Terug naar Ecclesianet.nl

In memoriam ds. J.K. Vlasblom (1946 – 2012)

Op 12 december jl. overleed tot ons verdriet onze zeer gewaardeerde broeder ds. J.K. Vlasblom. De begrafenis vond plaats op dinsdag 18 december in Nunspeet. In de dienst die daaraan voorafging en die geleid werd door ds. B. van ’t Veld uit Vaassen, sprak ds. L.J. Geluk namens de vriendenkring enkele woorden. Graag nemen we de toespraak van ds. Geluk op in Ecclesia en stemmen we in met de dankbaarheid die daarin doorklinkt voor het werk dat ds. Vlasblom jarenlang voor de stichting ‘Vrienden van dr. H.F. Kohlbrugge’ heeft gedaan. God zegene mevrouw Vlasblom en de verdere familie-en vriendenkring. Red.

Mevrouw Vlasblom, beste Pieternel, mevrouw Bennink, leden van de familie Vlasblom, vrienden, bekenden, u allen die hier aanwezig bent,

Wij zijn hier in de kerk van Nunspeet samen voor een droef gebeuren: de herdenkings-, dank- en rouwdienst omdat dominee Johan Karel Vlasblom op de leeftijd van 66 jaar is overleden.

Mevrouw Vlasblom heeft mij gevraagd enkele woorden te spreken namens het bestuur van de Stichting ‘Vrienden van Dr. H.F. Kohlbrugge’ en de redactie van ‘Ecclesia’, het blad dat door de stichting wordt uitgegeven en thans in zijn 103e jaargang is.

Zowel van het stichtingsbestuur als van de redactie maakte ds. Vlasblom deel uit.

Het verzoek hier een enkel woord te spreken, enkele herinneringen op te halen, riep bij mij de vraag op waar en wanneer ds. Vlasblom en ik elkaar voor het eerst hebben ontmoet.

Dat was niet in Hoornaar.

Dat had gekund, want zowel voor ds. Vlasblom als voor mij was Hoornaar een bijzondere plaats.

Het was voor ons beiden de eerste gemeente.

Daar begon voor ds. Vlasblom in 1973 zijn kerkelijke loopbaan.

Met zekerheid weet ik het niet meer, maar waarschijnlijk is de eerste ontmoeting eind 1985 geweest, op een bruiloft, de bruiloft van Meta Kruithof, een oudcatechisant in Zwolle, en Bert Lammers, die nu predikant in Giessen-Oudekerk is.

Ik mocht niet alleen hun huwelijk inzegenen, maar ook samen met mijn vrouw deelnemen aan het diner.

Onder de bruiloftsgasten waren ook ds. en mevrouw Vlasblom.

Hoe dit ook precies mag zijn, later in de jaren tachtig van de vorige eeuw en daarna zijn er vele contacten geweest.

Dikwijls mochten mijn vrouw en ik samen, en later ook met onze kinderen in de grote pastorie van Ommen te gast zijn.

Met een dankbaar gevoel denken wij aan die logeerpartijen terug.

Ommen – de plaatsnaam werd al genoemd.

Daar was sinds 1946 ds. D. van Heijst aan de Hervormde gemeente verbonden en in 1983 kreeg hij als collega ds. Vlasblom naast zich, die daar vanuit Sint Johannesga-Delfstrahuizen beroepen was.

Hij en ds. Van Heijst waren daar als leerlingen van Kohlbrugge een van geest werkzaam.

In 1980 werd rond het ‘Kerkblaadje’, dat vele jaren onder de redactie van ds. Van Heijst had gestaan, een stichting in het leven geroepen. Ds. Van Heijst en dr. W. Aalders, die inmiddels nauw bij het ‘Kerkblaadje’(later ‘Ecclesia’) betrokken waren, wilden daaraan een vastere basis, een vastere structuur geven.

Het lag voor de hand dat ook ds. Vlasblom bestuurslid van deze nieuwe stichting zou worden.

En eveneens lid van de redactie.

In beide functies bleef hij tot zijn overlijden actief.

Ontroerend is het te bedenken dat wij hem in deze kring niet meer zullen ontmoeten.

Na een aanvankelijk en hoopvol herstel van de ziekte die hem in april had getroffen, kon hij de vergadering van de stichting die op 21 november jl. in Utrecht werd gehouden, weer bijwonen.

Hij zei toen dat hij zich goed voelde, maar enkele dagen nadien bleek bij een controle in het UMC dat zijn toestand hard was achteruit gegaan.

En nog weer enkele dagen later deelden de artsen aan hem en zijn vrouw mee dat zij met de rug tegen de muur stonden.

Zij wisten beiden dat het nu snel naar een afscheid zou gaan.

Graag gaf hij zijn medewerking en bijdragen aan ‘Ecclesia’ en het lag in zijn bedoeling dat in toenemende mate te doen nu zijn emeritaat was ingegaan.

Want het was zijn lust en zijn leven te onderzoeken, te studeren.

Op de vergaderingen van de redactie en de stichting was hij trouw aanwezig.

Nooit voerde hij daar lange tijd het woord.

Hij behoorde tot het slag mensen waarvan men zegt: stille wateren, diepe gronden. Wanneer hij het woord kreeg, wanneer hem om zijn visie werd gevraagd, kwam hij met zijn weloverwogen, goed doordachte mening.

Tekenend voor hem was ook de nauwkeurigheid waarmee hij steeds te werk ging, zowel in zijn geschreven bijdragen als in zijn gesproken woord.

Die nauwkeurigheid blijkt ook uit zijn studie over Kohlbrugge en Matthijs Westendorp, die resulteerde in de twee delen die hij in 2005 resp. 2006 publiceerde onder de titel ‘Kohlbrugge en Westendorp – een levenslange vriendschap’.

Deze publicaties waren uitgaven van de ‘Vereeniging tot Uitgave van Gereformeerde geschriften’, waarvan ds. Vlasblom vele jaren lang een toegewijd en uiterst accuraat secretaris is geweest.

Wij hadden gehoopt hem nog lang in ons midden te hebben en van zijn waardevolle inzet te kunnen profiteren.

De Heere heeft anders beslist: Hij heeft hem naar Huis geroepen.

Wij zullen zijn karakteristieke stem niet meer horen.

Wij zullen zijn gewaardeerde mening, zijn wijze visie, zijn bijdragen aan ‘Ecclesia’ en aan de jaarlijkse conferentie van de vrienden van Kohlbrugge missen.

Geen kansel zal hij meer bestijgen om het door hem hoog geschatte Woord van God te dienen.

Wij zullen hem niet meer ontmoeten thuis of op enige samenkomst.

Hij zal op vele plaatsen gemist worden.

Maar allermeest zal hij gemist worden in zijn mooie woning in Nunspeet, waarvan hij minder dan twee jaren heeft kunnen genieten, waar hij het einde van zijn ziekteproces heeft doorworsteld. Groot is het verdriet van ons allen, in het bijzonder van mevrouw Vlasblom.

Wij danken de Heere voor al hetgeen hij in onze broeder heeft gegeven, voor hetgeen hij voor de genoemde en andere verbanden heeft mogen betekenen en wensen mevrouw Vlasblom toe dat zij ervaren mag dat, naar een woord van Calvijn, niets machtiger troost dan de zekerheid midden in de ellende door de liefde van God omgeven te zijn.

Moge zij in al haar droefheid de kracht van Christus ervaren.

In Hem immers zijn de gelovigen hier, in lijden en strijd, en dáár in de heerlijkheid en vreugde, verbonden, zoals het klinkt in het kerklied: “In haar drie-enige Here nog in haar aardse strijd, blijft zij met hen verkeren die ruste werd bereid.”

Op deze belijdenis volgt de bede: “Geef dat in uw genade, o Heer, ook eenmaal wij, langs uwe lichte paden, gaan tot der zaal’gen rei.”

We bidden mevrouw Vlasblom toe dat zij uit die zekerheid en verwachting de kracht mag putten om haar levensweg te gaan, tot zegen van anderen, zoals ze dat jarenlang samen met haar man geweest is.

 

L.J. Geluk, Rotterdam