Terug naar Ecclesianet.nl

Wie is Franciscus I?

Eerder dan verwacht kwam er uit de schoorsteen van de Sixtijnse kapel op woensdag 13 maart witte rook. Nog maar twee dagen waren de de kardinalen in conclaaf. Alles was verrassend wat er toen volgde.
Allereerst het feit dat er een Argentijnse kardinaal tot paus was gekozen. Later werd duidelijk dat hij in 2005, toen kardinaal Ratzinger verkozen werd, degene was die na de Duitse kardinaal het meeste aantal stemmen had gekregen.
Vervolgens was er de naam die de nieuwe paus tot de zijne wilde maken: Franciscus I. De naam heeft iets weg van een program. Kennelijk ziet de paus Franciscus van Assissi (1181 -1226), die in een tijd dat de kerk door machtspolitiek bedorven leek, de armoede verkoos boven de rijkdom en de wens had om Christus in alle opzichten te volgen, als voorbeeld.
Wat ook verraste, was zijn onparlementaire manier van doen. De nieuwe paus presenteerde zich in alle eenvoud aan meer dan honderdduizend mensen die waren samengestroomd. Als verstijfd stond hij een tijdlang naar de menigte te kijken, waarna hij de eenvoudige woorden sprak: “Goedenavond”. Even later vroeg hij de mensen of zij, voordat hij hen een zegen zou geven, voor hem wilden bidden. Na deze woorden boog hij het hoofd en werd er in stilte door al die mensen gebeden.
In de dagen erop begon zich een beetje af te tekenen hoe het optreden van de nieuwe paus zou kunnen zijn. Het is duidelijk dat zijn stijl anders is dan die van zijn voorganger. Paus Benedictus was een groot theoloog, een geleerde, die wilde onderwijzen. Daar lag zijn kracht. Het was een kracht waaraan ook protestanten zich konden laven, al was het alleen maar vanwege de mooie boeken over Jezus van Nazareth, die hij schreef. Tegelijk had paus Benedictus iets bescheidens. De combinatie van geleerdheid en bescheidenheid maakte dat hij enige moeite had om zich aan het gewone volk ‘te geven’. Het was duidelijk dat hij van de mensen hield, maar niet altijd goed raad wist met het populistische dat in de verering van de paus op meerdere momenten naar voren komt. De nieuwe paus lijkt daar beter mee om te gaan.
Hij doorbreekt het protocol, zelfs in die mate dat hij nu al de mensen van de beveiligingsdienst bijna hoofdpijn bezorgt. Voor het eenvoudige volk wil hij er zijn en hun taal wil hij spreken. Het ontbreekt hem daarbij niet aan eruditie. Integendeel: hij studeerde scheikunde, gaf colleges in filosofie en theologie. Toch begaf hij zich in Argentinië ook als kardinaal onder het gewone volk. Met de bus en de metro reed hij naar zijn werkplek, waardoor hij de mensen in het dagelijkse leven ontmoette. Dit kan allemaal in zijn voordeel uitpakken.

Dit laatste is niet onbelangrijk – ook niet voor het protestantisme. Zeker in Europa, waar de secularisatie meer dan elders toeslaat, wordt de manier waarop de mensen aankijken tegen de kerk (ook de protestantse kerken) mede bepaald door Rome. Daar komt bij dat het geen kwaad kan als er door het optreden van de paus iets zou doorbreken van het besef dat de mens niet alleen bij brood leeft. Maar of dit werkelijk zal gebeuren, is de vraag. Franciscus I is nog teveel een onbekende om daar veel over te kunnen zeggen.
Wat in ieder geval van betekenis kan zijn, is zijn organisatietalent. Hij staat bekend als iemand die onafhankelijk is in zijn oordeel en doortastend en volhardend in zijn optreden. Als de schijn niet bedriegt zijn dit eigenschappen die hem ten goede komen in de omgang met de Curie in Rome, die, zo zeggen kenners, moet worden hervormd. Zijn voorganger Benedictus leek daar de noodzaak van in te zien en leek tegelijk te beseffen dat hij de kracht daarvoor niet op kon brengen.

Nog twee slotopmerkingen
Het was leerzaam om de beelden rond het eerste optreden van de nieuwe paus te zien. Op het Vaticaanplein waren mensen van over de hele wereld te vinden. Het verschil in perceptie tussen degenen die uit Europa komen en degenen die uit andere continenten afkomstig zijn, was groot. Dat geldt niet alleen voor de rooms-katholieke kerk. In Europa marginaliseert het geloof. In andere delen van de wereld zeker niet. Vooral in Afrika en Azië heerst onder christenen optimisme en dankbaarheid. Met een zeker leedwezen kijken zij naar ons Westerlingen. Op een vraag of deze werelddelen ook niet seculier zullen worden als de welvaart ooit gaat toenemen, antwoordde iemand: “Dit is nu typisch een vraag die gesteld wordt uit Westerse arrogantie. Alsof wij niet anders met de dingen zouden kunnen omgaan dan de Westerling. Wie weet wordt het ons gegeven om, als er welvaart komt, het een met het ander te verbinden en vergeten we niet om eerst de dingen van het Koninkrijk van God te zoeken.”
In 2017 zal het 500 jaar geleden zijn dat Luther zijn stellingen aan de deur van de slotkapel in Wittenberg timmerde. Van de vorige paus was het duidelijk dat hij Luther kende, hem aanvoelde en waardeerde. Wellicht zou onder zijn leiding in 2017 op zijn minst spijt betuigd zijn over hoe men in Rome met Luther is omgegaan. Of dit van de nieuwe paus te verwachten is, is de vraag. De Argentijn Franciscus I, die Italiaanse wortels heeft, is een andere persoon, met andere speerpunten dan de Duitser Benedictus XVI. Franciscus is lid van de orde van Jezuïeten. Deze is ontstaan als tegenhanger tegen het protestantisme dat in de zestiende eeuw in Europa terrein won. Tegelijk moet gezegd dat uit deze orde vooral in de afgelopen eeuw meerdere grote theologen voortgekomen zijn, die niet bekrompen waren in hun kerkelijke standpunten en van wie soms erg veel te leren valt. We hoeven maar te denken aan de bijbelgeleerde Père Lagrange en aan de patristicus Jean Daniélou.
De slotsom kan niet anders zijn dan dat er, ondanks een zekere verwachting die men van Fransciscus I kan hebben, nog veel onbekend is.

H. Klink, Hoornaar