Terug naar Ecclesianet.nl

Geertgen tot St. Jans: “De aanbidding der Koningen” (Rijksmuseum Amsterdam)

Lezen: Matth. 2

Wat is uw eerste indruk van dit schilderij? Een beetje stijf? Dat klopt wel, want het is qua sfeer en stijl een typisch middeleeuws kunstwerk. Toch zit er een geweldige boodschap in, misschien juist wel vanwege de rust en de verstilling die het geheel ademt.

Het relaas van Mattheüs 2 over de wijzen uit het Oosten heeft altijd sterk tot de verbeelding gesproken. Dat de wijzen vrijwel steeds als koningen werden afgebeeld, is te verklaren uit het feit dat men in hun komst Ps. 72:10 in vervulling zag gaan. Dat het er drie werden, zal te maken hebben met de drie gaven: goud, wierook en mirre. De kerkvader Origenes (ca. 185-254) uit Alexandrië is de eerste die dit verband tussen het aantal geschenken en het aantal gevers benoemt.

Het goud wordt volgens Augustinus van Hippo gebruikt om het Kind als koning te eren, de wierook om het als God te aanbidden (vgl. Ps. 141:2) en de mirre zal bewaard worden om Hem als mens te begraven. De drie koningen bieden deze geschenken aan in kostbaar vaatwerk, dat past bij hun koninklijke status.

Zij doen dit in diverse houdingen. De eerste koning zit geknield op de grond, de tweede is bezig neer te knielen, en de derde staat nog. Daarmee brengen zij de verschillende stadia van de aanbidding tot uiting. Een gedachte, die later door Theodorus à Brakel uitgewerkt zal worden in zijn “Trappen des geestelijken levens”.

Maar waarom is de derde een neger? Volgens middeleeuwse commentatoren vertegenwoordigen de drie koningen de drie Bijbelse mensenrassen uit de toenmaals bekende werelddelen: Semieten (Azië), Chamieten (Afrika) en Jafethieten (Europa).

En dan zie je ook nog drie leeftijdsfasen: de een is een twintiger, de middelste een veertiger en de voorste een zestiger. Met andere woorden: dit Kind is voor alle mensen gekomen. Het maakt niet uit waar je vandaan komt of hoe oud of jong je bent: Hij wil ook uw en jouw Redder zijn en je bent welkom in de stal!

Als je goed kijkt, zie je op de achtergrond drie stoeten. Elke koning brengt zijn eigen gevolg mee. Door de tijden en eeuwen heen zijn er steeds weer mensen geweest, die de wijzen in hun zoektocht gevolgd zijn. En het is alsof de schilder ons vraagt:

Loopt u ook mee in die lange stoet? En jij, waar sta jij op het schilderij? Want daar gaat het om: komt, laten wij aanbidden die Koning! Dat blijkt ook uit de prominente plaats van Jozef, Maria en Jezus in dit tafereel. De bogen van de ruïne boven hun hoofden, waardoor ze a.h.w. “ingelijst” zijn, accentueren hun centrale positie. Ook Jozef en Maria zijn onder de indruk van dit heilig ogenblik. Aller aandacht gaat uit naar het Kind in het midden. Zoals de anonieme dichter, ook uit de middeleeuwen, zegt:

Ons is gheboren
een uutvercoren
clein Kindekijn;
Waer ’t niet gheboren
wi waren verloren;
Laet ons blide sijn!

 

J. Riemersma, Sliedrecht