Terug naar Ecclesianet.nl

Het gebeurde rond Allerheiligen

Van de wat oudere orthodoxe protestantse christenen zijn er velen die 31 oktober in verband brengen met de Hervorming. Terecht. Nog altijd worden er op of rond die datum diensten en samenkomsten georganiseerd waarin wordt stil gestaan bij de Hervorming van de Kerk in West-Europa, zoals deze in de 16e eeuw gestalte kreeg. De belangstelling voor zulke bijeenkomsten neemt overigens gedurig af. En de jongeren? Ik heb de indruk dat de heel veel jongeren in orthodoxe christelijke gemeenten hierdoor in het geheel niet meer worden aangesproken. Wanneer dit inderdaad zo is, is het een kwestie van tijd of 31 oktober zegt nagenoeg niemand meer iets en het gedenken van deze daden van God houdt op.
Overigens is er nog een andere datum die in het kader van de Kerkhervorming ook het noemen waard is. Deze datum is niet alleen aan weinig jongeren bekend. Ook vele ouderen die bij het noemen van ‘31 oktober’ direct een voorstelling van zaken hebben, zegt ‘2 november’ weinig of niets. Toch is deze datum in het jaar 1561 belangrijk voor het protestantisme in Nederland.
Op 31 oktober 1517 maakte de augustijner monnik Luther, hoogleraar aan de jonge universiteit van Wittenberg, zijn heftig verzet tegen de verkoop van aflaten tot kwijtschelding van kerkelijke en goddelijke straffen bekend. Hij deed dat door een publicatie op ‘het aanplakbord’ van de universiteit, de deur van de slotkapel, in de vorm van 95 stellingen. Zij waren in de geleerdentaal, het Latijn, opgesteld en hij wilde hiermee een gesprek met theologen bereiken. Het liep anders. In het Latijn en ook vertaald in het Duits liepen ze als een vuur door het hele Duitse Rijk heen en de geschriften die Luther daarna in het licht gaf, snelden over de grenzen. Onbedoeld werd dit een signaal dat op talloos vele plaatsen werd opgevangen en een aanleiding werd tot hervorming van de Kerk in landen en steden.
Nu het over zes jaren vijf eeuwen geleden zal zijn dat deze 95 stellingen het begin waren van een beweging die het gelaat van Europa totaal veranderd heeft, worden er allerlei voorbereidingen getroffen om dit uitvoerig te gaan herdenken. Een aantal van deze voorbereidingen is gebundeld in Refo500.
De datum die Luther koos was niet willekeurig. Hij wilde dat in de morgen van Allerheiligen (1 november) de door hem opgestelde tekst waarin hij de aflaat bestreed en de schuldbelijdenis in het leven van een gelovige in Bijbelse samenhangen werd geplaatst, bekend zou worden.
44 jaar later, dus in 1561 werd in de nacht van Allerheiligen op Allerzielen (van 1 op 2 november) een pakketje over de muur van het kasteel van Doornik, geworpen, dat ’s morgens vroeg gevonden werd. Doornik (Tournai) ligt in het grensgebied van het tegenwoordige België en Frankrijk. Zou die datum willekeurig zijn gekozen?
Het pakje bevatte een klein boek, waarin verdrukte en vervolgde christenen die de kerk van Rome hadden verlaten om bij het Evangelie te leven, hun geloof beleden. Bij het boekje was een brief gevoegd. Samen waren zij gericht aan de koning, Philips II, die in zijn Nederlandse erflanden werd vertegenwoordigd door Margaretha van Parma. Een vreemde manier van communicatie, dat pakje anoniem over de muur? Ja, maar het boekje tijdens een audiëntie persoonlijk aanbieden was levensgevaarlijk. Dat kon dus niet.

In de jaren die volgden kon de schrijver van dit boekje, de Confession de Foy, in een onrustig en bedreigd bestaan zijn Meester volgend, in de Evangelieprediking dienen. Totdat de inlichtingendienst de schrijver van de brief en het boekje, Guido de Bres, op het spoor kwam, hem zocht en vond. Hij werd ter dood veroordeeld: Samen met zijn collega Péregrin de la Grange werd Guido de Brès met nog een drietal belijders 31 mei 1567 vóór het stadhuis in Valenciennes terechtgesteld.
Luther en Guido de Bres waren, evenals de talloos vele andere reformatoren mensen vol geloof en moed. Luther hoewel uit de Kerk van Rome geworpen en door keizer Karel V in de rijksban gedaan, waardoor hij dus vogelvrij was en door ieder die dat wilde straffeloos kon worden gedood, heeft een sterfbed gekregen. Guido de Bres beëindigde zijn leven op het schavot – om het geloof, zoals ontelbaar veel anderen die op allerlei manieren om het geloof ter dood werden gebracht. Het boekje van De Bres, de belijdenis van de gemeenten van de Reformatie in de zuidelijke Nederlanden, is het geschrift geworden (de Nederlandse Geloofsbelijdenis) waarin de Nederlandse Kerk van de Hervorming haar geloof belijdt, tot op de dag van vandaag. Althans op papier …
Guido de Bres was een godvruchtig man. Aan zijn moeder en aan zijn vrouw schreef hij ontroerende afscheidsbrieven. Ik sluit deze korte bijdrage af met een aanbeveling van het boek dat eerder dit jaar onder redactie van dr. Émile M. Braekman en prof. dr. E.A. de Boer onder de titel Guido de Bres – zijn leven,  zijn belijden bij uitgeverij Kok in Utrecht is verschenen. En met een uit het Frans vertaalde passage, ontleend aan dit prachtige boek, uit de brief die De Bres vanuit de gevangenis aan zijn vrouw schreef. “Hij vertroost mij onophoudelijk in mijn veelvuldige strijd; Hij is hier gevangen met mij; ik bedoel Jezus Christus, mijn Meester. Ik zie Hem, om zo te spreken, besloten en geboeid in mijn ijzers en banden. Ik zie Hem met de ogen van mijn geest, opgesloten in mijn donkere en duistere gevangenis, gelijk Hij mij door Zijn zeer waarachtige Woord beloofd heeft om al de dagen met mij te zijn tot het einde toe. […] Hij is hier bij mij met een oneindige menigte van engelen, terwijl Hij mij vertroost en versterkt, en zo’n liefelijke melodie van de woorden van Zijn mond in mijn oren doet weerklinken. […] Welk een vertroosting! Mijn hart springt op in mijn binnenste, wanneer [Zijn] woorden in mijn oren klinken. […] Ik heb veel oorzaak tot grote blijdschap wanneer ik zie dat mijn Meester Jezus Christus mij de eer aandoet om mij met Hem aan Zijn tafel te doen aanzitten, terwijl Hij mij doet eten van Zijn zelfde brood en mij doet drinken uit Zijn eigen beker en bokaal. Is dat een geringe zaak, zo’n Heer na te volgen? Hij is het, Die hemel en aarde door Zijn machtswoord uit niets geschapen heeft! [...] En mij, arme aardworm, omringd door zwakheid, het behaagt Hem om mij Zijn vriend en niet Zijn dienstknecht te noemen. Welk een eer! Voorzeker, ik word opgetrokken tot in de hemel wanneer ik deze dingen overweeg.”
Het is goed na meerdere eeuwen zulke woorden te lezen, van een dergelijke levensweg met opoffering van alles omwille van de Goddelijke waarheid te weten. Ook en juist in een periode waarin de economische en financiële basis van Europa wankelt en heel veel wat daarin werd opgebouwd niet veel anders dan een fata morgana blijkt te zijn. Vergeten wij het niet: er zijn zaken die nooit hun waarde verliezen, schatten die nimmermeer vergaan.

L.J. Geluk, Rotterdam