Terug naar Ecclesianet.nl

Gedood door de tijdgeest, maar levend door Jezus Christus (Paul Schneider-Dominee in crisistijd)

Inleiding

Op 18 juli 2014 is het vijfenzeventig jaar geleden dat ds. Paul Schneider in het concentratiekamp Buchenwald werd vermoord. In de Duitse stad Weimar is momenteel een tentoonstelling te zien die aan hem is gewijd. Het is ook vandaag alleszins de moeite waard om van zijn leven, zijn geloof, zijn strijden en lijden, zijn moed en volharding kennis te nemen. Is hij een voorbeeld ter navolging?

“Het is zaterdag voor de eerste adventszondag van het jaar 1937. ’s Morgens vertrekt een trein van het station Frankfort richting Weimar. Daar aangekomen, wordt een wagon losgekoppeld en op een andere, afgezonderde rails gereden. Zwaarbewapende politieagenten omringen de eenzame wagon. Ze wachten op mannen die één voor één uit deze wagon zullen komen. Als zij op het grind uitstappen, worden hen direct de handboeien aangedaan. Vervolgens moeten ze in een gereedstaande, gesloten vrachtauto stappen. Deze rijdt met hoge snelheid weg richting de ‘bloedstraat’ die in het concentratiekamp Buchenwald eindigt. Voor men daar aankomt, stopt de vrachtauto echter. Iedereen moet uitstappen. De handboeien worden afgedaan. De agenten gaan met de vrachtauto terug naar Weimar. De gevangenen staan nu onder direct gezag van de SS. Spoedig zullen ze ontdekken dat ze aan het grillige humeur van deze bewakers zijn overgegeven. Opeens klinkt de schreeuw ‘Karacho’ uit de mond van een bewaker met zwart uniform en doodskop. Geen gevangene weet wat dit woord betekent. Maar voordat de kreet voor de tweede keer klinkt, begrijpen ze het. De SS-ers slaan met knuppels en geweerkolen hard op de weerloze gevangenen in, die richting de poort van het kamp rennen voor hun leven.”

Onder deze rennende mannen is ook een dominee uit Dickenschied/Womrath. De predikant van twee kerkdorpen wordt vanwege zijn gehoorzaamheid aan Gods Woord en zijn trouw aan de gemeenten dit wrede kamp binnen geslagen. De SS geeft hem gevangennummer 2491 en brengt hem onder in barak 22. Wie is deze man?

Jeugd

Paul Schneider werd op 29 augustus 1897 in de omgeving van Bad Kreuznach geboren. Hij was de zoon van een predikant. Zijn vader heette Gustav Adolf Schneider en was afkomstig uit Elberfeld. Zijn familie behoorde bij de gereformeerde gemeente van ds. F.W. Krummacher. Al jong verloor Gustav zijn moeder. Een godvrezende tante nam hem daarom in haar huis op. En met haar ging hij voortaan op zondag naar de kerk van ds. H.F.Kohlbrugge.

In zijn geboortedorp Pferdsfeld ging Paul naar school en ook zijn vader gaf hem onderwijs. Dit onderwijs was Bijbelvast en tijdbetrokken. Te Bad Kreuznach werd hij leerling van het gymnasium. In 1910 verhuisde het gezin naar de plaats Hochelheim bij Wetzlar. Om deze reden moest Paul naar het gymnasium in Giessen. Hier haalde hij versneld zijn eindexamen om daarna als vrijwilliger te dienen in de Eerste Wereldoorlog. Maar voor het zover is, sterft zijn moeder. Van haar vertelt hij: ‘Ondanks haar pijnlijke jicht deed zij, door een ijzeren wil gedreven, zittend haar werk met een blij humeur. Op haar grafsteen staat te lezen: ‘Verblijdt u in de hoop. Zijt geduldig in de verdrukking. Volhardt in het gebed.’ Paul vecht in Rusland en Frankrijk en wordt zelfs tot luitenant bevorderd. Na de oorlog studeert hij theologie in Giessen. Al in zijn studententijd trekt Paul al consequenties als het om de waarheidsvraag ging. Een studievriend schrijft dat hij zelfs bereid is om daarvoor een vriendschap op te offeren. Aan zijn dagboek vertrouwt Paul toe: “Er blijft voor mij niets anders over dan om mijn leven geheel aan de almachtige, goedertieren, wijze en wonderdoende God te wijden. Hij heeft over mij alle gezag. Hij heeft mij te gebieden wat ik moet doen en hoe ik heb te leven. Mijn gedachten en ideeën doen niet mee. Ach Heere, wijs mij de weg die ik in mijn leven heb te gaan en met welk doel.Voor wat U beveelt, wil ik met alle krachten mijn leven inzetten. En wat voor mij nu nog donker en onbekend is, zal dan duidelijk en helder zijn. Mijn God en Vader, wil mij dat bevrijdende inzicht schenken!”

God heeft hem na veel innerlijke strijd duidelijkheid gegeven. In een brief lezen we: “U bent mijn Troost en Schuilplaats. U laat niet los, wat Uw hand heeft gegrepen. U bent de Pottenbakker en ik het leem. U hebt mij gezegd wat ik moet doen. En door Uw genade en om de liefde van Jezus’ wil zult u mij alle kracht schenken om U te volgen.”

Dominee

Voordat Paul Schneider predikant werd, deed hij praktische ervaringen (maatschappelijke stage) op door enige tijd in de hoogovens te werken en te Berlijn de stadszending te ondersteunen. In 1926 werd hij predikant in de Hochelheim. Daar bleef hij acht jaar. In hetzelfde jaar dat hij een gemeente kreeg, trouwde hij met de predikantsdochter Margarete Dieterich (geb. 1904). Hun huwelijk werd gezegend met zes kinderen. In het begin van de jaren dertig bereikte de economische crisis ook het Rijnland. Als een gevolg hiervan kreeg, politiek gezien, de NSDAP van Hitler ook in deze regio steeds meer invloed.

Na de machtsovername van 1933 begreep dominee Schneider meer en meer dat het doel en de beginselen van de nazi-ideologie (A.Rosenberg) totaal onverenigbaar waren met het Woord van God. Ook al waren er christenen die dat probeerden, de zgn. ‘Duitse Christenen’, hij niet. Ter gelegenheid van het bijeenkomen van de nieuwe, door de nazi’s gedomineerde Rijksdag, eisten zij dat in alle steden en dorpen van 12.00 tot 12.30 uur de kerkklokken werden geluid. Ds. Schneider was hiertegen, de kerkenraad gaf wel toestemming.

De nazi’s probeerden steeds meer invloed uit te oefenen in de Evangelische Kirche. Om deze reden werd in 1934 de Belijdende Kerk opgericht. Dominee Schneider sloot zich bij hen aan.

In zijn gemeente ontstond een conflict ter gelegenheid van de viering van het Heilig Avondmaal. Ds. Schneider kon het niet met zijn geweten in overeenstemming brengen, dat een mens die een wereldlijk leven leidde, daaraan deelnam. Hierbij kwam een nieuw probleem. De SA-chef Ernst Röhm had de christenen publiekelijk geminacht en belachelijk gemaakt. Hiertegen had Paul Schneider op de kansel geprotesteerd en een publieke reactie laten aanplakken in de publiciteitskast van de kerk. Om die reden werd er aangifte tegen hem gedaan. Vanaf dit moment kreeg hij te maken met bijzondere aandacht en pressie van overheidsorganen. Minister van propaganda Goebbels vond het nodig om in veel kranten een artikel te publiceren, dat de woorden van de SA-chef ondersteunde. Hierop reageerde Paul Schneider in een preek. Als reactie op de gehouden preek, namen de nazi’s een maatregel om hem te verplaatsen naar een andere gemeente. Eerst weigerde hij. Hij verkoos gevangenschap maar tenslotte gaf hij toe. En zo werd hij predikant in de vacante evangelischgereformeerde gemeenten Dickenschied/Womrath in de regio Hunsrück. Aan deze kerkdorpen zou hij tot zijn dood verbonden blijven.

Gehoorzaam

Ook in deze gemeente doemde er voor ds. Schneider een probleem met de tijdgeest op. Bij de begrafenis van Hitlerjongen Moog in een buurgemeente zei een Nazikringleider, dat de overledene in de ‘hemelse storm Horst Wessel’ was binnengegaan. (Horst Wessel was een tot martelaar gemaakte nazi-ABG). Echter, Paul Schneider merkte op dat hij aan het bestaan van die hemel sterk twijfelde. Nogmaals herhaalde de kringleider zijn woorden. Hierop sprak ds. Schneider nadrukkelijk, dat hij voor het onvervalst uitleggen van Gods Woord verantwoordelijk was. Een dag later werd hij gevangen genomen. Zijn gevangenschap, nodig om de ‘staatsveiligheid’ te beschermen, duurde een week. Op 17 maart 1935 zou er, namens de Belijdende Kerk een kanselboodschap worden voorgelezen. Het zou een woord zijn tegen het nieuwe heidendom van de rassenleer die door de nazi’s werd gepropageerd. In de brief stond o.a.: “De waarheid van het Evangelie wordt publiekelijk aangevallen, zelfs door overheidspersonen. Hij die zich tegen deze bestrijding van het christendom keert, moet er tegenwoordig rekening mee houden, dat hij als een vijand van de Duitse staat wordt gebrandmerkt. Echter, de Heere, onze God is een heilige God en laat Zich niet bespotten. Hij heeft Zich geopenbaard in Zijn Zoon Jezus Christus, de Gekruisigde en de Opgestane. En buiten Hem, de God en Vader van de Heere Jezus Christus, is er geen god. En als aan de ziel van een volk geen goede zorg wordt besteed, dan wordt dit gebrek niet door enige uiterlijke verhoging opgevangen. Geen politieke, economische of sociale verhoging kan dit ernstige gebrek opheffen. Gods Woord leert ons: ‘Gerechtigheid verhoogt een volk, maar de zonde is een schandvlek der natiën.’” Het ministerie van Binnenlandse Zaken verbood het voorlezen van de kanselboodschap.

De Gestapo verlangde van alle predikanten gehoorzaamheid aan het ministeriële verbod. Ds. Schneider las de brief wel voor. Daarom werd hij drie dagen gevangen gezet te Kirchberg.

In de zomer van 1935 vroeg een bekende aan Paul Schneider voorzichtiger te zijn en alle ergernis te vermijden. Paul antwoordde: “Ik zoek het martelaarschap niet. Echter, waar ik tot getuigen wordt geroepen, kan ik niet anders dan belijden, dat er op aarde geen ander heil te vinden is, dan alleen in Jezus Christus. We mogen het kruis niet door het hakenkruis vervangen. Aan God heb ik beloofd mijn kinderen voor de eeuwigheid op te voeden en niet voor een tijdelijke, uiterlijke welvaart. En wellicht heeft mijn vrouw een moeilijke weg nodig om volledig op God te vertrouwen.”

Op 29 maart 1936 gingen Paul en Margarete Schneider niet naar de stembus om een nieuwe Rijksdag te kiezen. Waarom niet? Omdat op het stembiljet alleen maar ‘ja’ aangekruist kon worden. In de nacht van zaterdag op 1e Paasdag werd daarom hun pastorie met rode verf besmeurd. Er stond op de muur te lezen: “Hij heeft niet gekozen. Vaderland, volk, wat zegt u?” Later zou een medegevangene uit Buchenwald, notaris Leikam, over deze vrijmoedige houding melden: “Ook tegenover de SS kwam hij openlijk uit voor zijn christelijke geloof. In deze vrijmoedigheid was hij waarschijnlijk de enige in geheel Duitsland. Hij noemde de duivel bij zijn naam: moordenaar, echtbreker, onrechtvaardige, monster. Hij stelde tegenover dit gedrag de genade en het voorbeeld van Christus en riep hij op tot berouw en bekering. Zijn persoonlijke relatie met de Zoon van God liet hem geen andere keus. De nauwe geloofsverbinding met zijn Heiland was de vrucht van een grote, innerlijke strijd.”

Vrijheid

De volgende twistappel had te maken met twee onderwijzers, Sturm en Kunz, aan de christelijke scholen in beide kerkdorpen. Beiden hadden een nationaal-socialistische levensbeschouwing en om die reden een verkeerde invloed bij onderwijs en opvoeding op de kinderen. Paul Schneider probeerde op allerlei manieren, in ’t bijzonder door middel van Gods Woord, hen van hun heidense gedachten af te brengen. Omdat dit geen resultaat had, werden er door predikant en kerkenraad in eensgezindheid kerkelijke tuchtmaatregelen tegen hen genomen. Als leidraad gebruikten zij hiervoor vraag en antwoord 82-85 van de Heidelbergse Catechismus. Voordat alle trappen van de tucht ten einde waren, werd ds. Schneider echter voor de derde maal gearresteerd. In de Gestapo-gevangenis van Koblenz zat hij van 31 mei tot 24 juli vast. Bij zijn vrijlating kreeg hij het gebod om zich niet meer in het Rijnland te vertonen. Korte tijd hield hij zich aan dit gebod. Maar toen zijn kerkenraad hem verzocht naar zijn gemeente terug te keren, voldeed hij daaraan. Aan de minister van Binnenlandse Zaken, de Rijkskanselarij van de Führer en andere overheidspersonen motiveerde hij zijn terugkeer. Ds. Schneider bestreed het recht van de staat om in de kerk haar gezag te doen gelden. De overheid beriep zich op Rom.13, maar hij geloofde dat in deze situatie Hand. 5:29 van toepassing was: “Men moet Gode meer gehoorzaam zijn dan de mensen.” Ook Jezus’ woorden uit Johannes 10:13 waren van betekenis: “En de huurling vlucht (bang voor de wolf), aangezien hij een huurling is en geen zorg heeft voor de schapen.”

Ondanks het toegangsverbod preekte hij op dankdag, 3 oktober 1937, ‘s morgens in de eigen gemeente. ’s Avonds zou in Womrath een dankdienst worden gehouden, maar onderweg daarheen werd hij gearresteerd en opnieuw naar Koblenz gebracht.

Buchenwald

Op zaterdag 27 november werd hij per trein naar Weimar gebracht, naar het pas ingerichte concentratiekamp Buchenwald. Hier moest hij zware dwangarbeid verrichten in een steengroeve. Op de verjaardag van Hitler in 1938 weigerde hij op de appelplaats temidden van duizenden medegevangenen de Hitlergroet te brengen en zijn muts af te zetten toen de nazivlag gehesen werd.

Als argument van ongehoorzaamheid gaf hij: “Dit symbool van een misdadig regime groet ik niet.” Als straf gaf men hem in het openbaar 25 stokslagen. Hierna kreeg hij op bevel van kampcommandant Koch eenzame opsluiting in de ‘Bunker ’, een gedeelte van het poortgebouw. Zijn bewaker was de uiterst sadistische SS-man, Sommer. Vanaf deze tijd preekte ds. Schneider door het geopende, getraliede raam van zijn cel tot de mannen op de appèlplaats.

Hij riep naar hen woorden van troost en bemoediging, maar de SS-mannen klaagde hij aan. Hij hield vol, ondanks zware lichamelijke mishandelingen door zijn persoonlijke beul en anderen, zodat hij tenslotte niet meer was dan een lichamelijk wrak. Ook werd hij gestraft met het inhouden van eten en het onthouden van post. Soms werd hij veertien dagen ononderbroken aan de verwarming vastgeketend en in een cel zonder licht opgesloten. Toen hij daar was, hoorde hij het geschreeuw en de angsten van medegevangenen. Eens sprak hij tot één van hen: “Ik weet waarom ik hier ben.” En hoewel alles in het werk werd gesteld om zijn vertrouwen in God te breken, lukte dat niet.

Een jaar na zijn aankomst in Buchenwald schreef hij: “God heeft ons beloofd, dat we geen zwaarder kruis zullen dragen dan Hij goedkeurt. Zijn kracht wordt in onze zwakheid volbracht. En Hij alleen weet de juiste tijd van ons levenseinde. En dat is goed.”

Ondanks veel pijn trok hij zich op Paaszondag 1939’s morgens om half zeven aan de tralies omhoog. Tot de duizenden ter dood gedoemde gevangenen op de appèlplaats riep hij ongeveer twee minuten duidelijk hoorbaar zijn Bijbelse boodschap, waarin hij geestelijke bijstand gaf met de volgende woorden: “Kameraden, luister goed. Tot jullie spreekt ds. Paul Schneider. Hier wordt gefolterd en gemoord. Maar zo spreekt de Heere: ‘Ik ben de Opstanding en het Leven!’” Verder kwam hij niet, want harde stokslagen verhinderden dat.

Poller, assistent van een kamparts, schreef over Schneiders laatste dagen: “Zijn lichaam is een skelet en de armen vreemd vervormd. Zijn benen zijn zo dik als van een olifant.” In de laatste brief aan zijn vrouw lezen we: “Het is goed en verstandig als wij met ons hart niet aan de aardse tuin hangen. We moeten niet vergeten om de tuin van ons hart vlijtig te bearbeiden, opdat de vruchten des Geestes openbaar komen. En om die tuin te reinigen is meer arbeid nodig, dan voor de aardse tuin. God geve, dat wij rijp en bereid zijn om Hem op zijn tijd te ontmoeten.” Op dinsdag 18 juli 1939 diende kamparts Erwin Ding-Schuler, die later zelfmoord zou plegen, een dodelijke injectie toe aan Paul Schneider. Enkele ogenblikken later stierf deze trouwe dienaar van God.

’s Avonds om half zeven bereikte het overlijdensbericht van haar man de weduwe Margarete Schneider. In het telegram las zij: “Paul Schneider, geb. 29-08- 1897, is vandaag gestorven. Als u de overledene wilt ophalen, geschiedt dat op eigen kosten. Binnen 24 uur dient hiertoe een verzoek te worden ingediend. Gebeurt dit niet, dan zal tot verbranding worden overgegaan. De kampcommandant van Buchenwald.”

Margarete werd eenmaal toegestaan om het gezicht van haar man in de kist te zien. Daarvan zei ze: “Op Pauls gezicht lag de vrede en de heerlijkheid van de verlosten. In deze ogenblikken mocht ik Paul zien met ogen van geloof, zoals het lied zegt: ‘Hoe zalig is de rust in Jezus’ licht; dood, zonden en leed zijn voor Hem gezwicht.”

Uitleiding

De verzegelde doodskist werd tot de begrafenis bewaard en bewaakt door de politie in de kapel van het ziekenhuis te Simmern. Het werd een zeer grote begrafenis te Dickenschied. Onder de aanwezigen waren 200 predikanten, van wie 170 in toga. Eén Gestapo-man was zo verwonderd over deze begrafenis, dat hij verbaasd uitriep: “Zo worden koningen begraven.”

Tot tweemaal toe is in Duitsland een postzegel verschenen met de beeltenis van Paul Schneider. En op meerdere plaatsen in zijn vaderland staan monumenten die aan hem herinneren. Op een gedenktafel staat te lezen: “Wij hebben het profetische Woord, dat zeer vast is, opdat u daar op achtgeeft als op een licht.”(2 Petrus 1) Ook dragen christelijke scholen en gebouwen zijn naam.

In de DDR had men van ds. Schneider een antifascistische verzetsheld gemaakt. Echter, voor de Evangelische Kirche is hij een christen die er diep van overtuigd was, dat hij zo moest handelen tegen het onrecht van het Nazi-regime.

Margarete Schneider die in 2002 op hoge leeftijd overleed, zei een paar jaar eerder over haar man: “Hij was uitverkoren om het Evangelie te verkondigen, tijdig en ontijdig. En dat Woord is voor mij altijd tot troost geweest.” Ds. J.C.Ryle durft de stelling aan, dat de invloed van het lijden om Christus’ wil, soms groter kan zijn dan de preek op zondag.

Sommigen denken, dat ds. Schneider een fanaticus was die ongeremd zijn wil doordreef. Is dat waar? Wij menen van niet. Ds. Dietrich Bonhoeffer hoorde van het sterven van collega Schneider. Hij oordeelde: “Deze naam mag u niet vergeten. Hij is onze eerste martelaar.” Ruim een maand later brak de Tweede wereldoorlog uit.

In Nederland leven we in een seculier-liberaal klimaat dat steeds meer afrekent met christelijke normen en waarden. Onlangs werd op een predikantenvergadering gesteld, dat onder predikanten m.b.t. de ethiek een zekere verlamming heerst. Iemand stelde: “De vraag is legitiem en actueler dan ooit hoe de concrete Bijbelse gehoorzaamheid functioneert. Wij durven dikwijls geen duidelijke stelling te nemen, omdat veel zaken gevoelig liggen.”

Wordt de tijdgeest geanalyseerd en Bijbels getoetst, of overwoekert zij kerk en samenleving? Weten wij nog wat de navolging van Christus betekent, zeker met het oog op de vorming van onze jonge mensen? Iemand schreef na de dood van ‘De ds. van Buchenwald’: “Wij allemaal, wij maken compromissen na compromissen. En intussen is er toch iemand geweest die slechts trouw wilde zijn aan zijn Heere, trouw aan zijn geloof.” Is hierin Paul Schneider een voorbeeld ter navolging? Welke macht gehoorzamen wij: de tijdgeest of Jezus Christus?

A.B.Goedhart, Leerbroek