Terug naar Ecclesianet.nl

Daar nadert Iemand

De wet – zoals wij die gewoonlijk opvatten – staat als een houten wegwijzer aan de weg, die zijn arm uitstrekt en mij daarmee zegt: Wilt gij daar en daarheen komen, dan moet u deze weg inslaan. Zo staat de Wet daar aan de weg des levens en zegt: Wilt u in het leven ingaan, houdt dan de geboden! Maar daar ligt de arme mens aan de voet van deze wegwijzer en kan niet voorwaarts.

Ja, als wij nog waren zoals God ons geschapen heeft, in zijn beeld, zoals Adam daar stond vóór de val, dan zouden gezonde ledematen voorhanden zijn om deze weg in te slaan en het doel daarmee te bereiken. Maar sinds Adams val zijn wij door en door verdorven, zijn wij geheel lam geworden, zodat wij ook niet één stap op de weg van Gods geboden kunnen doen. Tevergeefs geeft de mens zich veel moeite om zich op te richten; telkens en telkens weer stort hij neer, telkens valt hij terug in het slijk; al zijn moeite, deze weg in waarheid in te slaan, moet slechts daartoe dienen hem steeds meer van zijn onmacht te overtuigen, hem steeds meer te laten zien, dat hij geen lid roeren noch bewegen kan; en wanhopig blijft hij liggen.

Daar nadert Iemand tot hem, eeuwige liefde straalt uit zijn oog en Hij buigt zich neer tot hem die daar ligt. “Wat scheelt u?”, zegt Hij tot hem. “Ach ik moet deze weg gaan, die de wegwijzer mij hier wijst en ik kan het niet; ik ben lam en kan niet gaan en toch leidt deze weg alleen tot het doel!” “Wees getroost mijn zoon”, zo neemt de Ander weer het woord, “ook al kunt u het niet, Ik hef u op, draag u in mijn armen en breng u tot het doel!”

En Hij, Jezus is zijn Naam, neemt de ellendige mens op, hoezeer hij zich ook verzet, legt hem aan zijn hart en draagt hem precies langs dezelfde weg, die de wegwijzer, die de Wet gewezen heeft, heen tot aan de poorten van de gouden stad.

Ik leg er de nadruk op: langs dezelfde weg, die de wegwijzer u wijst. Dan kunt u weliswaar geen stap doen, want u bent geheel en al lam, – en nochtans gaat u langs dezelfde weg de heerlijkheid in, wandelt in de wegen van Gods geboden, – nog eens: zonder ook maar één stap zelf te kunnen doen; maar u ligt aan Jezus’ hart, u bevindt zich op zijn arm, u wordt door Hem gedragen, - ja, in Jezus Christus is genade en waarheid geworden.

Dr. H.F. Kohlbrugge

(Uit: Der Evangelische Sonntagsbote, onder redactie van prof. dr. Ed. Böhl, van 15 en 22 april 1866, vertaald door ds. D. van Heyst.)