heemse, waar zij in de kerk werd begraven. Het genoemde gezang is één van de liederen uit de bundel van 1973, die men in het nieuwe, in mei jl. gepresenteerde Liedboek, zingen en bidden in huis en kerk, tevergeefs zal zoeken. Een kleine 200 van de bijna 500 gezangen uit het Liedboek van 1973 komen in de nieuwe -door de Interkerkelijke Stichting voor het Kerklied samengestelde- bundel niet meer voor, waaronder ook populaire liederen. Een aantal bekende ontbrekende gezangen laten wij de revue passeren.

Om te beginnen noemen we enkele gezangen van ds. Ahasverus van den Berg (1733-1807). Deze predikant, die achtereenvolgens in Bruchem en Kerkwijk, Barneveld en Arnhem stond, had als voorzitter van de commissie voor een ‘Evangelisch Gezangboek’ grote invloed op de samenstelling van de in 1807 ingevoerde bundel. Niet minder dan 56 evangelische gezangen, in veel gevallen vertalingen of bewerkingen van Duitse liederen, waren geheel of ten dele van zijn hand. Bevat de Hervormde bundel van 1938 nog 19 gezangen die op naam van Van den Berg staan, in het Liedboek van 1973 is het aantal tot vijf geslonken: Mijn Verlosser hangt aan ’t kruis…., Halleluja, lof zij de Heer…., Wij loven U, o God, belijden U als Heer…., God heeft mij zijn Zoon gegeven (met als derde couplet het vers: Ruwe stormen mogen woeden ….) en God enkel licht…. Van deze vijf gezangen is alleen het middelste: Wij loven U, o God …., een bewerking van het Te Deum, nog in het nieuwe Liedboek te vinden.

Van de Haarlemse predikant Abraham Rutgers (1751-1809), die eveneens een belangrijk aandeel had in de eerste gezangenbundel, resteren in het Liedboek van 1973 nog twee bekende gezangen: Halleluja, eeuwig dank en ere ... en Wie maar de goede God laat zorgen ….(een vertaling van een Duits lied). In de bundel van 2013 zijn ze niet meer terug te vinden. Zo verging het ook twee bekende gezangen van de jurist Pieter Leonard van de Kasteele: Dit is de dag, die God ons schenkt ….. en Leer mij, o Heer, uw lijden recht betrachten….., het gezang van de predikant Jan Scharp: Alle roem is uitgesloten…., en dat van de jurist Jan Hinlopen: Verlosser, Vriend, o hoop, o lust …. Jammer is, dat de twee in het Liedboek van 1973 opgenomen gezangen van Isaäc da Costa (1798- 1860) eveneens moesten wijken: Halleluja! Lof zij het Lam …. en Wegen Gods hoe duister zijt gij ….. Hetzelfde geldt voor het bekende lied van de doopsgezinde predikant Jan de Liefde (1814-1869), stichter van de vereniging ‘Tot heil des volks’ in Amsterdam: Van U zijn alle dingen ….

Ook drie gezangen van de predikant en letterkundige Nicolaas Beets (1814-1903), een leidende figuur van het Réveil, ontbreken in de bundel van 2013. Het bekende: Daar is uit ’s werelds duistre wolken een licht der lichten opgegaan…. is vervangen door een lied, waarvan alleen de beginregel nog aan Beets’ gezang herinnert. De andere twee gezangen zijn: Wie heeft op aard de prediking gehoord…. en Ach, blijf met uw genade, Heer Jezus, ons nabij….

Het Liedboek van 1973 bevat nog een tweetal gezangen van Hendrik Pierson (1834-1923), president- directeur van de Heldring-gestichten te Zetten en predikant van de Vluchtheuvelkerk aldaar: God is getrouw, zijn plannen falen niet …. en: Ik heb gejaagd, wel jaren lang …. In de nieuwe bundel komen ze niet meer voor, evenmin als twee liederen van de Vlaamse priester-dichter Guido Gezelle (1830- 1899): Heer, mijn hert is boos en schuldig …. en Het leven is: een krijgsbanier…. Hetzelfde geldt voor het bekende gezang: Ik heb de vaste grond gevonden, waarin mijn anker eeuwig hecht ….., een vertaling van een lied van Johann Andreas Rothe, die actief betrokken was bij de opbouw en ontwikkeling van Herrnhut.

Een aparte categorie vormen de liederen van Adriaan Valerius uit de Nederlandtsche Gedenckclanck (1626). Zowel in de Hervormde bundel van 1938 als in het Liedboek van 1973 treffen we er nog zeven aan, waaronder: O Heer, die daar des hemels tente spreidt ….., Wilt heden nu treden ….., Gelukkig is het land ….., Here, kere van ons af …. en Komt nu met zang van zoete tonen ….. Van deze gezangen is alleen het laatste overgenomen in de bundel van 2013. Ook het Wilhelmus heeft daarin weer een plaats gekregen.

“Alles mag er zijn”

Een voor de hand liggende vraag is, waarom de bovengenoemde (en andere) bekende gezangen niet meer in het nieuwe Liedboek voorkomen. Ligt het aan een verouderd taalgebruik, of vindt men de inhoud in onze tijd niet meer aanvaardbaar? Volgens een ten geleide zijn “aan de kwaliteit van de opgenomen liederen eisen gesteld, die meteen als een maatstaf gezien mogen worden voor de verdere ontwikkeling van genres”. Een lied dat deze kwaliteitstoets heeft doorstaan, is het nieuwe gezang 288, een welkomstlied:

Goedemorgen, welkom allemaal,
ik met mijn en jij met jouw verhaal,
lachen, huilen, vrolijkheid en pijn,
alles mag er zijn!

Alles mag er zijn in het nieuwe Liedboek: “de rijke verscheidenheid van het christelijk belijden en de christelijke spiritualiteit”, wereldwijd en de eeuwen door, is er volgens de samenstellers in terug te vinden. Daarom is het te betreuren dat enkele liederen uit de begintijd van ons nationale bestaan, evenals een aantal negentiende- eeuwse gezangen, onder meer van Da Costa en Beets, blijkbaar niet door de beugel konden.

M. den Admirant, ‘s-Gravenhage