Terug naar Ecclesianet.nl

Na 123 jaar weer een koning

Nederland en Oranje: een plaatsbepaling

Actueel
Aan veel activiteiten in ons vaderland is te merken dat er een belangrijke gebeurtenis op komst is: de aanstaande troonswisseling. In de geschiedenis van Nederland zal dinsdag 30 april 2013 te boek staan als de dag, waarop de troonsafstand en de inhuldiging hebben plaats gehad in Amsterdam. De ondertekening van de Akte van Abdicatie door Hare Majesteit koningin Beatrix vindt plaats in het Koninklijk Paleis. Vervolgens is er de inhuldiging van Zijne Majesteit koning Willem-Alexander in de Nieuwe Kerk.
Het Nationaal Comité Inhuldiging coördineert en stimuleert veel activiteiten, die deze troonswisseling begeleiden. Haar symbool is de oranjestrik. Initiatieven die in het oog springen, krijgen een oranjestrik. Als de activiteit origineel, positief en authentiek is, komt het in aanmerking voor een dergelijke erkenning. Of er aan kerken al een dergelijke strik gegund is, weten we niet. Wel weten we, dat de Raad van Kerken in ons land geen plannen heeft om rond de troonswisseling bijzondere publieke activiteiten op touw te zetten. De Raad is van mening dat, vanwege de geheel andere situatie waarin de kerken zich bevinden in vergelijking met vroeger, er geen expliciete verantwoordelijkheid is rond de gebeurtenissen op de dertigste april.
Dat is opvallend. In 1980 vroeg de generale synode van de Nederlandse Hervormde Kerk aan predikanten en kerkenraden om op passende wijze aandacht te besteden aan de troonswisseling in kerkdiensten. Begrijpelijk, want al eeuwenlang was het vorstenhuis in ons land verbonden met de Nederlandse Hervormde Kerk. De synode sprak toen letterlijk uit: “Een hartelijk meeleven met alle wel en wee van ons vorstenhuis is in onze kerk vanzelfsprekend.” Van enkele kleinere protestantse kerken is bekend, dat zij wel oproepen om in de erediensten voorbede te doen en aandacht te geven aan de troonswisseling.
Heeft de antichristelijke tijdgeest al zoveel macht dat nauwelijks meer beseft wordt, ook in de kerken, dat waar blijft wat de wijze koning Salomo over Gods soevereiniteit en almacht sprak: “Door Mij regeren de koningen, en de vorsten stellen gerechtigheid.” Dat men zich daarvan in de 19e eeuw wel bewust was, bewijst het instructieve artikel van drs. M. den Admirant in nummer zeven van Ecclesia.

Nederland en Oranje
Op dinsdagmorgen 12 mei 1874 besluit ds. J.P.Hasebroek de korte dankdienst ter gelegenheid van het 25-jarige ambtsjubileum van de aanwezige koning Willem III met de woorden: “God behoede de koning!” Dan klinkt plotseling boven de jubeltoon van de gemeente de donderende stem van de koning: “God zegene Nederland.” Als slotlied zingt men psalm 72:11. In dit gebeuren zien we iets van de relatie tussen God, Kerk, Oranje en Nederland. Sociologen kunnen van mening verschillend over de vraag wat het wezen van een volk bepaalt. In zijn studie ‘De nationale betekenis van de Oranjedynastie’ geeft prof. dr. Z.W. Sneller een antwoord op die vraag. Hij zegt: “De Bijbel heeft het altijd geweten. Het gaat hierbij om een gemeenschappelijke weg door de wereld, een gemeenschappelijk doel in de geschiedenis en een gemeenschappelijke taak. Het Huis van Oranje is door goddelijke leiding met Nederland verbonden tot haar onafhankelijkheid, eenheid, stabiliteit, verdraagzaamheid en vrijheid om God te dienen naar Zijn Woord. De constitutionele vorst is de stille kracht in het staatsbestuur.”
In de eed die op de grondwet bij de inhuldiging wordt afgelegd, horen we daar nog een echo van terug. Als sterk voorbeeld van deze identiteit geven we enkele zinnen door uit de toespraak van koningin Wilhelmina op dinsdag 6 september 1898. ,,Thans is de ure gekomen, waarin ik mij te midden van mijn trouwe Staten-Generaal, onder aanroeping van Gods heilige Naam, zal verbinden aan het Nederlandse volk, tot instandhouding van zijn dierbaarste rechten en vrijheden. Zo bevestig ik heden de hechte band die tussen mij en mijn volk bestaat, en wordt het aloude verbond tussen Nederland en Oranje opnieuw bevestigd. Gewichtig is mijn roeping en schoon de taak die God op mijn schouders heeft gelegd.
De woorden van mijn vader maak ik tot de mijne: Oranje kan nooit, ja nooit genoeg voor Nederland doen. God zegene u en mijn arbeid tot heil van ons vaderland.”

Bijbel, Nederland en Oranje
In het bijzonder heeft koningin Wilhelmina deze drieslag niet vergeten. In 1904 sprak ze in Den Helder tot de marine: “Onze grote vlootvoogden namen Gods Woord tot richtsnoer van hun leven en beschouwden vroomheid als de eerste deugd. Volg hun voorbeeld na!” Bij de onthulling van het standbeeld van graaf Willem Lodewijk te Leeuwarden klonk het: “Eén God, één volk, één land, ziedaar de band in de dagen van gevaar gevlochten tussen de zonen van graaf Jan van Nassau en het volk der lage landen. Graaf Willem Lodewijk heeft de Friese zonen aangevoerd in de grote strijd voor vrijheid en onafhankelijkheid.” In 1913 zei de koningin ter gelegenheid van het eeuwfeest van onze onafhankelijkheid: “De gewesten van Nederland zijn samengegroeid tot een onverbreekbare nationale eenheid. De eendracht van alle Nederlanders, zonder onderscheid van rang, staat of godsdienstige gezindheid zij ook in de toekomst de hechte grondslag der nationale onafhankelijkheid.” In april 1933 werd de 400ste geboortedag van Willem van Oranje herdacht. Hare Majesteit richtte zich o.a. met de volgende woorden tot ons volk: “Tijdens de herdenking toefden mijn gedachten menigmaal bij de lange worstelstrijd met zijn zware beproevingen. Beproevingen, waarin de leider van onze onafhankelijkheidsbeweging steeds heeft getoond, met vaderlijke bezorgdheid te delen, bouwende op de ‘Potentaat der potentaten’, onwrikbaar in zijn geloof in uitredding en betere tijden. Ik voel de bezieling en de kracht die er van dat verleden uitgaan.” In de troonrede van 1937 is te lezen: ,, Te midden van de geestelijke verwarring in de wereld, waaraan ook ons volk niet geheel ontkomt, is steeds dringender de eis, dat in wetgeving en bestuur voor alles Gods wet tot richtsnoer wordt genomen.”

Oranje, een schild
Toen koningin Wilhelmina in 1948 abdiceerde en prinses Juliana het koningschap aanvaardde, zijn ook verschillende herdenkingsreden gehouden. Prof. J.W.Geels betoogde onder meer: “De Amerikaanse historicus J.L. Motley zegt: ‘Het Huis van Oranje kent een bijna onafgebroken linie van bekwame vorsten zonder voorbeeld in de wereldgeschiedenis.’ Onze koningin Wilhelmina betuigde meermalen zich één van geest met haar grote stamvader Willem I. En ondubbelzinnig sprak zij bij het graf van Caspar de Coligny in Parijs: ‘Christ avant tout.’ Toen Willem III in 1688 in Engeland landde, las men op zijn vlag: ‘Pro religione et libertate’. Daarboven stond de wapenspreuk der Oranjes: ‘Je maintiendrai’. Vrijheid in gebondenheid aan Gods Woord. In de strijd om de vrijheid heeft de kerk der hervorming haar ontstaan te danken. In die strijd is Oranje van bijzondere betekenis geweest. En niet alleen in de 16e eeuw.”
We kunnen stellen dat de betekenis van de Oranjevorsten niet gelegen heeft in het bekleden van kerkelijke ambten. Met anderen behoorden zij tot de ‘gewone’ leden van de gemeente en luisterden zij naar het Woord van God. Zo hoorden zij wat het doen van gerechtigheid door vorsten inhield: regeren, beschermen en strijden. Op de vraag of men daarin iets terugzag in hun handelen, moet het antwoord bevestigend zijn. Vaak hebben zij de het appèl dat tot hun uitging vanuit het Woord gehoord en verstaan. Ze stonden als het ware uit hun kerkbank op en snelden de verdrukten te hulp. Ze stonden in de strijd vooraan als het ‘noodweer’ werd. We hoeven maar te denken aan de Tweede Wereldoorlog, toen koningin Wilhelmina vanuit Engeland de verzetsgeest aanvuurde en aan de geestelijke strijd tegen de vijand bezield leiding gaf. Toen Hitler zijn hand uitstrekte naar de Joden en de kerk stond zij als een rots. Zij handhaafde juist in die zware dagen de erenaam ‘Moeder des vaderlands’. Hieruit spreekt het bewustzijn, dat de Oranjes een historische rol hebben te vervullen in onze vaderlandse geschiedenis. En dat geldt al bijna 450 jaar. Uit hun toespraken bij diverse gelegenheden valt op te maken dat zij zich bewust zijn van deze historische band met ons land.

Evaluatie
In 1981 zei koningin Beatrix tijdens de balkonscène, die vooraf ging aan de inhuldiging: “Geen ander streven heb ik dan mij in te zetten voor u en voor ons hele volk en het land te dienen. Leve Nederland!” Bij haar inhuldiging citeerde zij uit het Wilhelmus: “Mijn schild ende betrouwen zijt Gij, o God, mijn Heer’.” In deze woorden bracht zij tot uitdrukking dat er een historische band is tussen de christelijke religie en ons koningshuis en dat zij besefte door God geroepen te zijn.
Van grote betekenis is het dat het besef daarvan niet verloren gaat. Ouders, kinderen en scholen hebben hierin een belangrijke taak. De reveilman Da Costa kan hierbij helpen. Hij dichtte de volgende woorden:

“’t Geheim van alle zegen,
Oranje en Nederland hoort,
Is in Gods vrees gelegen,
Zijn dienst, Zijn gunst, Zijn Woord!”

Het is bekend dat het Handboek van Groen van Prinsterer voor koningin Wilhelmina in haar werkkamer binnen handbereik lag. Dat was niet voor niets. In dat Handboek lezen we: ,, Het Huis van Oranje is van God tot een taak geroepen ten behoeve van geheel de christenheid en te waken voor Evangelie, vrijheid en recht.” Dit boek eindigt bij het jaar 1863 als volgt: “Gelukkig Nederland en hierbij reken ik ook het Huis van Oranje, indien het door schuldbesef en aanbidding zich het uitzicht opent, een toonbeeld van Gods genade te zijn tot in de verste nakomelingschap.”
Dr. H. Klink heeft in zijn dissertatie overduidelijk aangetoond, dat Willem van Oranje een strijder was voor religie, vrijheid en recht. Want zonder Bijbelse religie is geen ware vrijheid mogelijk. Terzijde zij opgemerkt dat 75% van ons volk geen voorstander is van een ceremoniële koningschap. We wensen en bidden onze nieuwe koning toe, dat hij bij het uitoefenen van zijn staatsrechterlijke taken (en niet alleen daarbij) een zelfde geesteshouding mag hebben als de Vader des vaderlands.
Bij het huwelijk van kroonprins Willem-Alexander in 2002 klonk het van de kansel: “Er is een lotsverbondenheid van eeuwen tussen Oranje en Nederland, niet enkel tegen het water, maar ook tegen iedere vloed van onrecht en geweld. Het koningschap wortelt in het dienen. En daarom bidt een goede koning tot God: ‘dat ik toch vroom mag blijven, Uw dienaar te aller stond.’”
Ook deze woorden hebben vandaag nog niets van hun betekenis verloren.

A.B.Goedhart, Leerbroek