Terug naar Ecclesianet.nl

Impressies van een bezoek aan Rome

Enkele weken geleden waren mijn vrouw en ik met een klein gezelschap in Rome. Graag wil ik enkele ervaringen die ik daar opdeed delen met de lezers.

Vaticaan

Als eerste wil ik stilstaan bij een bezoek aan het Vaticaan op de woensdagmorgen. Traditioneel vindt op die dag de zogenaamde audiëntie plaats. De paus houdt op het plein voor de St. Pieter of in een gebouw in het Vaticaan een overdenking uit de Schrift. De audiënties worden doorgaans druk bezocht, zeker nadat paus Franciscus is aangetreden. De huidige paus weet veel mensen aan zich te binden en doet overal van zich spreken, niet alleen in Italië, maar ook daarbuiten.

Enkele jaren geleden, toen Joseph Ratzinger nog paus was, maakte ik ook een audiëntie mee. De inhoud van zijn boodschap herinner ik me precies. Het ging over de verheerlijking van Christus op de berg. Op een heldere en innemende manier stelde hij voor ogen wat er daar gebeurde. Hij deed dat op zijn manier, innemend en docerend. Dat typeerde paus Benedictus: altijd weer gaf hij onderwijs. Hij putte daarbij uit zijn brede kennis van de wereld van de bijbel. Ratzinger was op de hoogte van de recente ontwikkelingen op het gebied van de exegese en de kennis van vooral het Nieuwe Testament. Hij bracht wat hij uit de bijbel opdiepte in verband met het moderne levensbesef en de moderne filosofie en probeerde zo een boodschap mee te geven aan zijn hoorders. Hij had daarin een groot charisma. Hij wist tot de kern van de bijbelse geschiedenis door te dringen en de eigenlijke boodschap ervan aan de man te brengen.

Toch had zijn manier van preken iets afstandelijks. Hij bleef de geestelijke, de geleerde, die min of meer ex cathedra sprak, al moet gezegd worden dat het herderlijke daarbij zeker niet ontbrak. Integendeel.

Dat de huidige paus heel anders is, was me natuurlijk via de berichtgeving in het afgelopen jaar wel duidelijk geworden. Hij is veel populairder, veel meer een man van het volk. Hij wist in een jaar tijd veel los te maken. Nu zou ik hem in levende lijve zien. Gaandeweg de audiëntie in Rome begon ik te begrijpen wat het ‘geheim’ is van deze man.

De paus sprak over de verlamde man die door het dak werd neergelaten en aan Jezus’ voeten terechtkwam. De eerste woorden die Jezus tot hem sprak waren woorden van vergeving. Pas later kwam de genezing. Franciscus maakte erop attent dat zonde en ziekte nauw samenhangen. De genezing die Jezus gaf, betrof de hele mens. De paus zag ervan af veel woorden te wijden aan de geschiedenis zelf. Na een enkele zin was hij bij de werkelijkheid van vandaag en de betekenis van de kerk daarin. Zonder enige uitwijding wees hij erop wat Christus in de kerk en in de sacramenten wil geven: herstel en vergeving. Dat wil dus zeggen: totale vernieuwing en genezing. Christus geeft dat vooral na de opstanding. Alleen de Opgestane kan vernieuwing en vergeving schenken. Dat is iets wat niet in onze macht ligt, het is een geschenk van boven. Vergeving kun je niet afdwingen of verdienen, je kunt er geen claim op leggen. Het ligt in de aard van de vergeving dat het je geschonken wordt, dat het een gave is: een gave van boven. Je kunt dan ook alleen om vergeving vragen. Het ontvangen ervan is een gunst.

Het tweede waar hij op wees, was dat vergeving vraagt om erkenning van wat verkeerd gegaan is. Erkenning aan God, maar ook erkenning aan de gemeenschap van Christus, de kerk. Je doet dat via de schuldbekentenis, de biecht – aan de priester en aan elkaar. Daarvoor moeten we ons niet schamen. De paus legde er de nadruk op dat schaamtevol zijn niet iets negatiefs hoeft te zijn. In Argentinië, het land waar hij vandaan komt, is er een gezegde dat zegt dat iemand ‘met schaamte loopt’. Dat wordt aangemerkt als iets positiefs – het pleit voor iemand. “Belijdt elkaar de zonde. Dat is goed! Wat een opluchting en vreugde geeft het als Jezus je vergeving schenkt, als de last van je af is. Zo’n soort opluchting kennen we allemaal. Zo belangrijk is het vragen van vergeving.”

Toen de paus het over deze dingen had, gebeurde er iets merkwaardigs en kenmerkends. Al sprekend keek hij op van zijn papier, hij legde zijn armen over de leuning van de stoel waarin hij zat. Zo liet hij zijn handen, waarin hij de tekst die hij voorlas had, rusten op zijn schoot. Hij ging er zichtbaar voor zitten om zich niet meer via het papier maar direct te richten tot het publiek dat voor hem zat. Hij keek de mensen aan en begon bijna tête à tête te spreken, alsof hij ieder van hen direct voor zich had en zich persoonlijk tot elk afzonderlijk richtte. Hij vroeg op de man af: “zou het niet goed zijn voor u, als u dit dan ook deed: vragen om vergeving, te biecht gaan? Wanneer hebt u dat voor het laatst gedaan? Gisteren, of twee dagen geleden, misschien een paar maanden geleden, of vorig jaar, vier jaar geleden, of… twintig jaar geleden? Wanneer hebt u voor het laatst uw schuld beleden aan God of aan elkaar? Doe het aan elkaar of aan Christus zelf, dat is het beste. In ieder geval: kom er weer toe en ervaar wat vergeving is.”

De manier van spreken – zo direct en spontaan uit het hart en vooral: van hart tot hart – kwam over. De paus wees er merkbaar een richting mee aan voor veel mensen die op het plein zaten of stonden. De betekenis van wat hij zei en de oprechtheid waarmee hij het zei, waren voelbaar aanwezig. Dat was ook het geval toen hij besloot met kort de geschiedenis aan te halen van de verloren zoon, die eindigt met de Vader die hem met beide handen ontvangt. Hij spoorde de mensen aan die weg te gaan, naar deze Vader.

L’eau vive

Een tweede belevenis wil ik de lezers graag doorgeven. Wanneer wij in Rome zijn, hebben we de gewoonte om ettelijke keren in restaurant L’eau vive te gaan eten. Het ligt midden in centrum een straat verwijderd van het plein waar het Pantheon te vinden is: Via Monterone. Het wordt gerund door Frans-sprekende zusters, die afkomstig zijn uit de voormalige Franse koloniën. Ze komen vooral uit Afrika en Zuid- Oost Azië. De sfeer in dit restaurant is bijzonder. Ik ken weinig plaatsen waar men zo sterk een authentiek christelijk geloof aantreft. De zusters behoren bij een orde die zich onder meer ten doel stelt om in de landen waar ze vandaan komen weeskinderen te helpen. Hen wordt een onderkomen geboden in een weeshuis waar ze onderwijs en vooral zorg en liefde ontvangen. De zusters moeten voordat ze tot de orde toe mogen treden eerst een opleiding volgen, in Besançon in Frankrijk. Ze krijgen les in bijbelse vakken en in filosofie etc. Als ze de opleiding hebben afgerond, bepaalt hun leidinggevende waar ze gaan werken. Dat kan in de genoemde weeshuizen zijn. Een andere mogelijkheid is dat ze in één van de restaurants moeten gaan werken, die de orde telt en die in veel grote wereldsteden te vinden zijn, onder andere in Rome. Ze moeten in dat geval de taal leren van het land waar ze gaan wonen om er door hun gedrag en liefde het Evangelie te verbreiden, voor zover het hun gegeven is. Het geld dat er verdiend wordt, komt volledig ten goede aan de missie en het werk in de weeshuizen.

In Rome is het restaurant van een voorbeeldige klasse en het eten is er niet duur. De sfeer is uitzonderlijk. Je voelt hoe bijzonder het is dat de zusters geen commerciële oogmerken hebben, maar dat het hun om iets heel anders te doen is: iets te doen voor Christus en voor de naaste. Ik heb het voorrecht om enkele van de zusters al wat langer te kennen.

Met één van hen kwam ik in gesprek toen de anderen van het gezelschap nog niet gearriveerd waren. De zuster vroeg me spontaan voor haar broer te bidden: Davide. De jongen woont in Burkina Faso en heeft het plan om in Amerika te gaan studeren. De ouders zijn arm, hij moet werkend aan het geld zien te komen om de reis te betalen. Dat valt nog niet mee. Daarbij komt dat een verblijf in het verre Amerika een heel avontuur is, met de nodige risico’s ook met betrekking tot het geloof. “Zou u voor hem willen bidden?” Het gesprek kwam op Christus en op de audiëntie bij de paus, waarover ik iets vertelde. Ze zei: “Ach Christus geneest, volledig, naar lichaam en ziel en naar ziel en lichaam. Beide. Hij heeft alle macht en soms laat Hij dat ook zien, door wonderlijk te genezen. Hij doet dat niet altijd, maar soms wel, net als in de Evangeliën om het ons niet te laten vergeten dat Hij alle macht heeft. Zo maakt Hij eens alles nieuw, daar herinnert Hij ons aan.” De werkelijkheid van Christus’ macht werd hier door deze oprechte vrouw zo eenvoudig en oprecht beleden dat het was alsof alles even in het licht daarvan kwam te staan. Meer dan ooit besefte ik dat het leed in deze wereld veel makkelijker te dragen is, ook in een schijnbaar uitzichtsloze situatie, als deze geloofsrealiteit zich aan ons opdringt en functioneert! Het waren woorden van geest en leven. Ze werden, hoe eenvoudig ook uitgesproken, gedragen door de wonderlijke kracht die eigen is aan het geloof en de liefde van Christus.

Een uitnodiging

Ik wijd nog enkele woorden aan een derde ontmoeting. In Rome steek ik bij de kennissen en vrienden die we er hebben nooit onder stoelen of banken dat ik een grote voorliefde heb voor Maarten Luther. In zijn verstaan van de Schrift is hij onovertroffen. Ik deed dat ook enkele weken geleden. Een veelbelovende jongeman had me uitgenodigd om in een instituut waar hij woonde kennis te maken met een erudiete geestelijke, die leiding geeft aan het instituut. In het mooie, oude gebouw aan de rand van Rome was een prachtige bibliotheek gevestigd, waaraan ik mijn hart zou kunnen ophalen. Ik nam de uitnodiging graag aan en zo zaten we te praten in de inderdaad prachtige bibliotheek in het gebouw dat een heerlijke rust uit ademde.

De geestelijke die leiding gaf aan het instituut kwam bij ons zitten en er ontspon zich een heel interessant gesprek over meerdere theologen die niet alleen in de rooms-katholieke wereld, maar ook daarbuiten gewaardeerd worden. Het ging over Romano Guardini, over Urs von Balthasar en over Adrienne von Speyer, over Henry de Lubac en over Ratzinger die het instituut had opgericht. De man in kwestie kende Ratzinger persoonlijk erg goed. Wat hij me vertelde, trof me. Tijdens het gesprek kwam Karl Barth ter sprake. Ik vertelde hem over mijn reserve ten opzichte van Barth en mijn voorliefde voor Luther. Daarop zei hij me dat ik beide deelde met Ratzinger, die een grote mate van sympathie heeft voor Maarten Luther. Wat ik in zijn boeken had opgemerkt, klopte dus? Hij bevestigde dit en vertelde dat tijdens een ontmoeting met lutheranen de paus zelfs het vertrouwen wist te winnen van de felle lutheranen, die aanvankelijk niet in wilden gaan op de uitnodiging van toen nog kardinaal Ratzinger om deel te nemen aan een conferentie.

Ik herinnerde me de passage uit zijn uitleg van de brief van de Romeinen, waarin de toenmalige paus schreef over de essentie van Paulus’ boodschap. Bij de tekst ‘Gij kent de genade van onze Here Jezus Christus, dat Hij arm geworden is voor ons’, schreef hij het volgende:

“Het is de moeite waard om in dit verband het commentaar aan te halen waarmee de voormalige augustijner monnik Maarten Luther deze paradoxale woorden van de apostel Paulus voorziet: ‘Dit is het ontzaglijke mysterie van goddelijke genade ten opzichte van zondaren: dat met een wonderlijke ruil onze zonden niet meer de onze zijn, maar van Christus en de gerechtigheid van Christus niet meer die van Christus is, maar die van ons’ (Commentaar op de Psalmen, van 1513-1515). Op die manier is het dat wij worden gered!”

Het is onmiskenbaar dat deze woorden niet ver af liggen van wat Franciscus zei: ‘vergeving moet je ontvangen’ en de dragende grond vormen van de geloofswerkelijkheid van de zusters uit L’eau vive.

Eens te meer speet het mij, dat straks in 2017 Benedictus geen paus meer is. Als iemand in het jaar dat de Reformatie 500 jaar oud is, had kunnen bijdragen aan het broodnodige eerherstel van Luther, dan is hij het wel. Wie weet, dacht ik, wat hij achter de schermen in dat opzicht nog kan betekenen?

H. Klink, Hoornaar