Terug naar Ecclesianet.nl

Bij het nieuwe jaar

“Gij zult mijn getuigen zijn…” Lukas 24: 47

We zijn de drempel van het jaar 2013 overgegaan. Wat het jaar ons zal brengen is niet duidelijk – veel is onzeker, op economisch, op politiek gebied. Wat zal er gebeuren in Syrië en in Iran? Hoe zal het in Nederland zijn, waar de invloed van het christelijke geloof meer en meer opzettelijk wordt gemarginaliseerd en veel mensen allergisch reageren op alles wat lijkt op christendom? Om ons bij die vragen te oriënteren op de Bijbel, zocht ik in de gesprekken die ik ooit had met dr. Aalders naar een geschikt fragment. Ik vond het volgende over Lukas 24, dat ik graag aan de lezers doorgeef:

 “Gij nu” zegt Christus, “zijt mijn getuigen”. Dat klinkt voor de discipelen als een kanonschot: jullie zijn degenen, door wie het zich gaat voltrekken. Jezus’ opdracht is over de discipelen heen gericht tot heel zijn gemeente. Daarom is de opdracht altijd actueel. Maar evenals toen voor de discipelen, geldt voor ons nog steeds dat je iets gezien moet hebben van Christus’ heerlijkheid. Pas dan ben je tot ‘getuigen’ in staat. Want getuigen vergt ontzaglijk veel moed. Zo was het in de vroege kerk. Een vrouw als Perpetua moest het toch maar volhouden, in de arena, terwijl haar vader op haar aandrong om het geloof te verloochenen. Wie brengt dat op? Dat is menselijkerwijs niet mogelijk, als je niet iets van Jezus’ heerlijkheid hebt gezien.

Lukas is de zendingsman die de Kerk zet op het spoor van de wereldmissie. De vragen die zich toen aan de discipelen en de eerste volgelingen voordeden, waren ontzagwekkend groot. Wat lag er allemaal niet vóór hen! Juist daarom is het zo belangrijk dat deze passage naadloos aansluit bij Mattheus 28, waar Christus zijn heerlijkheid laat zien. Dat verklaart waarom er staat: zij keerden terug naar Jeruzalem met grote blijdschap. Daarin zit de blijdschap van de inwijding, die ze hebben meegemaakt.

Om die reden zijn ook de woorden dat ze voortdurend God loven zo belangrijk. God was zo dichtbij gekomen, zijn aanwezigheid heeft hen volledig in beslag genomen. God zelf is voor hen een realiteit geworden zoals wij ons in deze geseculariseerde tijd niet meer kunnen voorstellen. Ons leven is vaak kleingeestig. Onze zorgen en angsten hebben meestal te maken met onbenullige dingen. Wij missen de hoge ruimte van de Heilige Geest, zoals je deze nog wel aantreft op de schilderijen van ondermeer Rembrandt. Je treft het aan op het schilderij van de gelukkige Simeon, die Jezus in de armen neemt en God looft, vanwege de vervulling van Gods beloften. Ook daar was sprake van het grootse dat men zich opgenomen wist in de realiteit van het heil, de eindtijd die al is ingegaan (realised eschatology). Evenals bij de discipelen op het Pinksterfeest speelde dit zich af in de tempel. Ook toen klonk de lofzang. Dat was een vóór- Pinksteren. Dan ben je opgenomen in een volkomen ander verband dan het chaotische van de geschiedenis, waarvan je zegt: wat een rubbish is dat hier. Dan ben je als het ware in het raadsplan van God opgenomen. Dat betekent het wanneer Paulus zegt dat je als gelovige “in Christus” bent. Je bent in het heilsplan opgenomen. Dat is een heel cruciaal punt. Met dit ingewijd-zijn trokken de discipelen rond en kwamen ze bijvoorbeeld in Efeze, waar vanuit deze kracht, die zij met zich omdragen, een gemeente ontstaat.

Opvallend is dat Lukas in dat verband vertelt over Apollos (Handelingen 19). Dat is niet voor niets. Apollos kan op een prachtige manier het Oude Testament uitleggen. Hij ziet veel, maar de ervaring van Lukas 24 kent hij niet. Dan vertellen de discipelen dat er een nieuwe bedeling is, waarin sprake is van een kracht die te vergelijken is met vuur, het vuur van de Heilige Geest. Daardoor kunnen zij een boodschap brengen die alle krantenberichten, toekomstideeën, futurologie en sociologie en wat niet al, ver te boven gaat. Wat die boodschap teweeg brengt! Daar kan geen medische wetenschap tegenop. Dat kan geen chemische kunde voor elkaar krijgen. Het is de manifestatie van het Koninkrijk der hemelen. Johannes de Doper kondigde het al aan: Hij zal u dopen met de Heilige Geest en met vuur, om de dorsvloer te zuiveren en het graan in de schuur te verzamelen, maar het kaf te verbranden. (Lukas 3 vers 16, 17). Daardoor zal eens op aarde grote schoonmaak worden gehouden. Er zijn heel wat dingen die erdoor zullen verbranden. Wat van hout en stoppels is, zal erdoor vergaan, gewoonweg omdat het oordeel er over gaat. Boeken waarin ideeën en ideologieën verkondigd worden die niet deugen, films en programma’s waarin dingen voor ogen gesteld worden, die wanstaltig zijn enz. enz. Veel zal door dit vuur worden gelouterd. De gemeente roept dan: “Eindelijk!”

Dr. W. Aalders/dr. H. Klink