Terug naar Ecclesianet.nl

De kracht van het geloof (I)

Aanleiding
In de afgelopen periode hebben in Europa en wereldwijd vele ernstige problemen de aandacht getrokken. Niet in het minst denken we dan aan de gigantische financiële, economische, politieke en humanitaire moeilijkheden, die moe(s)ten worden opgelost. Een en andermaal riepen talmende politici, aarzelende financiële deskundigen en elkaar tegensprekende wetenschappers het beeld op van onmacht, onzekerheid en wantrouwen. Hierdoor worden in de samenleving gedachten van onrust en gevoelens van dreiging bevorderd. Was het geen aangrijpende gedachte dat het mogelijk zou zijn, dat zelfs de sterkste wereldmacht, de V.S., failliet zou kunnen gaan? Wat is wijsheid en waar is de wijze die de juiste antwoorden geeft? De profeet Jesaja die ook in geen gemakkelijke tijd leefde, leert ons een weg te vinden die heilzaam is. Hij zegt: “Tot de wet en tot de getuigenis, zo zij niet spreken naar dit woord, het zal zijn, dat zij geen dageraad zullen hebben.” Echter, wat leren de actuele onderzoeken ons over de invloed van de Bijbel in de samenleving?
a. Dit jaar waren te Kaapstad op een ‘Congres van Wereldevangelisatie’ kerkleiders bijeen uit ongeveer 200 landen. Als de grootste bedreigingen voor het christendom achtten zij de toenemende invloed van secularisatie, materialisme en popcultuur.
b. In Amerika neemt het geloof in de Bijbel als Gods Woord sterk af. Niet meer dan drie van de tien Amerikanen zien de Bijbel als onfeilbaar.
c. Een Europarlementariër met veel ervaring kon onlangs niet anders concluderen dan dat Europa afrekent met het christendom; zie de vele lege kerken. In de plaats daarvan komen secularisme en islamisme.
Samenvattend: de tijdgeest vertoont steeds meer a-christelijke en soms anti-christelijke eigenschappen. De bekende atheïst R. Dawkins noemt het ‘kindermisbruik’ als hun wordt verteld dat er een leven is na de dood! Hoe behoren christenen zich in die situatie te gedragen? Zijn er in het verleden lichtende voorbeelden geweest die ons een richting kunnen wijzen, een begaanbaar pad om te gaan? Als vanzelf dachten hierbij aan ds. Friedrich von Bodelschwingh. Hij was de zoon van dominee Von Bodelschwingh sr. over wie we in ‘Ecclesia’ nr. 9 (2011) enige informatie hebben doorgegeven.

Von Bodelschwingh
Von Bodelschwingh jr. groeide op in een gezin met een piëtistische traditie. Er werd een grote nadruk gelegd op de persoonlijke beleving van het geloof. Tevens deed men een sterk appel op de dienstbaarheid aan de naaste. Onvergetelijke indrukken heeft Fritz opgedaan bij het Bijbellezen van zijn vader en het bezoeken van de zondagsschool. De blinde zondagsschoolmeester Wilhelm kon zo indringend over de onschatbare waarde van zijn Heiland vertellen, dat zijn ‘ogen’ straalden. In 1903 werd Fritz door zijn vader tot predikant bevestigd met de woorden van Jeremia 1: 6-8: “Toen zeide ik: Ach Heere, HEERE, zie, ik kan niet spreken, want ik ben jong. Maar de HEERE zeide tot mij: Zeg niet: ik ben jong, want overal, waarheen Ik u zenden zal, zult gij gaan en alles wat Ik u gebieden zal, zult gij spreken. Vrees niet voor hun aangezicht, want Ik ben met u om u te redden, spreekt de HEERE.”
In 1910 volgde dominee Von Bodelschwingh jr. zijn vader op als directeur van de Bethelinrichtingen van barmhartigheid (gehandicaptenzorg en hulp aan sociaal zwakkeren). Tijdens het nazi-regiem zou hij de uiterste consequenties ervaren die zijn bevestigingstekst inhield. Uit zijn leven willen we enkele voorbeelden noemen over de kracht van het christelijk geloof in het persoonlijke, kerkelijke en het maatschappelijke leven.

Pastoraat
Op een dag kwam een predikant naar Bethel om deskundige en pastorale hulp te vragen voor een ‘hopeloos geval’ uit zijn gemeente. We laten de predikant zelf aan het woord. “Het ging om het heil van een jonge man. Hij was de zoon van gelovige ouders. Op de mensen die hem niet kenden, maakte hij een vlotte en aangename indruk. In werkelijkheid echter was dit gemeentelid een onzelfstandig persoon die geldschulden maakte, prostituees bezocht en een alcoholist was. Maatschappelijk gezien kon men met hem niets beginnen. Hoe nu verder? Ik raadde hem aan om naar de instelling Freistatt (Vrijstad) te gaan. Dit was een resocialisatieproject door middel van agrarische arbeid. Labiele mannen konden dan door stevige arbeid, bij streng regiem en onder de tucht van Gods Woord tot zelfstandige personen worden gevormd. Onze jonge vriend koos voor Freistatt. Doch wat gebeurde? Na enkele weken stond hij weer voor mij. “Ik houd het daar niet uit!” Wat nu te doen, want er stond een mensenleven op het spel? Ten slotte besloten we om naar de directeur van Bethel te gaan om hem raad te vragen. Toen we in zijn werkkamer werden binnengelaten en elkaar hadden begroet, merkten we dat er op dit moment voor onze gastheer niets belangrijker was dan ons probleem. Als een waterstroom sprak mijn ‘zorgenkind’ over de ‘harde arbeid’ en dat hij ‘gek’ werd in Freistatt. Von Bodelschwingh luisterde scherp en keek als het ware dwars door hem heen. De jonge man zweeg. Zag hij in dat zijn verhaal in de ogen van deze man dwaasheid was? Na een stilte nam onze gastheer het woord en sprak ongeveer vijf minuten. Het resultaat van dit spreken was, dat de jonge man opstond en antwoordde: “Ik ga terug naar Freistatt”. Toen beleefde ik wat daadkrachtig pastoraat dat met Bijbels gezag spreekt, betekent. Het wijst de zonde aan als een alles vernielend instrument en is tegelijk vervuld met het geloof in de liefde van Christus voor verloren zondaren.”

Domkerk
Tijdens de kerkstrijd die was ontstaan, nadat de nazi’s aan de macht waren gekomen, werd er in de Domkerk te Berlijn een slotbijeenkomst gehouden na een evangelisatieweek. De leiding hiervan was in handen van predikanten die sympathiseerden met de beweging van de Bekennende Kirche. Denk hierbij aan de predikanten D. Bonhoeffer en M. Niemöller. Ook ds. Von Bodelschwingh zou spreken. In het verslag van een ooggetuige lezen we: “De Domkerk was stampvol met mensen. Ja, zelfs de kanseltrap was niet onbezet. Nadat het aanvangslied was gezongen, beklom de directeur van Bethel de kansel. In de kerk heerste een voelbare spanning. “Wat zou er worden gezegd?” In deze dagen was de kerkstrijd op zijn hoogtepunt. Daarom waren er in de kerk ook veel nieuwsgierigen, onder wie een aantal mannen van de gevreesde Gestapo. Het thema waarover zou worden gesproken was: “De opbouw van de kerk.” Het spreken over dit onderwerp was toen een zaak van leven of dood. Immers, het ging er om, of er in de Duitse samenleving nog een gebied was waar de ‘almachtige staat’ niets had te zeggen. Nota bene zelfs elke geitenfokvereniging moest worden georganiseerd volgens het zgn. ‘Füherprinzip’.
Hoe Von Bodelschwingh daar sprak in de geest van Jezus Christus lijnrecht tegen de Nazi-geest in, zien we de volgende keer.

A.B. Goedhart, Leerbroek