Terug naar Ecclesianet.nl

Francis Thompson (1859-1907), een opmerkelijk leven, een opmerkelijk gedicht (I)

Dichter en drugsverslaafd

Eén van de mooiste gedichten die ik ken, is van de hand van een man die zwerver en drugsverslaafde is geweest. Zijn naam is Francis Thompson. Hij werd geboren uit ouders die zich tot het Rooms Katholicisme hadden bekeerd en groeide op in een redelijk welgesteld milieu. Hij had een goed stel hersens. Daarmee had hij de studie medicijnen, die zijn vader voor hem in gedachten had, wel kunnen volbrengen, hoewel zijn verstrooidheid en hang naar gedichten en literatuur een grote belemmering voor zijn studie vormden. De genadeslag voor een geregeld leven was echter de opium, waaraan hij verslaafd raakte nadat hij het eens als medicijn had gebruikt.

Jarenlang leefde hij op de straat, bedelend om klusjes om te kunnen overleven en om aan zijn opiumverslaving te kunnen voldoen. Op vodjes papier begon hij gedichten te krabbelen en uiteindelijk bleek dit zijn redding te zijn. Een van zijn gedichten stuurde hij op naar Wilfrid Meydell, die het magazine ‘Merry England’ uitgaf. Getroffen door het gedicht ging Meydell op zoek naar de schrijver. Na een lange zoektocht stuitte hij op Thompson, die lichamelijk heel ver afgetakeld was. Samen met zijn vrouw ontfermde Meydell zich over Thompson. Zij waren geraakt door de genialiteit van zijn gedichten en lieten zich niet afschrikken door de diep ellendige toestand waarin hij zich bevond. Ze beseften dat hij hulp en barmhartigheid nodig had om te kunnen overleven en zijn gave te kunnen gebruiken. Ze hielpen hem te genezen en zijn poëtische, profetische en visionaire gedichten te publiceren. Zijn verdere moeizame leven hebben ze hem bijgestaan en ondanks verscheidene terugvallen, kon hij blijvend op hun steun en liefdevolle aandacht rekenen. Daardoor hebben ze mede bijgedragen aan de totstandkoming van prachtige gedichten. Hun kinderen vormden een belangrijke inspiratie voor een aantal ervan. Het gedicht dat ik bedoel, heet ‘The Kingdom of God’ en is na zijn dood gevonden tussen zijn papieren.

‘In no strange Land’

‘O world invisible, we view thee,
O world intangible, we touch thee,
O world unknowable, we know thee,
Inapprehensible, we clutch thee!

Does the fish soar to find the ocean,
The eagle plunge to find the air –
That we ask of the stars in motion
If they have rumor of thee there?

Not where the wheeling systems darken,
And our benumbed conceiving soars! –
The drift of pinions, would we hearken,
Beats at our own clay-shuttered doors.

The angels keep their ancient places –
Turn but a stone and start a wing!
‘Tis ye, ‘tis your estrangèd faces,
That miss the many-splendored thing.

But (when so sad thou canst not sadder)
Cry – and upon thy so sore loss
Shall shine the traffic of Jacob’s ladder
Pitched betwixt Heaven and Charing Cross.

Yea, in the night, my Soul, my daughter,
Cry – clinging to Heaven by the hems;
And lo, Christ walking on the water,
Not of Genesareth, but Thames!’

‘Vertalen is verraden’, zegt men en dat geldt zeker als het de vertaling van gedichten betreft. Bij mijn weten is er geen goede vertaling van dit gedicht in het Nederlandse taaleigen beschikbaar, daarom geef ik hierbij de mijne, die ik graag voor een betere inwissel:

‘Niet in een onbekend Land’

‘O wereld onzichtbaar, we zien u,
o wereld onaantastbaar, wij raken u aan,
o wereld onkenbaar, wij kennen u,
onbevattelijk, wij grijpen naar u!

Vliegen vissen omhoog om de oceaan te vinden,
duiken adelaars onder om de lucht te vinden? –
Wat vragen wij dan aan de sterren in hun baan
of zij een gerucht van U hebben daar?

Niet waar de sterrenstelsels verduisteren
en onze verkilde begrip hoog zweeft!
De wiekslag van vleugels, zouden we ‘t horen,
slaat tegen onze eigen met klei afgesloten deur.

De engelen blijven hun oude plaats behouden –
Keer slechts een steen om en tevoorschijn komen de vleugels!
U bent het, het is uw vervreemd gezicht
die het luisterrijk gebeuren mist.

Maar (bent u zo droevig, het kan niet droeviger)
huil en roep – en over uw zo pijnlijke verlies
zal schijnen het verkeer op Jakobs ladder,
opgericht tussen de hemel en Charing Cross.

Ja, in de nacht, mijn ziel, mijn dochter,
huil en roep – grijp de hemel vast bij de zomen.
En zie, Christus wandelt op het water,
niet van Genesaret, maar van de Theems!

Het gedicht

Het gedicht begint met een reeks paradoxen, waarmee de dichter de werkelijkheid van Gods wereld present stelt in onze nabijheid. Hoewel onzichtbaar, zien wij haar. Hoewel ontastbaar, raken wij haar aan, grijpen we naar haar.

Waarom kunnen we haar dan soms zo moeilijk zien of ervaren? De dichter wijst aan hoe vreemd het is dat wij dit zo aanvoelen. Een sprekend beeld neemt hij ervoor: De vissen moeten het water dat noodzakelijk is voor hun leven, niet in de lucht zoeken en adelaars moeten de vrije lucht niet onder water opsporen. Zo moeten wij niet op de verkeerde plek naar de goddelijke werkelijkheid zoeken. Onze tijd en ons menselijk verstand willen ons verleiden om ver weg te zoeken naar bewijzen van Gods bestaan. De sterrenstelsels zijn beeld voor het denken dat met het menselijk verstand de geheimen van natuurwetten en wereld ontrafeld kunnen worden. Een denken dat gedoemd is te verkillen en ook de ervaring zal God daar niet vinden. De sterrenstelsels zijn tevens beeld voor al het zoeken naar God op de plaats waar Hij niet is, ver weg van ons dagelijks bestaan.

Gemis

Maar daar kan de andere wereld niet voor ons open gaan. Niet omdat Gods wereld niet bestaat. De dichter zegt: omdat wij onze deur met de aardse klei hebben afgesloten voor de roep die uitgaat van de andere werkelijkheid! In dit gedicht worden de zaken omgekeerd: Dat wij Gods werkelijkheid hier op aarde niet zien of ervaren, heeft niet te maken met de vraag of die werkelijkheid wel bestaat. ‘T is ye, ‘t is ye estranged faces...’

Het heeft te maken met ons onvermogen om te zien, met de vervreemding van ons bestaan van de hemelse werkelijkheid. ‘

Keer slechts een steen om...’ Hier verwijst de dichter naar Jakob, die vluchtte voor Ezau in Gen. 28. In de avond vond deze aartsvader een steen, waarop hij zijn hoofd neerlegde en droomde. Hij zag de engelenladder tot in de hemel reiken, tot aan Gods troon. Zo dichtbij is God en zijn luisterrijke werkelijkheid. Zijn troon is verbonden met de aarde, er is hemels verkeer dat afdaalt naar de aarde en van haar opstijgt naar God. Dat niet te kunnen aanraken of zien, die werkelijkheid te missen, dat maakt een mens intens droevig. We voelen het verlies van het niet kunnen wandelen in Gods werkelijkheid.

Charing Cross

Dat wil echter niet zeggen dat er geen uitweg is. ‘Cry’ zegt de dichter tegen zijn ziel. ‘Huil’ en ‘roep’. Kijk wat er gebeurt als u een beroep doet op de hemel, of die dan niet voor u wil opengaan? De hemel zal opengaan, aldus Thompson. Jakobs ladder staat tussen de hemel en Charing Cross! Charing Cross is het kruismonument in het centrum van Londen wat voor de dichter een aparte betekenis had. Jarenlang heeft hij aan de voet van dit monument rondgezworven en er zijn slaapplaats gehad, evenals aan de kaden van de Theems. In deze context krijgt dit gedicht extra gewicht. In de ellende waarin Thompson in de omgeving van Charing Cross verkeerde, zag hij dat Gods Koninkrijk realiteit is, als je ogen ervoor opengaan. Gods Koninkrijk is er. Zie je het niet, lijd je onder het gemis, houd je dan vast aan de hemelse werkelijkheid. Grijp ernaar zoals de bloedvloeiende vrouw de zoom van Christus’ kleed aanraakte. Dan zul je genezen, Christus zien van dichtbij. Hij deed niet alleen wonderen in Gennesaret, maar ook in Londen, wandelt ook op de Theems! Wandelt ook op de Lek, de Maas of de Rijn! Hij wandelt hier en nu in de straten van dorpen en steden en wil barmhartigheid bewijzen, het beste van Hemzelf wakker roepen voor ons en ons ontdoen van onze vodden. Wie zou hem niet in zijn leven nodig hebben?

Vreemd dat iemand met zo’n levensloop tot zo’n gedicht komt? Of is het juist in de meest moeilijke omstandigheden dat we leren onze ogen open te doen en de werkelijkheid van God te zien? Francis Thompsons gedicht maakt ons duidelijk dat God niet ver is van een ieder van ons!

Jannet Scheurwater-Schouten, Hoogblokland