Terug naar Ecclesianet.nl

Gelukwens aan de nieuwe koning

Vanaf 30 april jl. is Willem Alexander koning der Nederlanden. In Amsterdam heeft hij door de eed af te leggen op de grondwet het koningschap aanvaard. Een belangrijke taak is aan zijn zorg toevertrouwd. Hij wordt geroepen om als staatshoofd samen met het kabinet en de volksvertegenwoordiging zorg te dragen voor de regering van ons land. We wensen hem als ‘Vrienden van dr. H.F. Kohlbrugge’ veel sterkte en wijsheid toe in het vervullen van zijn ambt. Aan zijn zijde zal koningin Maxima staan. Ook haar betrekken wij bij onze wens. God zegene hen beiden, samen met hun kinderen. We spreken deze wens ook uit voor prinses Beatrix, die zich 33 jaar trouw van haar taak gekweten heeft.

Van dr. H.F. Kohlbrugge is bekend dat hij het Oranjehuis een warm hart toe droeg. Hij zag het als leiding van de Here God dat het huis van Oranje en ons volk aan elkaar verbonden werden. Dat gold ook voor Groen van Prinsterer en anderen uit de kring van het Reveil. We leven nu bijna honderdvijftig jaar later. In het feit dat het huis van Oranje nog steeds bestaat en aan het hoofd staat van de monarchie en het Wilhelmus nog steeds ons volkslied is, ervaren we iets van de trouw van God ook over ons land.

Om een indruk te geven wat het huis van Oranje betekend heeft, drukt de redactie hierbij een gedeelte af van een toespraak die Guillaume Groen van Prinsterer in 1867 gehouden heeft voor de Evangelische Alliantie, die in Amsterdam bij elkaar kwam.

Het principe van de nationaliteiten staat tegenwoordig in de schijnwerpers. Maar van welke nationaliteit is er sprake? Van een religieuze nationaliteit? Nee, van een nationaliteit die los staat van, ja, - het hoge woord moet er maar uit - die bevrijd is van het Evangelie.

Het gaat hier niet om de scheiding van Kerk en Staat. Het gaat erom, stellig niet volgens ieders bedoeling maar wel volgens de ons meeslepende stroom van dominante gedachten, het Evangelie, het godsdienstige geloof, weg te halen bij de naties. Dat is, naar men ons verzekert, de voorwaarde van hun geluk. Het christendom heeft aan de wieg gestaan van de Europese maatschappij, en heeft er lang de eenheid en de kracht van gevormd, in weerwil van de zwakheden en gebreken van de mensen. Door welke band, door welke waarachtig nationale eenheid, zal men het christendom dan vervangen?

Evangelische Alliantie! De huidige crisis wijst u duidelijk uw taak (…) de waarachtig christelijke nationaliteit onder de verschillende volkeren te verstevigen.

Dat is geen gemakkelijke taak. Om goed opgewassen te zijn tegen deze plicht hebben we een g waardoor we ons verheffen boven elke andere waardering, waardoor we ons ook verlagen tot de staat van uitvaagsel der wereld. We hebben een vonkje nodig van dat heilige vuur dat we zien branden in een van de minst bekende en meest opmerkelijke uitspraken van deze Prins, wiens gebed mijn God, mijn God, heb medelijden met uw arme volk! zo schitterend is verhoord in de geschiedenis van mijn land. Eén uitspraak, zeg ik, naar het voorbeeld van zijn hele leven, schitterend in haar eenvoud. Op een dag was iemand erg ontmoedigd en overmand door verdriet om de ondankbaarheid van de mensen. Zijn naam schittert ook in onze annalen. Toch verloor hij niet snel de moed. U komt deze naam, terecht, tegen in deze kolommen. De Prins zei toen tegen Marnix: “Laten we maar toestaan dat ze over ons heen lopen, Aldegonde! Als we de Kerk des Heren er maar mee kunnen helpen!”

De toekomst, zegt u, is in handen van de Eeuwige, en de Heer heeft gezegd: “Als u deze dingen ziet geschieden, heft dan uw hoofden op, want uw redding is nabij.” – Zo is het ongetwijfeld; vergeet alleen dit niet: het christendom kan en moet door een tijd heen waarin het bijna zal lijken te verdwijnen, maar laat dat nooit door de schuld van de christenen komen. Het ligt niet op mijn weg om deze gedachte verder uit te werken. Maar ik besluit ermee deze te onderbouwen met de citaten van twee mannen1 wier woorden een buitengewoon gezag hebben. De eerste is ons voorgegaan; hij is naar zijn God gegaan, maar hij leeft nog hier beneden in zijn discipelen en in zijn geschriften; en hij zal voortleven in de herinnering en in het hart van hen die de christelijke wetenschap, de christelijke deugd en het christelijk karakter hoog houden. “Mogelijk hebben zij gelijk”, zei dhr. Stahl, toen hij in 1852 over Pruisen sprak, “mogelijk hebben zìj uiteindelijk gelijk die beweren dat wij meegesleurd worden in de richting van het absolutisme. Ik heb maar één enkel en eenvoudig antwoord op hun redeneringen: al zou het ons lot zijn, het mag nooit onze schuld zijn.” En ik zeg het hem na: mogelijk is er een onweerstaanbare beweging in de richting van een zwakte, van een schijnbare nederlaag van de christenheid; maar dat mag nooit komen door de lafheid, door de schuld van de christenen.

Noot
1 Het eerste citaat is van Friedrich Stahl (1802-1861). Het tweede dat hier weggelaten is, is van de Franse staatsman François Guizot (1787-1874).