Terug naar Ecclesianet.nl

Luther, het protestantisme en de paus

Vrijdag 23 september 2011 bezocht paus Benedictus XVI Erfurt. In deze plaats staat het Augustijnerklooster waar de jonge Luther zich in 1505 aanmeldde om monnik te worden. Daar was het dat Luther getroffen werd door de heiligheid van God en met God worstelde om God. In de morgen had de paus een ontmoeting met afgevaardigden van de grote Duitse protestantse kerken, in de middag hield hij er een preek in een gezamenlijke eredienst.

Oecumene?
Men had van protestantse kant met een zekere verwachting naar deze dag uitgekeken. Wat zou hij opleveren voor de oecumene? Zou men op een geste van de paus kunnen rekenen? Welnu, in de morgen wijdde de paus in een toespraak hele passages aan Maarten Luther, voor wie hij veel lovende woorden over had. Hij zei zich in hem en zijn geloofsworsteling te herkennen, evenals in het bekende woord van Luther: “Was Christum treibet”, als het centrum van de Schrift. Tegelijk hield hij de protestanten die er waren een spiegel voor. Zijn boodschap was eigenlijk: herkent u zich nog in Luther? Is zijn ernst de uwe nog, ook als het gaat over de zonde? Of is uw geloof zo flinterdun geworden, dat u vervreemd bent van deze Reformator?

In de middagpreek ging hij uitdrukkelijk in op de eenheid van de christenen. Hij deed dat naar aanleiding van een tekst uit het hogepriesterlijk gebed (Joh. 17).
Hij stelde: deze eenheid is niet een zaak van plussen en minnen. Zij is ingebed in de bede van Christus, die zijn Vader vraagt: “Ik bid niet alleen voor dezen maar ook voor hen die door hun woord in Mij geloven, opdat zij allen één zijn, gelijk Gij, Vader in Mij en Ik in U, dat ook zij in Ons één zijn, opdat de wereld gelove dat Gij Mij gezonden hebt” (Joh. 17: 20, 21). “Wij”, aldus Benedictus, “zullen dan één zijn, wanneer wij ons in dit gebed laten betrekken. Zo vaak wij als christenen in het gebed bijeen zijn, moet dit worstelen van Jezus om ons en met de Vader voor ons, ons in het hart treffen. Hoe meer wij ons in dit gebed laten betrekken, des te meer verwerkelijkt zich de eenheid.” Hij maakte duidelijk dat de eenheid uiteindelijk daarin ligt dat wij God, de Almachtige, de Schepper van hemel en aarde erkennen als de Drie-enige, Vader, Zoon en Heilige Geest. “De hoogste eenheid (God zelf) is niet een monadische eenzaamheid, maar eenheid door liefde. Wij geloven aan God, de concrete God. Wij geloven daaraan dat God tot ons gesproken heeft, dat Hij één van ons geworden is.” “Van deze levende God getuigenis af te leggen is onze gemeenschappelijke opgave in het huidige uur”, aldus de paus. Door ons bij Hem, die voorbede doet, aan te sluiten, door Hem te erkennen komen wij tot eenheid.
Vervolgens belichtte hij vanuit het hogepriesterlijk gebed de geschiedenis van de kerk. Hij stelde dat Christus nog steeds bidt tot de Vader en dat het het drama van de geschiedenis geweest is dat er veel scheidingen en scheuringen plaatsvonden, tegen de bedoeling van deze bede in. Maar zei hij: wij mogen niet alleen dáárnaar kijken. We mogen niet veronachtzamen wat er op grond van deze bede wèl gegeven is en wat nog steeds gegeven wórdt.

De link naar vandaag
Wie enigermate bekend is met de geschriften van Benedictus XVI weet dat zijn heldere en geestelijke bijbeluitleg altijd van dien aard is dat er een actuele boodschap in ligt. Heel gemakkelijk en toch verrassend legt hij een link naar vandaag. Dat was ook deze middag het geval. Na zijn beschouwing over de eenheid in Christus vroeg hij vrij onverwacht: “Heeft de mens God nodig? Of gaat het ook zonder Hem erg goed?”, om daarop te laten volgen: “Wanneer in een eerste fase van afwezigheid van God zijn licht nog naschijnt en de ordeningen van het menselijke leven samenhoudt, lijkt het dat het de mens ook zonder God heel goed gaat. Maar hoe verder de wereld zich van God vervreemdt, des te duidelijker wordt het dat de mens in de hoogmoed van de macht, in de leegheid van het hart, in het verlangen naar vervulling en geluk steeds meer het leven verliest. De dorst naar het oneindige in de mens is onuitroeibaar. ‘De mens is geschapen naar God toe en hij heeft Hem nodig.’” (Augustinus).
Hij voegde daar onmiddellijk aan toe: “Onze eerste oecumenische dienst aan deze tijd moet het zijn gemeenschappelijk de tegenwoordigheid van de levende God te betuigen en daarmee de wereld het antwoord te geven dat zij nodig heeft. Tot dit grondgetuigenis van God behoort natuurlijk centraal het getuigenis van Jezus Christus, waarlijk God en waarlijk mens, die met ons geleefd, heeft, die voor ons geleefd heeft en voor ons gestorven is en in de opstanding de grendels van de dood heeft verbroken. Lieve vrienden laten we ons in dit geloof sterken, laten we ons elkaar daarin bijstaan overeenkomstig dit geloof te leven. Dit is de grote oecumenische opgave, die ons brengt midden in het gebed van Jezus.”
Maar daar blijft het niet bij. Dit geloof in God de Schepper, van wie Christus de Zoon is, zo hield hij zijn gehoor voor, “wordt heel praktisch zichtbaar vandaag de dag in het verdedigen van het menselijke leven dat geschapen is naar Gods beeld. Het treedt naar voren in de eerbied voor het menselijke leven in een tijd dat menselijke berekening het wint van de ethiek.” Hij haalde daarbij een uitspraak aan van Romano Guardini, die stelde dat slechts wie God kent, ook de mens kent. “Zonder kennis van God wordt de mens manipuleerbaar. En dat terwijl de mens geschapen is naar het beeld van God van de conceptie af tot de dood toe.” Maar het zijn niet alleen de grote kwesties van dood en leven, die de aandacht verdienen. Belangrijker is wellicht nog dat het geloof zich uit “in de praktijk van de liefde, waar Christus zoveel waarde aan hecht in het laatste oordeel: ‘voor zover U dit aan één van mijn minsten gedaan hebt, hebt u het Mij gedaan.’”

Gezag
Wie het een en ander op zich laat inwerken, kan niet anders dan dankbaar zijn voor wat de paus in Erfurt gezegd heeft. Duidelijk is dat hier iemand sprak met gezag. Dit gezag ontleent hij vooral aan het staan in de traditie van de kerk der eeuwen en aan een doorleefd geloof en aan herderlijke betrokkenheid op de tijd van vandaag. Het was aan alle kanten te merken dat in Erfurt iemand aan het woord was, die een boodschap heeft.
Dit viel des te meer op omdat in vergelijking met de zeggingskracht van zijn woorden, de toespraak van de predikante die voor hem het woord voerde armelijk overkwam. Zij hield een sympathiek betoog, ze probeerde de moderne mens aan te spreken, maar zij kwam daarbij niet veel verder dan het uitspreken van algemene waarheden. Wat een verschil met Benedictus XVI! Vanaf de eerste zin klonk in zijn stem bewogenheid door en zeggingskracht.

Evaluatie – Schrift èn traditie
Een evaluatie van het pausbezoek aan Erfurt is op zijn plaats. Ik geef enkele overwegingen weer.
In de morgen sprak de paus sprak met grote waardering over Luther. Het was niet de eerste keer. In een boek over de apostel Paulus dat enkele jaren geleden werd uitgegeven citeert hij een centrale tekst van Luther waarin deze het Evangelie uitlegt met instemming, om erop te laten volgen: “Zo worden wij gered.” Je vraagt je af: hoe komt het dat de paus Luther zo weet te waarderen (misschien zelfs meer dan in de protestantse wereld het geval is)? Is het omdat hij evenals Luther van Duitse afkomst is? Is het omdat hij zich in de jaren zestig en zeventig diepgaand met hem heeft bezig gehouden? Heeft hij toen ingezien dat Luther anders is, dan veel protestanten in die dagen, die wel zeiden in zijn lijn te gaan, maar dat niet deden – iets waar ook dr. W. Aalders keer op keer op wees? Heeft het ten diepste daarmee te maken dat de paus nog feeling heeft met de traditie waar Luther in stond, terwijl dat voor de protestanten nauwelijks meer geldt? Zij kennen hooguit nog het sola Scriptura: alleen de Schrift. Nu is het waar dat de Schrift boven de traditie van de kerk staat. Luther heeft dat als een zegen ervaren. Vandaar dat vanuit de herontdekking van de Schrift een reformatie van de kerk mogelijk bleek. Maar Luther heeft de traditie nooit uitgespeeld tegen de Schrift. Integendeel. Dat is in het latere protestantisme, vooral dat van de 20e eeuw, wèl gebeurd, door een revolutionair verstaan Evangelie. Vandaar dat de protestanten zo weerloos en verbrokkeld staan in de moderne tijd.

Geschapen naar Gods beeld
De paus riep op om vanuit de bede van Christus en het belijden van de Drie-enige God de moderne mens terug te roepen tot God. De mens kán niet zonder God. Met de dag wordt duidelijker hoe ontredderd de mens is. De kerk ziet dit, weet dit en is bewogen over de mensheid, die vastloopt. In de toon van de paus lag iets herderlijks. Deze bewogenheid komt op uit het besef dat de mens geschapen is naar Gods beeld Deze bijbelse grondnotie heeft het Rooms-katholicisme nooit losgelaten. In het protestantisme functioneert zij nauwelijks meer.

Secularisatie – de opdracht van de kerken
Ook riep hij op tot een gezamenlijk getuigenis. In feite deed hij een beroep op diegenen die de geestelijke band met Christus kennen gezamenlijk op te trekken tegen de tijdgeest, ter wille van de wereld, die juist nu niet zonder het licht van het Woord kan. Hij gaf er blijk van zijn tijd te kennen en daarin een richting te wijzen.
Tijdens de morgenbijeenkomst zei hij dat de geseculariseerde wereld een uitdaging vormt voor de héle christenheid. “In deze wereld moeten wij vandaag als gelovigen leven en getuigen. De afwezigheid van God in onze maatschappij wordt steeds drukkender, de geschiedenis van Zijn openbaring, waarover de Schrift ons spreekt, schijnt verdwenen in een verleden dat zich steeds verder van ons verwijdert. Moeten we toegeven aan de druk van de secularisatie, modern worden door water bij de wijn van ons geloof te doen? Natuurlijk, we moeten ons geloof vandaag opnieuw doordenken en vooral opnieuw in praktijk brengen, zodat het actueel blijft. Maar water bij de wijn doen helpt niet, nee, ons geloof moet in de wereld van nu recht overeind blijven. Dat is een centrale oecumenische opdracht. Verdieping en verlevendiging van ons geloof, daar moeten we elkaar wederzijds bij helpen. Wij en het christendom redden het niet met een andere tactiek. Nee, het is het opnieuw doordachte en opnieuw in praktijk gebrachte geloof waardoor Christus, en met Hem de levende God, gestalte krijgt in de wereld van nu.”
De paus doet hier denken aan Groen van Prinsterer, die er zich van bewust was in een andere tijd te leven dan in de zestiende eeuw. Ook Groen doorzag zijn tijd. Hij zag in dat er een grotere vijand op het toneel verschenen was dan Rome, dat in zijn tijd nog sterk anti-protestants, ultramontaans was (i.t.t. vandaag). Die vijand was de revolutiegeest, de geest van de secularisatie. Ook hij was ervan overtuigd dat de kerk in de historie èn in de Schrift antwoorden kon vinden op déze uitdaging. Als men die twee maar niet tegen elkaar uitspeelt. Want dan is het devies ‘de Schrift alleen’ krachteloos.

Geleerdheid en actualiteit
Dat brengt me tot een slotopmerking. Het gezag van de paus hangt ongetwijfeld ook samen met zijn grote geleerdheid. Hij heeft zich grondig verdiept in de moderne theologie en heeft daar stelling tegen genomen. Hij is ook op de hoogte van het moderne bijbelonderzoek waarin de bouwstenen voor een vernieuwde en verdiepte theologie volop te vinden zijn. Hij kent de geschriften van ondermeer Martin Hengel, Immanuel Tov, Erik Peterson, om maar enkelen te noemen en weet deze vruchtbaar te maken.
In de protestantse wereld is dit nauwelijks het geval. Ofwel men ging mee met een modernistische geest, ofwel men bleef orthodox, maar kwam nauwelijks verder dan het bestuderen van Luther, Calvijn en de kerkvaders, ofwel men probeerde en probeert via ‘het evangelicale’ aansluiting te vinden bij de moderne mens. Van een kerkelijke verdieping en verlevendiging van het geloof was nauwelijks sprake. Er zijn hooguit enkelingen geweest die veel te zeggen hadden. Zij kregen in de officiële kerken, die in Nederland meer en meer in barthiaans vaarwater en in Duitsland in dat van Bultmann terecht gekomen waren, echter nauwelijks gehoor. Dat vaarwater bleek smal en ondiep te zijn. Het schip van de kerk liep er langzamerhand in vast. Wat niet in dit kader paste, bleef doorgaans buiten het blikveld of werd ingepast in het denkschema van genoemde theologen. Ligt daar niet een van de hoofdoorzaken van de zwakte van het protestantisme?

H. Klink, Hoornaar