Terug naar Ecclesianet.nl

Herijking van de theologie? (1)

Wat prof. dr. Martin Hengel en dr. W. Aalders ons met het oog op deze tijd te zeggen hebben

I De vraag van de geschiedenis

Martin Hengel werd geboren in 1926. Dat betekent dat hij 13 jaar oud was toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak. Dat heeft zijn leven niet onberoerd gelaten. Op het eind van de oorlog werd hij als jongen gerecruteerd. Ternauwernood is hij ontsnapt aan een zekere dood. Hij vertelde me: “Een ziekte heeft mijn leven gered. Vanwege difterie moest ik opgenomen worden in het ziekenhuis. Ik heb het er levend afgebracht. Als ik had moeten vechten, zou ik, net als vele anderen, gesneuveld zijn.” Nog iets anders vertelde hij me: “Daar stond ik als kind te kijken, naar de verwoeste stad Reutlingen, vlakbij Tübingen, waar Amerikaanse trucks over de wegen rolden en meer dan ooit werd ik me bewust in welk een ellende Hitler Duitsland gestort had.”

Deze ervaring is bepalend geweest voor het leven en studeren van Martin Hengel. Het thema was gegeven. Dit hield in: de vraag naar de geschiedenis, de zin ervan. En: omdat hij christen was, luidde die vraag meer specifiek: hoe is de verhouding van het geloof tot dit fenomeen, dat van de geschiedenis? Hoe verhouden zich het heil in Christus en de geschiedenis? Is er iets als ‘heilsgeschiedenis’?

Dat dit de thematiek van zijn leven geweest is, blijkt ondermeer uit het volgende. Ter gelegenheid van zijn 80e verjaardag organiseerden vrienden en de universiteit van Tübingen een symposium. Zij deden dat in overleg met hem. Hengel zelf reikte het thema aan: heilsgeschiedenis. Daarover is het nodige te doen geweest. Kon men daar mee aankomen? Is dat niet een uit de mode geraakt begrip? Kan men daar na de catastrofes van de 20e eeuw nog iets mee? Hengel zelf hield eraan vast, zij het dat hij met een modificatie van het thema akkoord ging. Het werd niet ‘heilsgeschiedenis’, maar ‘Heil en geschiedenis’ (Heil und Geschichte). Zelf hield hijde afsluitende lezing, waarvan hij vermoeden kon, vanwege zijn ziekte, dat het één van de momenten was die hem nog restten, waarop hij zich helemaal kon uitspreken. Nog één keer kon hij in het bijzijn van zijn voormalige studenten, van wie er velen hoogleraar geworden waren over de hele wereld, voor ogen stellen waar het hem om te doen was geweest. Het onderstreept het belang van dit thema voor Martin Hengel. ‘Heilsgeschiedenis’ was de thematiek van zijn leven geweest.

Welnu, als dat van iemand anders geldt, dan wel van de ruim 15 jaar oudere dr. W. Aalders. Dr. Aalders zei me een keer: het is van het grootste belang om het thema te ontdekken waar het in een bepaalde tijd om gaat! Hij citeerde daarbij de theoloog Hans Joachim Iwand, die hier de nadruk op had gelegd. Aalders was daar dus op uit en heel bewust bracht hij dit onder woorden als: ‘de thematiek van de geschiedenis’.

Deze thematiek had zich ook bij hem opgedrongen in de Tweede Wereldoorlog. Alleen in zijn geval niet aan het eind zoals bij Martin Hengel, maar aan het begin ervan, toen hij in het Friese Koudum, zijn tweede gemeente, stond. Het leven was als een idylle. Alles leek te passen: het plaatsje was prachtig, hij een begaafde jonge predikant, die zou gaan promoveren. Daar waren zijn vrouw, zijn jonge kinderen, een plaats waar hij geliefd werd, vooral om het Woord dat hij bracht. Geluk tekende zich af. En toen werd dat idyllische plaatje wreed verstoord door de kolonnes Duitse voertuigen die door het dorpje trokken, als een tastbaar blijk van wat de radio had verteld: er was oorlog uitgebroken met Duitsland. Ineens veranderde de hele wereld, het hele perspectief van het leven van deze predikant, die de wereld waarin hij leefde lief had. Wat een overstelpende vragen dienden zich aan. Hij werd uit het veilige nest geworpen. Met opzet zeg ik het zo. Het doet een beetje denken aan een formulering van Martin Heidegger: “Wij zijn in deze wereld, in de geschiedenis geworpen.” In een preek over de gelijkenis van het Koninkrijk van God, over het zaad dat in de akker wordt geworpen, zegt Jezus: “Het zaad zijn de kinderen van het koninkrijk. De akker is de wereld.” Aalders zegt er van, met heel diepe tonen: je zult uit de hand van Christus, als zaad op die soms ketsende grond geworpen worden. Uit de binnenkamer, uit de omgang met God in deze wereld geworpen, terecht gekomen. Zo voelde hij zich. Is er een antwoord op de prangende vraag: waarom? Wat is de geschiedenis, waarom is ze er? Wat is de zin ervan? Nu, hier hebt u de thematiek van Hengel en van Aalders.

II Martin Hengel

De zeloten

Ik wil beginnen met Martin Hengel. Kort na de oorlog ging hij theologie studeren in Tübingen. Het werd een studie met veel onderbrekingen en hindernissen, omdat zijn vader thuis in de textielfabriek, waarvan hij eigenaar was, niet zonder hem kon. Ondanks dat schreef hij al in 1961 zijn eerste proefschrift, Die Zeloten. Zijn interesse was gewekt voor Flavius Josephus, de Joodse geschiedschrijver uit de eerste eeuw na Chr. Het boek is onlangs voor de tweede keer uitgegeven bij Mohr Siebeck in Tübingen. (...)

Dit is een klein gedeelte van de lezing van dr. H. Klink.
Meer van dit artikel kunt u lezen als u zich aanmeldt als lid.
Meld u aan via de website en u krijgt alle reeds verschenen nummers van 2012 thuisgestuurd! Daarmee ondersteunt u ook ons blad.