Terug naar Ecclesianet.nl

Nogmaals de wereld waarin wij leven

“Zalig zijn de zachtmoedigen, want zij zullen de aarde beërven.” Mattheüs 5: 5

Ik was jong student toen ik samen met anderen een gesprek had met dr. W. Aalders. Het was tijdens de laatste jaren van de Koude Oorlog, een vijftal jaar voor de ‘Wende’ in Oost-Europa. Het gesprek kwam op de machtspolitiek van de voormalige Sowjet-Unie en dus op de dreiging van atoomwapens. Het was de tijd van de protesten tegen de plaatsing van kruisraketten in Woensdrecht en tegen de introductie van de neutronenbom, de tijd ook van protestacties tegen kerncentrales. Wat een commotie in Nederland!

Niemand van ons was blij met al deze naïeve acties. Sommigen gaven uiting aan hun aperte angst voor de Sowjet-Unie en de atoombom. Dr. Aalders hield het hoofd koel. Hij deinde niet mee, noch de ene kant op, noch de andere. Typerend daarvoor was het volgende. Dr. Aalders vertelde op het nieuws het volgende gezien te hebben: een boer in de buurt van Borselen leek zich niets aan te trekken van wat er zich allemaal in zijn directe omgeving afspeelde. Ondanks de horden mensen, die zich op een zaterdag in de buurt van zijn land bevonden, besloot hij gewoon te doen wat hij wilde doen en elk jaar om die tijd als het weer het toeliet, deed: het gieren van zijn land. De neveneffecten ervan brachten veel demonstranten ertoe om onverrichterzake af te druipen. “Ontnuchterend hoor”, was het ironische commentaar van dr. Aalders.

Welbegrepen eigenbelang

Deze nuchterheid betrof ook de angst voor de Russen. “Er is (zo hield hij ons voor) zoiets als ‘welbegrepen eigenbelang’. Daardoor laten regeringen zich als het erop aan komt leiden. Dat is een principe in de politiek. Men voelt wel aan dat men de eigen veiligheid niet in gevaar moet brengen en zal zich terughoudend opstellen.” Dr. Aalders had gelijk: het machtsevenwicht in Europa tussen Oost en West garandeerde dat het communistische Rusland voorzichtigheid in acht zou nemen. Jaren daarvoor had de Cuba-crisis laten zien dat men geen atoomoorlog zou riskeren.

De opmerking is ook voor de wereld van nu van toepassing. Zal Rusland als het erop aan komt, zich niet door dit principe laat leiden, juist ook rond de Oekraïne? Ik heb de indruk dat mevrouw Merkel op dit principe inzet. Zij pleit ervoor om als dat nodig is de druk op dit land via sancties op te voeren. Ze doet daarnaast vooral een beroep op gezond verstand (welbegrepen eigenbelang) en brengt Poetin ongetwijfeld onder ogen dat hij zich van de rest van de wereld isoleert en dit voor Rusland geen goede zaak is. Hopelijk werkt dit goed uit. Een vuurhaard in Europa is wel het laatste waar de wereld op wacht in deze gevaarlijke tijd. ‘Welbegrepen eigenbelang’ vormt inderdaad een belangrijk principe in de diplomatieke wereld. Je mag ervan uitgaan dat je tegenstander het nuchtere verstand gebruikt.

De radicale islam

Dit laatste is m.i. niet of nauwelijks het geval als het gaat over Isis. In deze terroristische organisatie heeft de wereld te maken met een beweging, die – zo mogelijk – erger is dan Al Qaeda. In het vorige artikel schreef ik dat de beweging zich kenmerkt door fanatisme en meedogenloosheid. Dit is inmiddels nog duidelijker geworden door de brute onthoofding van de Amerikaanse journalist James Foley.

Een wrang gegeven bij deze executie is dat niet uitgesloten moet worden dat de vermoedelijke dader een voormalige Britse rapper is die zijn miljoenenhuis in Londen heeft ingewisseld voor een veldkwartier in Syrië of Irak. Als dit zo is, maakt het duidelijk dat een veelgehoorde redenering in ieder geval niet opgaat. Vooral uit socialistische hoek wordt vaak naar voren gebracht dat onvrede over ‘sociaal onrecht’ een voedingsbodem is voor radicalisering van moslimjongeren. Om radicalisering te voorkomen moet men ervoor zorgen dat men het in Europa naar de zin krijgt, dat men voluit deelt in de welvaart en zich aanvaard weet. Deze redenering blijkt in veel gevallen niet op te gaan. De rapper deelde in de welvaart en werd bejubeld. En toch sloeg het fanistisme toe. Dit gebeurt vaker. Er moet bij zulke betrekkelijk jonge mensen sprake zijn van een vatbaarheid voor het radicale verhaal, een vatbaarheid die gevoed wordt door een verborgen agressie tegen het Westen en door een nauwelijks zichtbare band met de roots van de samenleving en de religie waartoe men vanouds behoort.

In de Westerse samenleving wordt een verklaring gezocht voor dit fenomeen. Al te veel is daarbij sprake van een soort culpabilisatie, een verschijnsel dat de Westerse samenleving al lange tijd kenmerkt: het zoeken van de schuld bij jezelf. Hetzelfde fenomeen deed zich voor ten tijde van de Koude Oorlog. De redenering die sommigen erop nahielden was: doordat wij de communisten benaderen als vijand, houden wij het vijandsdenken in stand houden. Wij veroorzaken zelf de anomisiteit in de wereld – als wij vriendelijk zijn, veranderen zij ook. Wat men volledig over het hoofd zag, was dat het communisme een radicale ideologie was, die alleen dan de pas kon worden afgesneden als men, zoals gezegd, het machtsevenwicht in stand hield.

In de radicale islam hebben we opnieuw te maken met een gevaarlijke ideologie. Ze is uiterst gevaarlijk. Dat blijkt wel uit de strategie die men erop na houdt. Ik denk daarbij aan enkele dingen.

Men kan niet ontkennen dat de leiding van Isis uiterst geraffineerd en ‘kundig’ (de Engelsman zou zeggen ‘sophisticated’) te werk gaat. Men heeft de thuisbasis in Syrië, waar men als in een soort niemandsland betrekkelijk veilig is. In Irak heeft men olieen gasvelden weten te bemachtigen. De olie en het gas verkoopt men op de zwarte markt (wat volgens een bericht in het AD van 1 september 2 miljoen euro per dag oplevert). Op diezelfde zwarte markt koopt men wapens, die al dan niet klandestien geleverd worden door landen in het Midden-Oosten.

Maar Isis is niet alleen gevaarlijk vanwege de knappe strategie. Het gevaar schuilt vooral in de ideologie. Het stichten van een echte moslimstaat, waar geloofsgenoten zich verbroederen en vanwaaruit zij eindelijk de strijd aan kunnen binden met het gedemoniseerde Westen, spreekt tot de verbeelding. Het doet enigszins denken aan de wederdopers in de tijd van Luther, die het vrederijk wilden stichten en de strijd aanbonden met de keizer. Hun optreden doet nog meer denken aan de zeloten in de eerste eeuw na Christus, die geweld niet schuwden. Alleen met dit verschil dat ze zich in naam van Mohammed gruwelen veroorloven die je zo bij de zeloten niet vindt, laat staan bij de wederdopers.

Wat er in het Midden-Oosten gebeurt, heeft vooral veel weg van de eerste jaren na de Franse Revolutie (1795). De gruwelijke taferelen die de straten in Parijs te zien gaven, waren huiveringwekkend. Velen in Europa dachten te maken te hebben met een voorbijgaande storm, die veroorzaakt werd door een gering aantal mensen. De storm zou zich beperken tot Parijs. Eventueel was de macht die men daar ontwikkelde met een zeker gemak in te dammen.

Een enkeling sloeg echter alarm. Eén van hen was Edmund Burke. Hij riep de regeringen in Engeland en daarbuiten op om wat in Frankrijk gebeurde niet te tolereren en in te grijpen. Burke onderschatte het raffinement en de kunde van de schijnbaar kleine factie in Parijs niet. Hij achtte haar in staat om het Franse volk – deels door dwang – te mobiliseren en een oorlog te beginnen tegen de omliggende volken (wat gebeurd is). En vooral: denkbeelden die de revolutionaire factie propageerde, konden (vooral als de revolutionairen militaire successen boekten) als een virus in Europa om zich heen grijpen. Zoals men een virus isoleert en bestrijdt, moest ‘Parijs’ worden geïsoleerd en bestreden.

Van Burke kunnen we leren niet naïef te zijn. Als het virus van de radicale islam jongeren van Indonesië tot Europa besmet (en dit gebeurt) heeft dat ernstige gevolgen. Het gevaar voor terreurdaden in Europa moet niet worden onderschat. Terreur wordt godsdienstig gelegitimeerd – men is ertoe bereid vanuit een lang gevoed ressentiment en men pleegt het met een ‘goed’ geweten. En vooral: ook andere moslimlanden kunnen besmet raken met het genoemde virus, zodat overal brandhaarden ontstaan (men hoeft maar te denken aan Libië).

Apocalyptiek

In de tijd dat dr. W. Aalders wees op een ‘welbegrepen eigenbelang’, was er van Al Qaeda of Isis geen sprake. Zij kwamen in beeld na 11 september 2001. In de jaren ervoor schreef dr. Aalders over de apocalyptiek in de Bijbel. Het was in de tijd dat er internationaal weinig spanningen waren en de economie er zeer goed voor stond. Tegelijk zette de secularisatie door en hadden de kerken nauwelijks antwoord op de vragen van de tijd. Aalders voorvoelde dat het een stilte betrof voor de storm en wees op de kracht van de boodschap van de LXX en op de apocalyptische boeken van de Bijbel. Onder apocalyptiek verstond hij het oplichten van de hemelse werkelijkheid in de chaotische toestand op aarde.

De 11e september bevestigde voor hem, hoezeer hij gelijk had om op deze boodschap de nadruk te gaan leggen. De boodschap van de apocalyptische Christus had hij al onder woorden gebracht vóór 11 september. Nu bleek ze meer dan ooit actueel, want de aanslagen in New York vormden een voorbode van wat komen zou.

Aalders wees in een van zijn boeken op de laatste eeuwen voor en de eerste eeuw na Christus, toen het in de wereld spande. Er onstonden allerlei radicale bewegingen die het Koninkrijk van God op aarde wilden vestigen – met geweld. Hoe anders was de boodschap van de apocalyptiek en van Christus de Zoon des mensen! Modern gezegd: hoe anders is het Evangelie dan de radicale islam! De titel van Aalders’ laatste boek is veelzeggend: ‘Confiteor, het Evangelie als heilsboodschap in een apocalyptische tijd’.

Martelaarschap

Als één gegeven dit kan onderstrepen dan is het wel hoe in de vroege kerk tegen martelaarschap werd aangekeken en hoe dat in de radicale islam het geval is. Martelaarschap had en heeft in de christelijke kerk de volgende betekenis: onschuldige christenen worden om het geloof vervolgd en gedood. Door vast te houden aan het getuigenis van Christus, ontvangen zij de kracht de vervolgingen te verdragen met volharding en zachtmoedigheid. De christenen haten degenen die hun geweld aandoen niet. Ze bidden zelfs voor hun vijanden, tot op het moment van hun dood. Een ontroerend modern voorbeeld daarvan is de zus van Corrie ten Boom. Zij herhaalde kort voor haar dood in het concentratiekamp indringend en eerbiedig Jezus’ kruiswoorden, “Vader vergeef het hun, want ze weten niet wat ze doen.”

Hoe anders klinkt het woord ‘martelaar’ in de wereld van de radicale islam. Daar heeft het de betekenis dat iemand moedwillig (of daartoe door anderen aangezet al of niet gedrogeerd) zelf de dood opzoekt door zelfmoord te plegen en dat op zo’n manier dat hij of zij zoveel mogelijk anderen (vijanden) daarin meeneemt.

Ik las deze week een prachtige uitspraak van Luther: “zachtmoedigheid is de hemel, toorn is de hel. Het midden tussen beide is de wereld. Des te zachtmoediger u bent des te dichter bent u bij de hemel.”

Wie Luther kent, weet dat in een dergelijke uitspraak een wereld van betekenis schuilt. De hemel is boven. De hel is beneden. De aarde is een schemergebied waar iets van beide te vinden is: het goede en de zonde. Met soortgelijke uitspraken roept Luther vaak op tot nuchterheid: op aarde is het kwaad volop te vinden. Daarop moet je je instellen. Dat geldt ondermeer de overheid. Zij is geroepen het kwaad zoveel mogelijk in te tomen en om het goede (ook de kerk) te beschermen. Tegelijk is er op aarde ook de mogelijkheid meer en meer zachtmoedig te worden. Er is meer dan het recht. God heeft ook het Evangelie gegeven. De christen die ermee in aanraking komt, wordt gekenmerkt door zachtmoedigheid, ook en juist als hij of zij onrecht ondergaat. De bron en de inhoud van het Evangelie is Christus, die uit de hemel op aarde kwam en zijn licht verspreidde. Deze Christus heeft alle macht en geeft zijn vrede. Door dat licht wordt de christen aangeraakt en uitgetild boven de wreedheid die zich soms in hevige mate op aarde manifesteert. De geest van Christus maakt dat hij of zij zelfs bidt voor zijn of haar vijanden.

Hoe ontroerend waar dit alles is, bleek mij toen ik onlangs een kerkdienst bezocht in de Anglicaanse kerk in Den Haag. Na een mooie preek, sprak een vrouw uit Centraal Afrika de gebeden uit. Zij betrok daarin de wereld van nu. Hoe zij bad! – oprecht, gemeend en zorgvuldig. Zij bad voor de overheid (ook de Nederlandse). Zij bad voor Afrika waar ebola om zich heen grijpt en waar sprake is van terreur tegen de kerk en van verkrachtingen. Zij bad voor de Oekraïne, voor Syrië en Irak. Zij bad ook voor de daders van geweld. Zij deed dat als Afrikaanse vrouw, komend uit een werelddeel waar men volop te maken heeft met wat zij beschreef.

Ik geef een klein gedeelte van het gebed weer: “Strek uw hand uit om ons te behoeden voor moeiten en verlos ons van armoede. We bidden u voor vrede en verzoening tussen de volkeren. Troost en genees uw volk van Irak, Oekraïne, Centraal Afrika, Zuid-Soedan, Iran, Yemen, het lijden van Gaza, Libië, Syrië en zo veel andere plaatsen waarvan U weet dat zij in moeiten zijn. We bidden voor hen die haten, verminken, verkrachten en vernietigen. Raak hen zo aan dat zij uw liefde leren kennen en vergeving. (...) U die helen kunt, denk aan uw volk van Liberia, Sierra Leone, Guinea, Nigeria en breng de uitbraak van Ebola tot een einde. Vervul met mededogen diegenen die in een positie verkeren om te helpen dat er aan deze epidemie een einde komt.”

‘Zachtmoedigheid is de hemel’

Meer dan ooit werd me de betekenis duidelijk van Paulus’ woorden: “Ik roep er u voor alles toe op, dat smekingen, gebeden, voorbeden en dankzeggingen gedaan worden voor alle mensen, voor koningen en allen die hooggeplaatst zijn, opdat wij een rustig en stil leven zullen leiden, in alle godsvrucht en waardigheid. Want dat is goed en welgevallig in de ogen van God, onze Zaligmaker.” En vooral: meer dan ooit werd me het woord van Jezus duidelijk die zei: “Zalig zijn de zachtmoedigen, zij zullen de aarde beërven.”

In het middaggedeelte van de conferentie van ‘Vrienden van Dr. H.F. Kohlbrugge’ die 14 juni 2014 in de Grote Kerk van Vianen werd gehouden ‘reflecteerden’ drie aanwezigen op de thema’s die in de ochtendlezingen aan de orde waren. Deze lezingen verschenen in nummer 15/16 van ‘Ecclesia’. In dat nummer werd ook de eerste ‘reflectie’ afgedrukt, de tweede werd opgenomen in nummer 17 en de derde ‘reflectie’ treffen de lezers in dit nummer aan.