Terug naar Ecclesianet.nl

Zaaien (II)

“Alzo zal ook de opstanding der doden zijn.” 1 Corinthe 15 : 42a

Altijd weer is er, juist wanneer we met de dood en dodenakker geconfronteerd worden, de aanklacht van de Bijbel: de dood is het loon dat de zonde uitbetaalt. Het is míjn schuld dat de dood er is, want ik ben in opstand gekomen tegen God. Wie zich dat realiseert, zegt: “O God, dat kan toch nooit meer goed komen?” Nee, dat kan ook niet, behálve wanneer wij de Heere Jezus Christus liefkrijgen, Die is overgeleverd om onze zonden en opgewekt tot onze rechtvaardiging. Het is Goede Vrijdag geweest! Het is Pasen geworden!

Waar wij ons failliete leven vol verliesposten overgeven aan Christus, daar laat Hij waar worden wat Paulus zegt, namelijk dat ons lichaam gezaaid wordt in oneer en zwakheid, maar dat het eenmaal opgewekt wordt in heerlijkheid en kracht. Dat is het geheim van een dodenakker, waar Gods kinderen liggen begraven. Is dat niet vertroostend? Nee, niet voor hen die níet in vertrouwen op Christus gestorven zijn. Zij zullen eenmaal opstaan tot eeuwig verderf.

Maar wie in Christus gelooft, mag weten: ons lichaam wordt in de donkere aarde gestopt. Hoe jong is zo’n lichaampje soms nog; of groot en sterk; of afgeleefd en oud; of door een afschuwelijke ziekte gesloopt. En vooral: hoe vol zonden en gebreken en hartstochten zat het. En toch, er wordt geen graf voor gedolven, omdat dat het laatste is en we niet weten waar we anders onze doden moeten laten. Integendeel, als een graankorrel leggen we onze geliefden neer in de aarde. We zaaien vol eerbied en verwachting hun lichaam. Christenen zijn op de dag dat ze iemand begraven, zaaiers. We hebben verdriet, veel verdriet, maar ook hoop. Want we weten dat onze lichamen, dwars door het proces van ontbinding heen, rijpen voor de dag van de oogst. Die oogst is de dag van Christus’ wederkomst. Door dat proces moet het heen. “Aarde tot aarde, stof tot stof”: zo klinkt het tijdens onze begrafenissen. Een zaadkorrel kan buiten de akker immers niet ontkiemen.

Maar ín de dodenakker is God – onzichtbaar en verborgen – bezig met het wonderlijke werk van de herschepping. Zodoende kan en zal het eenmaal gebeuren: dat we worden opgewekt in onverderfelijkheid en heerlijkheid en kracht. Dat is even wat: een nieuw en heerlijk lichaam, zonder zonde, zonder een hart dat van nature geneigd is God en de naaste te haten, zonder een invalspoort voor satan, zonder ziekte en leed en-noem-maar-op.

En wat zullen we allemaal wél hebben! Een hart voor de drieënige God, Die ons zo oneindig heeft liefgehad; een mond die zijn lof bezingt; een ziel vol pure vreugde en eeuwige blijdschap; handen die palmtakken grijpen om Koning Jezus te eren; voeten die verrukt ten reidans gaan. Dat is ons uitzicht! Daarom zááien we!

H.J. Lam, Ridderkerk