Terug naar Ecclesianet.nl

Bij het 10-jarig bestaan van de Protestantse Kerk in Nederland

Zondag 14 september stond men in Nijkerk in een kerkdienst stil bij het 10-jarig bestaan van de Protestantse Kerk in Nederland. Graag wil ik bij deze gebeurtenis enkele kanttekeningen maken. 

Het is de vraag of deze tienjarige herdenking reden geeft tot feestelijkheid. Er zijn op zijn minst twee dingen die een feestelijke stemming kunnen temperen. Allereerst was er rondom de totstandkoming van de PKN sprake van een kerkscheuring. Een groot aantal leden van de Hervormde Kerk stichtten de Hersteld Hervormde Kerk.

Een tweede kanttekening betreft het volgende. Toen de PKN tot stand kwam, waren de verwachtingen hooggespannen. Gezamenlijk zou men het christelijke getuigenis vorm geven. Misschien zou er sprake zijn van een nieuw elan. Er was sprake van een sfeer van verbroedering, na de jaren waarin men voor een deel tegenover elkaar stond. Zowel degenen die zich rekenen tot de Gereformeerde Bond als de evangelicalen en leden die zich verdiepen in de theologie van Karl Barth leken elkaar tot op zekere hoogte te vinden in een bezinning op de fundamenten van het geloof, om zo in staat te zijn in de moderne tijd het Evangelie te verbreiden.

Desondanks heeft de secularisatie zich het afgelopen decennium ‘gewoon’doorgezet. Alom wordt getast en gezocht naar het juiste antwoord op de vragen van vandaag, naar de juiste manier (zoals dat heet) van kerk-zijn, van gemeente-zijn. Met alle sympathie die men daarmee oproept: het geheel straalt een grote mate van machteloosheid uit. Raakt de boodschap die uitgedragen wordt nog het concrete leven anno 2014? Is er een nieuw elan te vinden? Mijns inziens niet. Hoe komt dat?

Laat mij in een poging hier iets over te zeggen, verwijzen naar het boek De kerk, het hart van de wereldgeschiedenis van dr. W. Aalders. Daarin zegt hij dat de kerk sinds de 19e eeuw te maken heeft met een chronische crisis die haar hart raakt. Dat zij in die crisis terecht is gekomen, is, aldus Aalders, vanwege een vraag waar geen antwoord op gekomen is: de vraag die de geschiedenis en haar verschrikkingen oproept. Dit is volgens dr. Aalders de vraag, die de kerk wordt opgedrongen. Het is een vraag die de kerk en de wereld tot in het hart raakt en waar een antwoord op gevonden moet worden.

De schrik van de geschiedenis

In de ochtend van de dag waarop ik deze woorden schrijf, ontving ik een email die duidelijk maakt wat dr. Aalders met deze ‘vraag van de geschiedenis’ bedoeld heeft. Het betreft een brandbrief van een medewerker van een christelijke organisatie in Irak. Hij schrijft: “We hebben de stad Queragosh (Qaraqosh) verloren. Zij viel in handen van IS en zij onthoofden kinderen systematisch. Dit is de stad waarin we ook voedsel hebben gesmokkeld. IS heeft de Peshmerga (Koerdische strijdkrachten) afgeslagen en zit nu 10 minuten voor het punt waar ons team werkt. Duizenden vluchtten laatste nacht naar de stad Erbil. De VN heeft het personeel geëvacueerd uit Erbil. Ons team is er nog steeds en zal blijven. Gebed is absoluut noodzakelijk.”

Welk een vreselijke wereld! Hetzelfde ging door me heen toen ik onlangs op National Geographic een documentaire zag over de Eerste Wereldoorlog. Er werden opnamen vertoond van Franse en Duitse soldaten die in kolonnes naar het front liepen. Van de ogen viel de angst af te lezen. De jongemannen waren er zich van bewust dat er een grote kans was dat zij, evenals duizenden anderen, de dood tegemoet gingen. Zoals gezegd: niet voor niets schreef Aalders over ‘de schrik van de geschiedenis’. Ineens kan deze schrik over je komen, omdat je je bewust wordt dat veilige wereld waarin je je beschut waande, uitermate broos is. Je beseft dat een lot dat je het liefst ver van je houdt, anderen getroffen heeft: ‘de schrik van de gechiedenis’, waardoor elke waarde van de mens wordt weggevaagd en de orde waarin je leefde op losse schroeven komt te staan.

Je vraagt je af: welk kwaad is hiermee gemoeid? Een bekend woord van Luther luidt: “Het is een drift die door de boze wordt aangestoken”, een drift die de volkeren losweekt en losrukt. Met deze drift is de Westerse wereld sinds de vroeg-moderne tijd in aanraking gekomen. Ze kwam acuut naar voren in de achttiende eeuw in de Franse Revolutie. Vandaar dat dr. Aalders spreken kon van de ‘angst van het Westen’. Deze drift uit de Westerse wereld verplaatste zich naar andere werelddelen. Ze heeft indertijd Rusland aangeraakt en de revolutie teweeg gebracht, ze heeft verwoestende gevolgen gehad in de Tweede Wereldoorog en in de tijd van de Koude Oorlog in China, in Cambodja en in Vietnam. In de 20e eeuw en vooral na de Koude Oorlog is deze drift in het Midden-Oosten aangestoken, waardoor opnieuw de hele wereld in de dynamiek van de geschiedenis dreigt terecht te komen.

Er gaat een drift door de wereldgeschiedenis die ons losweekt, vervreemdt van de vertrouwde bodem en die ons naakt in de geschiedenis doet staan.

Welnu, dat is het gevoel dat op de bodem leeft van de moderne mens, een gevoel waar filosofen als Heidegger (Sein zum Tode) en de postmodernist Lyottard (‘er is geen zin in de geschiedenis, u moet de grote verhalen laten varen en als het ware op een eiland leven’) het beste van zien te maken. Van dit besef wil de gewone man zich afwenden. Hij heeft het gevoel dat hij er weinig aan kan doen en dat het maar het beste is om voor jezelf te leven. Anderen worden cynisch en vluchten in verdovende middelen en drank. Weer anderen doen alsof de vragen waar ik op duidde niet bestaan, terwijl ze diepweg wel beseffen dat aan de vraag van de geschiedenis niet te ontkomen valt. Weer anderen ervaren een schrijnende leegte.

Het gaat erom, aldus Aalders op deze vragen, een antwoord te vinden. Als de kerk daar niet toe komt, dan loopt zij gevaar een relict te worden in de geschiedenis en dreigt ze een achterhoedegevecht te voeren. Ze houdt zich dan bezig met vragen die geen echte vragen zijn. Ze geeft schijnantwoorden of antwoorden op problemen waarmee de kerk zich in het verleden moest bezig houden, maar die niet meer actueel zijn.

Dr. Aalders wijst er in zijn boek over de kerk op dat de traditionele antwoorden niet voldoen. De antwoorden van de tijd van de Reformatie zijn niet toereikend, hoe goed ze ook zijn. Vooral de orthodoxe richting in de PKN mag zich dat aantrekken.

De Evangelische beweging

De vraag is of andere stromingen binnen de PKN, die niet direct betrokken zijn op Luther of Calvijn, wel in staat zijn tot een antwoord op de vraag naar de geschiedenis. Een van de stromingen die het tij een tijdlang mee leken te hebben is de Evangelische beweging. Niet ontkend kan worden dat er bij evangelische christenen soms een elan zichtbaar is, dat de traditionele kerken lijken te missen. Evangelische gemeenten trekken velen aan omdat er nog sprake is van geloofsenthousiasme.

In dit opzicht vergeet ik een gesprek niet dat ik enkele jaren geleden had met een veelbelovende Amerikaanse jongeman. Hij was een typische Amerikaan, daarbij zeer veelzijdig en hoogbegaafd. Het gesprek kwam op de situatie in Europa en het verschil tussen Europa en Amerika. Na een poos geluisterd te hebben, liet ik me ontvallen: “Weet je, wij kennen iets in Europa, waar jullie in Amerika nog niet mee vertrouwd zijn, maar waar ook jullie (misschien moet ik wel zeggen ‘helaas’) mee in aanraking gaan komen. Jullie zijn een jong volk dat in de twee eeuwen van jullie bestaan grote sprongen vooruit heeft gemaakt. De afgelopen eeuw zijn jullie uitgegroeid tot de grootmacht bij uitstek in deze wereld. En de hele wereld heeft daar in veel gevallen profijt van gehad. Tot op de dag van vandaag geven jullie de toon aan. Maar dat kan veranderen, zoals het ook in Europa veranderd is. In Europa heeft men de tragiek van de geschiedenis leren kennen. Dat geldt niet voor jullie nog niet. Het is alleen te hopen dat áls jullie die leren kennen, jullie net als in de Griekse tragedie een weg naar boven weten te vinden en niet zoals in Europa zult verzanden in ongeloof. “

Welnu, iets soortgelijks geldt van de Evangelische beweging. Ze doet jeugdig aan, krachtig en enthousiast. Het is echter opvallend dat ze het vooral hebben moet van Amerikaanse schrijvers, die dit element (dat van de grote wereldproblemen en de tragiek ervan) niet in hun theologie (hebben kunnen) verdisconteren. En dat maakt dat de Evangelische beweging niet zomaar wortel zal schieten in Europa, ondanks de goede invloeden die ervan uit gaan. Bovendien mist zij vaak een echte theologie. Ze teert veel meer op de traditie dan ze zelf voor waar wil hebben.

Van de evangelicalen zullen de antwoorden op de vraag naar de geschiedenis niet snel komen, of het moest zijn dat evangelicale geleerden uit de Engelstalige wereld terrein winnen. Want niet te ontkennen valt dat in Amerika en in Groot Brittannië theologen naar voren komen die werkelijk iets te zeggen hebben, zoals dat geldt van James Dunn en van Tom Wright, die onlangs in Nederland gastcolleges gaf.

Karl Barth

Zal de PKN met het oog op de secularisatie baat hebben bij een hernieuwde aandacht voor de theologie van Karl Barth? Ook dat zal niet helpen. Niet ontkend kan worden dat Barth een belangrijke rol speelde ten tijde van de Tweede Wereldoorlog en op een cruciaal moment in de jaren dertig actueel het geloof naar voren bracht. Maar zijn theologie is historieloos en vluchtig. Ook zijn theologie speelt zich af rondom de vraag van zonde en genade, waarbij de genade een onnatuurlijk accent en iets speculatiefs krijgt. Ook bij Barth vindt men niet wat Aalders zocht: een reëel antwoord op de reële en ons opgedrongen vraag naar de geschiedenis.

Waar dan wel?

Waar kan dit wel gevonden worden? Het antwoord daarop valt in de geest van dr. Aalders tweeledig uit. Allereerst heeft hij als geen ander laten zien dat dit antwoord alleen dan gevonden kan worden als men de historie serieus neemt. Als men de vragen van de geschiedenis, de vragen van deze tijd door zich heen laat gaan. Niet snel vergeet ik een gesprek tijdens mijn studententijd met hem en enkele predikanten, waarin hij met een zekere passie bepaalde zaken naar voren bracht. De predikanten legden de nadruk dat het in de prediking moest gaan over zonde en genade. De zonde moest worden benadrukt om vandaaruit tot de genade te komen. Aalders reageerde: “Kent u de moderne literatuur niet? Als u die kent en het moderne leven, dan hoeft u de zonde niet zo sterk te accentueren. Dat is negatief. En negativiteit, dat het allemaal mis gaat, dat hoef ik in de kerk niet te horen. Dat hoor ik wel op de radio en de tv en ik vind het in de moderne literatuur. Ik ben niet geroepen om negatief te zijn, maar ik wil positief zijn.”

Het merkwaardige was dat hij juist bij hen die zo graag over de zonde praatten iets fundamenteels miste. Hij gaf aan dat het nodig is om als theoloog het moderne nihilisme in de ogen te hebben gezien. Dan weet je wat door de moderne mens heengaat. “Het nihilisme moet je gevoeld hebben als een aanvechting, wil je rapport hebben met de moderne mens, maar je moet je ervan los maken. Dan heb je weinig behoefte meer om het kwaad te accentueren. Daar ben je niet toe geroepen. Je moet positief zijn! Dat is het Evangelie.”

Theologen van wie dit geldt zijn er meer. Het gold iemand als Martin Hengel, die optornde tegen het moderne levensbesef, vanuit het Evangelie, juist omdat hij de troost ervan kende tegen de achtergrond van de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog. Hij bracht zijn boodschap van het heil in Christus met grote kennis van zaken en vooral: met het volle accent op de historie.

Welnu, in die richting zocht Aalders het antwoord op de moderne tijd. De positiviteit waarover hij sprak, diepte hij op uit de Schrift. Hij bracht haar naar voren tegenover het moderne tijdsbesef, tegenover de verschrikking van de geschiedenis. Om die reden gaf hij zijn laatste boek de titel mee “Het Evangelie als heilsboodschap in een apocalyptische tijd.” Aalders kon antwoord geven op de vragen van deze tijd, omdat hij de tragiek van de geschiedenis kende en die door zich heen had laten gaan. Hij kwam er voor het eerst als jonge predikant mee in aanraking in mei 1940 bij de inval van de Duitsers in Nederland. Hij wendde zich tot Luther en vond een antwoord. De vragen die zich toen opdrongen, brachten hem in aanraking met de moderne tijd en met de vragen van na de Franse Revolutie, met de nerf van de moderne historie. Wie daarop een antwoord heeft, kan de kerk en de wereld dienen. Rondom diens boodschap gebeurt waar Aalders naar vroeg en naar op zoek was: dat de kerk geplant wordt in de wereldgeschiedenis.

Volkskerk: theologie en historie

De antwoorden die hij vond, wilde hij als een erfenis meegeven aan de kerk.

De vraag is alleen aan welke kerk? Iedereen die hem kende weet, dat de totstandkoming van de PKN hem zeer te harte ging vanwege de teloorgang van de Hervormde Kerk. Het was omdat hij in de Hervormde Kerk de historische kerk zag. Zij wist zich (als het goed was) krachtens de historische verankering in het volksleven verantwoordelijk voor het volk. Daarin lag de meest eigenlijke voorwaarde om vanuit het Evangelie een antwoord te geven op de vragen van deze tijd, waarover het in dit artikel gaat. Immers: in deze kerk had de band met de historie zijn beslag gekregen en was de band met het volk gesmeed. Deze kerk kon dan ook als historische kerk de vragen van de tijd serieus nemen. Het was haar roeping er een antwoord op te geven. Dat betekende het volkskerk te zijn.

Alleen de orthodoxie zou het niet redden, het barthianisme (dat onhistorisch denkt) evenmin. Een echte herijking van de kerk en een echte hervorming kon alleen opkomen uit een theologie die ertoe deed en de historie serieus nam en vandaaruit de Schrift benaderde.

De bouwstenen voor een dergelijke theologie heeft Aalders geleverd. Hij diepte ze op uit de algemene, katholieke traditie van de kerk, hij wees op het belang van het Reveil en vooral op wat door Groen van Prinsterer naar voren is gebracht. Vooral diepte hij de bouwstenen op uit de Schrift.

Maar Aalders is niet de enige. Wat van hem gold, geldt ook van bijvoorbeeld de vorige paus Benedictus XVI. Het geldt van Martin Hengel en van Peter Stuhlmacher. Het geldt van de Rus Florenskij en van velen meer. Zij kenden de band met het volk. Zij maakten bovendien de moderne bijbelwetenschap vruchtbaar voor de kerk.

De antwoorden die zij gaven, omvatten meer dan de de thematiek zonde en genade. Aalders zocht ze in de bijbelboeken Prediker, Job en de Johanneïsche geschriften en op het laatst van zijn leven in de LXX. Hetzelfde geldt voor Martin Hengel en ook Tom Wright legt de nadruk op die theologische items waar Aalders en Hengel op hamerden: de historie en het Koninkrijk der hemelen zoals dat in Christus aanbrak, wat door Dodd genoemd is realised eschatology.

Bij zulke mensen ligt de kern van de kerk. Het zou geen kwaad kunnen als men bij hen en de traditie die zij aanboorden te rade zou gaan, ook en juist anno 2014, nu de schrik van de geschiedenis opnieuw helder naar voren treedt. Want aan de meest eigenlijke vraag, de vraag naar de geschiedenis is ook de PKN niet toegekomen. Misschien wel juist omdat men bij de totstandkoming van de PKN voor deze thematiek geen oog had, evenmin als voor de werkelijke antwoorden die met deze thematiek gemoeid zijn.

H. Klink, Hoornaar