Terug naar Ecclesianet.nl

Paraat voor de komst van de Heer

Welgelukzalig die knechten die de heer, wanneer hij komt, wakend zal aantreffen. Voorwaar Ik zeg u, hij zal zich omgorden en hen aan de tafel doen aanliggen en hen komen bedienen!

Lucas 12 vers 37

De perikoop waarin bovenstaand bijbelvers staat, begint met de woorden: “Laten uw lendenen omgord zijn en uw lampen brandende.” Dit verplaatst onze gedachten met een naar de nacht die voorafging aan de uittocht van het volk Israël naar Egypte. Deze nacht was voor elke Israë­liet een nacht van waken en klaarstaan voor vertrek. Ie­der jaar bij het Paasfeest denken de Joden terug aan die gedenkwaardige, gespannen nacht vóór de uittocht van­uit Egypte naar het beloofde land Kanaän.

In Lucas 12 is er echter een groot verschil: de volge­lingen van Jezus staan niet klaar voor hun eigen uittocht. Welnee. Ze staan paraat voor de intocht van hun Heer. Ze wachten zoals slaven op hun heer wachten, die – als bruidegom – in de loop van de nacht zal terugkomen van zijn bruiloftsfeest. Het wachten op zijn komst houdt de slaven wakker, alert en gespannen. Want zodra de bruidegom op de deur klopt, zullen zij direct voor hem opendoen om hem van dienst te zijn.

Uit vers 40 wordt duidelijk dat Jezus in deze gelijkenis over Zijn eigen terugkeer spreekt. Dat is opmerkelijk, want terwijl Hij deze woorden spreekt, staat Chris­tus midden tussen Zijn discipelen. Maar Jezus wil hen nu alvast voorbereiden op de periode van verwachting na Zijn Hemelvaart. Met het oog op die toekomende tijd geeft Jezus een ontzaglijk grote belofte aan Zijn volgelin­gen: “Zalig die knechten die de heer, wanneer hij komt, wakend zal aantreffen. Voorwaar Ik zeg u, hij zal zich omgorden en hen aan de tafel doen aanliggen en hen komen bedienen!”

De Here Jezus zet bij Zijn komst de wereld op zijn kop. De onderste steen komt boven te liggen. Niet de sla­ven zullen hun heer bedienen, maar andersom. Wat een tegenspraak met de normale gang van zaken in onze wereld. Die is dat knechten het vuur uit hun sloffen lopen om het de heer des huizes naar de zin te maken. Maar Jezus belooft het omgekeerde: bij Zijn terugkomst zal Hij zijn knechten bedienen. Zij zullen als hoge gasten in Zijn koninkrijk welkom zijn en geëerd worden.

Deze belofte is gegarandeerd. Ook wanneer de He­re op Zich laat wachten, tot in de kleine uurtjes toe, tot in de tweede of zelfs derde nachtwake. Zalig die knechten die ook dan nog wachten en waken, zo staat in vers 38. Wanneer de Here precies terugkomt, is van tevoren niet bekend. Daarom wordt van de volgelingen van Chris­tus gevraagd om voortdurend waakzaam te zijn. Per­manente paraatheid is het parool. Wees daarom als de knechten die op hun heer wachten. Wees waakzame en wachtende mensen. Dat vraagt Jezus van u en van mij.

Dit wachten is heel wat anders dan het alledaagse wach­ten. Want er wordt wat afgewacht vandaag de dag: op de bus of trein, op een baan, op een betere economie, op een nieuwe regering, op een groter besef van mo­raal, op verandering en verbetering. Maar ons wachten gaat vaak gepaard met angstige voorgevoelens. Want misschien komt er wel niets van terecht. Daarom zeggen we: als je verstandig bent, houd je rekening met teleur­stellingen. In ons wachten zit daarom ook iets van berus­ting. Want onze wensen en verlangens zullen voor de zoveelste keer mogelijk niet in vervulling gaan.

Op de komst van Jezus wachten, dat is een volstrekt andere activiteit. Je kunt niet op Hem wachten, terwijl je in je achterhoofd sterk rekening ermee houdt dat Hij wel eens niet zou kunnen komen – en dat je dus ook verder moet kunnen leven zónder Hem. Nee, zo niet. Het wach­ten op God is een waakzaam wachten: alert, gespan­nen, reikhalzend, met vurige hoop uitziend naar Zijn

Drs. J.A. Schippers, Rotterdam