Terug naar Ecclesianet.nl

Over de betekenis van Martin Hengels Die Zeloten

Een belangrijke herdruk

Voorgeschiedenis

In Tübingen vond op 14 december 2011 een symposium plaats naar aanleiding van de 85e geboortedag van Martin Hengel, die op 2 juli 2009 overleed. Ter gelegenheid daarvan werd aan zijn vrouw, Marianne Hengel, een boek aangeboden waarvan de eerste druk al in 1959 verscheen. Het was het eerste boek dat Martin Hengel schreef, met als titel: Die Zeloten. Zijn tweede boek, Judentum und Hellenismus, liet meer dan tien jaar op zich wachten. In de tussenliggende jaren werkte hij als bedrijfsleider in de textielfabriek van zijn vader.

Het boek Die Zeloten is het enige boek van Hengel dat niet uitgegeven werd bij de bekende Duitse uitgeverij Mohr Siebeck. Toen Hengel in 1959 de uitgever benaderde, stelde deze als voorwaarde dat de auteur zou bijdragen in de bekostiging ervan. Hengel wees het voorstel af. Het boek werd vervolgens op de markt gebracht door uitgeverij Brill in Leiden, die geen voorwaarden stelde. De vele boeken die volgden, werden wel in Tübingen bij Mohr Siebeck uitgegeven. Hengel raakte bevriend met Herr Siebeck, die later de gang van zaken in 1959 betreurd heeft. Tijdens het symposium in december kon de heer Siebeck met gepaste trots vertellen dat nu ál Hengels boeken door hem worden uitgegeven: vrienden van Martin Hengel en Herr Siebeck zelf hadden zich sterk gemaakt voor een nieuwe uitgave van Die Zeloten. Uitgeverij Brill was zo vriendelijk geweest afstand te doen van de rechten. Siebeck bood het boek aan mevrouw Hengel aan. We mogen dankbaar zijn dat het tot deze heruitgave van het boek gekomen is. Tweedehands was het bijna niet te verkrijgen en de Engelse vertaling ervan laat erg te wensen over. Bovendien is in het nieuwe boek een bijdrage van Hengel uit 1974 opgenomen waarin hij terugblikt op zijn eerste geschrift en op de reacties die het heeft losgemaakt. Wat het boek compleet maakt, is een nawoord van een van Hengels leerlingen, professor Ronald Deines uit Nottingham. Tijdens de middagbijeenkomst hield professor Deines een lezing, die qua inhoud overeenkwam met het genoemde nawoord. In de avond sprak professor Daniel R. Schwartz uit Jeruzalem. Hij hield een boeiend betoog over Hengels waardering van het Jodendom, waarbij hij zich vooral richtte op Hengels eerste boek. In dit artikel wil ik naar aanleiding van dit alles bij twee punten stil staan. Allereerst bij Hengels these en vervolgens bij de (bijna ben ik geneigd te schrijven ‘brandende’) actualiteit van dit boek.

Hengels these

Hengels these luidt: In Israël was er vanaf het sterven van Herodes (eigenlijk al vanaf het moment dat hij door Rome aangewezen werd als koning van Israël in 37 voor Chr.) een groep die zich onderscheidde van de farizeeërs, de sadduceeërs en de essenen, de zogenaamde zeloten. Zij vormden in Israël een vierde stroming. De naam ‘zeloot’ is afgeleid van het Grieks woordje ‘zèlos’ dat ‘ijver’ betekent. We komen het tegen in het Oude Testament in de geschiedenis van Pinehas, de priester die uit ‘ijver’ voor de eer van God enkele Israëlieten doodde (Numeri 25). De zeloten beriepen zich op zijn optreden. Zij namen het op voor de naam van God tegen de Romeinse overheersing en deden dat uit religieuze motieven. Zij schuwden niet daarbij geweld te gebruiken. Er is veel voor te zeggen dat zij in de Maccabeeën hun voorbeeld zagen. De Maccabeeën verdreven in de tweede eeuw voor Chr. de Syrische Grieken (Seleuciden) uit Israël. Zij kwamen in opstand nadat Antiochus Epiphanes in 168 voor Chr. de tempel had ontwijd en bevrijdden Israël van vreemde overheersing. Ze veroverden grote gebieden op de Seleuciden, ondermeer Galilea. Sinds eeuwen kreeg Israël door hun toedoen de oude landsgrenzen van voor de ballingschap weer terug. Hun optreden was ook niet zonder geweld. Zo dwongen zij de bevolking (ook de heidenen die in Israël woonden) zich te laten besnijden. Hun nakomelingen regeerden Israël ruim honderd jaar. In 63 voor Chr. riepen twee rivalen uit hun familie de hulp in van de Romeinen. Beiden hoopten dat de Romeinen hun vete in hun voordeel zou beslechten. Het feit dat de Romeinen ruim twintig jaar later Herodes naar voren schoven als koning over Judea dreef een zekere Hiskia ertoe om in opstand te komen. Herodes wist de beweging die hij op gang bracht te smoren, maar onderhuids bleef het verzet sluimeren. Na de dood van Herodes, dus rond het begin van onze jaartelling, stak het opnieuw de kop op, zeker nadat Quirinius de belastingplicht aanscherpte. Vijftig jaar later was de beweging zo sterk geworden dat ze een regelrechte confrontatie met de Romeinen aanging.

Verschil met de Maccabeeën

Ondanks het feit dat de zeloten in de Maccabeeën hun voorbeeld zagen, was de situatie waarin zij opereerden anders. De opstand in 168 voor Chr. werd ingegeven door een acute bedreiging van de Joodse religie. Daarvan was bij de Romeinen geen sprake, afgezien van het optreden van Caligula en Nero. Zij probeerden over het algemeen de Joden in de uitoefening van hun religie te ontzien en verleenden hun veel privileges. Toch stond Rome voor de fanatici gelijk met het rijk van de boze. De zeloten duldden geen vreemde overheersing, de dagelijkse tempelgebeden en -offers voor de keizer waren uit den boze. Sommigen veroordeelden het gebruik van Romeinse munten. Hun uitdrukkelijke doel was het om de Romeinen uit het heilige land, dat exclusief Gods eigendom was, te verdrijven. Dit werd in de hand gewerkt, aldus Hengel, door de opkomende ‘vergoddelijking’ van de keizer. Anders dan bij de Maccabeeën werden de zeloten ook gedreven door een sterk messiaans verlangen. Hun optreden moest de weg vrijmaken voor de vestiging van het Koninkrijk van God in deze wereld. Zoals gezegd escaleerde de strijd met Rome in de jaren vijftig en zestig van de eerste eeuw na Christus. Ook de Romeinen hadden daarin hun aandeel. Meer dan één Romeinse procurator provoceerde de bevolking. Mede daardoor kregen de zeloten greep op de gewone man. Op den duur kregen ze in hun verzet ook de upper ten van Jeruzalem mee. Dit leidde tot een openlijke opstand en uiteindelijk tot de verwoesting van de tempel en van Jeruzalem. Van de Romeinen viel eenvoudigweg niet te winnen.

Actualiteit

Al tientallen jaren wordt er een discussie gevoerd over de vraag of de zelotische beweging werkelijk een vierde groep geweest is. Was er sprake van een dieperliggende eenheid achter het optreden van meerdere ‘losse verzetsgroepen’ tegen de Romeinen? Moderne geleerden als Martin Goodman bestrijden dat. Zij besteden vooral aandacht aan de onderlinge vetes tussen de families van de aristocratie in Jeruzalem, die het om macht te doen was. Volgens hen is er in het verzet tegen Rome nauwelijks een eenheid te bespeuren, zeker niet van een religieus geïnspireerde eenheid. Deze vraag brengt me op de actualiteit van het boek van Hengel. Het is merkwaardig hoe de visie op de strijd van de zeloten in de afgelopen 50 jaar keer op keer veranderde. Opvallend is dat deze vaak samenhing met kwesties die in de westerse wereld speelden. In de jaren zestig (de tijd van opkomend socialisme) werd grote nadruk gelegd op de sociale factoren die meespeelden in de opstand. De zeloten werden gezien als revolutionaire bevrijdingsstrijders tegen de heersende macht. Religie was van ondergeschikte betekenis. Hengel gaf er in die tijd blijk van dat ook hij oog had voor de sociale component, meer dan in de jaren vijftig, toen hij het boek schreef, wat onverlet liet dat hij het zwaartepunt bij de religie bleef leggen: het ging de zeloten in hun ijver om de godsdienst! Die ijver verbond hen, zelfs als ze verder onderling verdeeld waren. Ook het postmoderne denken van vandaag, waarin ontkend wordt dat er samenhang en eenheid in de geschiedenis is, weerspiegelt zich in de visie op de zeloten. Moderne geleerden stellen dat er bij de zogenaamde zeloten nauwelijks een verbindende kracht te bespeuren valt. De zeloten vormden los van elkaar opererende groepen. Hengel koos voor een diametraal andere koers, niet alleen waar het de zeloten betrof. Hij deed dat ook met het oog op de grote lijnen van de bijbelse geschiedenis. Die bijbelse geschiedenis was voor hem het gebinte van de wereldgeschiedenis. Niet voor niets koos hij als thema voor het symposium ter ere van zijn tachtigste verjaardag Heil und Geschichte. In zijn voordracht tijdens dat symposium wees hij op die eenheid.

Hengels gelijk

Merkwaardig is dat de actualiteit van vandaag Hengel in het gelijk lijkt te stellen waar het zijn visie op de zeloten betreft. Zijn leerling Roland Deines laat niet na daarop te wijzen. Want volgens Hengel hadden de verschillende verzetsgroepen bij de zeloten toch eenzelfde drijfveer, nl godsdienstig fanatisme. Hetzelfde zien we sinds de jaren negentig van de vorige eeuw ook volop in het islamitische fundamentalisme. Bij de grote verscheidenheid tussen allerlei groeperingen, variërend van Al Qaeda tot de moslimbroederschap, is er een fundamentele overeenkomst: het gaat hen om de verdediging van de islam, de invoering van de sharia en om verzet tegen de (door hen als ongelovig en imperiaal ingeschatte) westerse wereld. Zoals de zeloten in hun fanatisme Rome verfoeiden, verfoeien de islamisten de westerse wereld en zoals de zeloten terreur niet schuwden – ook niet waar het de gewone man betrof – zo schuwen de islamisten het niet om onder ‘gewone mensen’ bloedbaden aan te richten. De parallellen gaan nog verder: zoals de zeloten zich terugtrokken in bergachtige streken in Galilea, trekken de terroristen zich terug in de grotten van Pakistan en Afghanistan om vandaaruit hun verzet te coördineren. En zoals de zeloten aan sympathie wonnen bij de gewone man, die hen beschermde, van voedsel voorzag etc., kunnen in sommige streken in de moslimwereld de fanatici rekenen op de openlijke of heimelijke sympathie van de gewone man. Deze parallel maakt het boek van Hengel uiterst actueel. In verband daarmee wil ik tot slot nog op twee punten wijzen.

Discussie met Paul Cliteur

Allereerst is het opvallend dat de naam van Pinehas weer actueel geworden is door de Leidse rechtshistoricus Paul Cliteur. In zijn recente boeken verdedigt hij de these dat religie gevaarlijk is voor de samenleving, waarbij hij wijst op Pinehas en zijn optreden. Ik heb daar met hem meerdere gesprekken en debatten over gevoerd, waarbij ik hem vertelde dat ik in de christelijke literatuur nooit één keer een verwijzing naar Pinehas ben tegengekomen, ook niet in mijn studies over het recht van opstand. Noch Luther, noch Calvijn, noch Willem van Oranje beriepen zich op hem. Het is dus onjuist alle religies over één kam te scheren! Ik wees hem er ook op dat we zijn naam wel tegenkomen bij de zeloten en vertelde hem van het boek van Martin Hengel, dat hij niet kende. Welnu, Martin Hengel laat zien hoe de zeloten aanvankelijk vooral de sympathie genoten van de radicalere farizeeërs van het stempel van Shamai. Door complexe factoren (ook door het onverstandige optreden van sommige Romeinen) kregen ze greep op een deel van de bevolking. Tegelijk riepen zij grote weerstand op, ondermeer in de school van Hillel, die veel milder was dan die van Shamai, en niet in het minst bij de grote geschiedschrijver Flavius Josephus. Veel Joden hebben de escalatie die leidde tot de val van Jeruzalem met lede ogen aangezien.

De christenen

Het tweede waar ik op wil wijzen is het volgende. Op wie de zeloten volstrekt geen vat kregen waren de christenen. Voordat de zaak escaleerde, vertrokken de christenen die in Jeruzalem woonden, in 66 na Chr. uit Jeruzalem naar Pella in Jordanië. In deze jaren bedreef Paulus in opdracht van Christus zending onder de heidenen en Petrus was al in het huis van Cornelius geweest om te zien dat de Heilige Geest ook aan deze hoofdman geschonken werd! Christus zelf had zijn volgelingen een volledig andere weg gewezen dan die van de zeloten. Hij schuwde de omgang met de Romeinen niet. Men kon Hem niet de uitspraak ontlokken dat het betalen van belasting aan de Romeinse overheid uit den boze was! Onbevangen vroeg Hij om een muntstuk met de beeltenis van de keizer erop en stelde dat men Caesar moest geven wat van Caesar was. En vooral: Hij predikte dat het Koninkrijk der hemelen nabij gekomen was in Hem, de Zoon des mensen, die geroepen was om te dienen en zijn leven te geven voor velen. In zekere zin laat het boek van Martin Hengel iets uitkomen van de lading van Jezus’ klacht en uitnodiging aan Jeruzalem: “Jeruzalem, Jeruzalem, dat de profeten doodt, en stenigt wie tot u gezonden zijn, hoe dikwijls heb Ik uw kinderen willen vergaderen, gelijk een hen haar kuikens onder haar vleugels, en gij hebt niet gewild.” Op een cruciaal moment (de volheid van de tijd) heeft Hij laten zien wat de eigenlijke weg is tot het Koninkrijk van God. Hij deed dat voordat de zeloten de kans kregen om hun invloedssfeer te vergroten, vooral aan het kruis, waar Hij priesterlijk stierf en in de opstanding, nadat men Hem in Jeruzalem had afgewezen. Als men eens naar Hem geluisterd had! Hengels boek is in dit opzicht ook van betekenis voor mensen als Cliteur. Lezing van zijn boek(en) zou hen voorzichtiger en vooral genuanceerder kunnen maken in hun oordeel over religie en politiek. Het zou hen de ogen kunnen openen voor de verscheidenheid in het Jodendom en vooral voor het unieke van het Evangelie! Het is alleen al om die reden goed dat Hengels boek Die Zeloten herdrukt is.

Dr. H. Klink, Hoornaar