Terug naar Ecclesianet.nl

Het belijden van de kerk, toen en nu

Vooraf wil ik graag opmerken dat ik geen theoloog ben en in geloofszaken enkel een gewone kerkganger.

De rode draad in de lezing van dr. Klink wordt gevormd door het antwoord op de vraag wat de kern van het belijden van de kerk in het begin van de 21e eeuw is.

Hij geeft daartoe drie met elkaar samenhangende aanwijzingen:
1. De Bijbel is betrouwbaar in zijn berichtgeving.
2. In de Bijbel is het antwoord te vinden.
3. Christus met zijn heilsboodschap is het antwoord.

Het was mij een beetje een opluchting dat de Heidelberger catechismus anno 2013 niet meer het enige en mogelijk ook niet meer het meest geëigende antwoord is op de vraag naar het speerpunt van ons tegenwoordige belijden.

Ik heb daarbij de volgende overwegingen.
1. In de Heidelberger gaat het overwegend om de individuele mens en zijn persoonlijke zielenheil. Maar er zijn in onze tijd zo veel algemene ontwikkelingen waarop een christen naar een geloofsantwoord zoekt. In zijn lezing stipt Dr. Klink er al een aantal aan: de geschiedenismachten van nationaalsocialisme, communisme en moslimfundamentalisme.

Ik zelf zou er nog best een paar aan toe willen voegen:
* Hoe gaan we om met de schepping?
* Hoe gaan we om met het begin en met het einde van het menselijke leven?
* Waar liggen de grenzen van wetenschap en techniek?

Zo zijn nog wel een aantal punten te noemen.
2. In de catechismus ervaar ik de Tien Geboden eerder als een tuchtmiddel dan als een vreugde en dat terwijl de dichter van Psalm 119 er 176 verzen voor nodig heeft om de lof van deze wet te bezingen.
Zo lovend wil ook ik de wet beleven.
3. In de catechismus mis ik het uitzicht dat dr. Klink in zijn lezing geeft: eens zal het anders zijn en af en toe is het nu al anders! Als een zichtbaar geworden belofte, als een zonnestraal op een zwaar bewolkte regendag.
4. En tenslotte: wat zou ik het artikel dat wij geheel en al onbekwaam zijn tot iets goeds en geneigd tot alle kwaad graag een beetje anders verwoorden.

Bij Dietrich Bonhoeffer heb ik daarover heel mooie uitspraken gelezen. Een citaat: In tijden waarin wetteloosheid en slechtheid zelfverzekerd triomferen, zullen wij, wil nog duidelijk worden wat het evangelie is, moeten wijzen op de enkelen voor wie recht, waarachtigheid en menselijkheid nog iets betekenen. Hij zelf was zo iemand. En hoe kan ik Sophie Scholl nu omschrijven als geheel en al onbekwaam tot iets goeds en geneigd tot alle kwaad?!

Als ik een paar artikelen voor een 21-eeuwse geloofsleer zou mogen aandragen, dan noem ik als eerste de lofprijzing van God, de almachtige, de barmhartige en bovenal onze Vader. Als de psalmdichter voor de lof op de wet al 176 verzen nodig heeft, hoeveel te meer hebben wij er dan niet nodig voor het loven van onze Here God.

En laat het dan zo zijn als in het lied:
Die dan, als onze beden zwijgen,
als hier het daglicht onderduikt,
weer nieuwe zangen op doet stijgen,
ginds waar de nieuwe dag ontluikt
.                     (Liedboek 393)

Daarnaast zou ik nadrukkelijk willen stil staan bij de schoonheid en de heelheid van Gods schepping.

En dan komt daarna vanzelf de mens in beeld, met al zijn zwakheden, falen en zonde, vooral naar God toe, maar ook ten aanzien van de schepping en zijn schepselen.

Hoe heerlijk is dan de komst van Christus, de verlossing en vergeving die Hij brengt en het uitzicht dat alleen Hij kan geven.

In dit verband vind ik het verhaal van de genezing van de bezetene zo treffend. Daarin laat Jezus zien hoe het zal zijn als overal zijn heerschappij werkelijkheid geworden is. De boze geesten in de mens, die hem tot zonde drijven, zijn dan overwonnen. Het is een prachtig voorbeeld van realized eschatology. Zo was het toen en zo ook zal het zijn waar Jezus heerst. Laat ook dat uitzicht een belangrijke plaats in een geloofsleer krijgen. Natuurlijk moet er in een volledige en eigentijdse geloofsbeschrijving veel meer aan de orde komen, maar daarvoor is veel meer nodig dan waartoe ik bij machte ben.

Tenslotte, ik heb meer niet dan wel gezegd. Gelukkig was het ook niet mijn opdracht om veel te zeggen, maar enkel om een paar persoonlijke opmerkingen te maken.

Drs. M.A. Aalders