Terug naar Ecclesianet.nl

Klassiek Licht (VIII). Kuypers lezingen over het calvinisme (V)

Actualiteit
Aan het einde van zijn betoog gekomen, komt Kuyper tot de conclusie, dat er ook voor de toekomst veel van het calvinisme verwacht mag worden. Maar het heeft de tijd tegen. Kuyper constateert, dat het moderne leven radicaal heeft gebroken met het Europa van de christelijke traditie. Twee "gronddenkbeelden" geven de toon aan:

- 1) men zoekt zijn uitgangs­punt niet meer in het ideële en in God, maar in het stoffelijke en het lage en

- 2) men loochent Gods soevereini­teit en laat zich afdrijven op "de mystieke stroom van het eindeloos proces." Alleen geld, genot en sociale macht zijn van belang, van een hogere geestdrift is geen spoor meer te herkennen. Men leeft in de tijd envoor het tijdelijke; de eeuwigheid heeft afgedaan. Het valt te vrezen, dat "opnieuw het gezonde democratische beginsel de deur wordt uitgewezen" om plaats te maken voor "de plompe, alles verbijsterende kratistocratie[1]van brutaliteit en geldmacht" (198). Het zwakke moet, zoals Nietzsche - "de heraut van de toekomst voor dit moderne leven" - heeft gesteld, door het sterke verslonden worden.

Ook van de Rooms-katholieke Kerk valt geen heil te verwachten. Het gaat niet aan de ogen te sluiten voor de wezenlijke kracht, die nog altijd schittert in haar verweer tegen atheïsme en pantheïsme, en wij moeten erkennen, dat wij juist inzake de hoofdmomenten van de christelijke belijdenis, die vandaag de dag door het modernisme zo heftig bestreden worden, eens geestes met haar zijn, maar redding voor de toekomst is ook van haar niet te verwach­ten. De rooms-katholieke landen in Zuid-Amerika zijn er èn in financieel èn in sociaal èn in politiek opzicht slecht aan toe en in Zuid-Europa is het niet veel beter gesteld: terwijl het krediet van protestantse staten onaangevoch­ten is, verliezen Spanje, Portugal en Italië gaandeweg meer aan invloed. En wat het pijnlijkst is: ongeloof en revolutionaire gezindheid zijn er de oorzaak van, dat de helft van de bevolking van deze landen nog slechts in naam rooms-katholiek is. Dit geldt ook van Frankrijk, waar de pleitbezor­gers van de religie bij verkiezingen keer op keer een verpletterende nederlaag lijden. Alleen het protestantisme kan uitkomst bieden, maar niet het protestan­tisme in het algemeen, zonder nadere onderscheiding, want dat is "òf een puur negatief begrip zonder inhoud òf een kameleontische naam waar zelfs de loochenaars van de Christus zich mee sieren." Alleen van het calvinisme kan gezegd worden, dat het "in de volle zin des woords een eigen wereld van gedachten voor heel het menselijk leven ontsloten heeft." (209) Er bestaat geen vaster en geen hechter bolwerk dan het calvinisme. Maar zonder Gods bijstand vermogen wij niets. Wij zijn geroepen de God onzer vaderen om de werking van zijn Geest te vragen èn om toe te zien, "dat onze harp, zuiver in haar snaren gespannen, tegen dat de Geest weer ritselen gaat, in het venster van Gods heilig Sion gereed ligt."

Kuypers Stone Lectures zijn niet onweersproken gebleven. Heel scherp is de kritiek van de Duitse theoloog Ernst Troeltsch, een tijdgenoot van hem (1865 - 1923). Deze oordeelde: "Het neocalvinisme is hier op een volstrekt ontoelaatbare wijze in het Geneefse Calvinisme van weleer "hineingedeutet." Het boek is geschreven door een dogmaticus en politicus van professie en als zodanig is het uiterst leerzaam, maar als vrucht van historisch onderzoek is het uiterst dubieus."[2]

Na Kuypers dood zijn er ook door zijn volgelingen gaandeweg meer kritische kanttekeningen bij zijn denkbeelden geplaatst. Men denke bij voorbeeld aan de bundel Groens "Ongeloof en Revolutie" (1949), een reeks artikelen van de hand van H. Smitskamp, H.J. Smit, A.A. van Schelven, J.C.H. de Pater, H. Dooyeweerd, A.M. Donner en Z.W. Sneller. Vandaag de dag is er, naar het zich laat aanzien, van de grote invloed, die ‘Abraham de Geweldige’ decennia lang heeft uitgeoefend, in ons land niet veel meer overgebleven.

Toch is de actualiteit van zijn lezingencyclus onbetwist­baar. De lezer wordt nadrukkelijk gewezen op het feit, dat het christelijk geloof niet maar ‘achter de voordeur’ thuishoort: het heeft betekenis voor héél het leven. Wat dit betekent manifesteert zich in een samenleving als de onze in een nog veel sterker mate dan in Kuypers dagen. Aanhoudend geconfron­teerd met het ‘paganisme’, dat vandaag de dag in alle sectoren van het staatkundig en maatschappelijk leven de toon aangeeft - de hardnekkige pogingen, met name door vooraanstaande politici aangewend om alle sporen van een christelijke identiteit uit onze samenleving te verwijderen spreken boekdelen! - en met de islam, die, strevend naar de wereld­heer­schappij, geen middel ongebruikt laat om zijn doel te bereiken, dienen wij ons meer dan ooit te realiseren, dat wij geroepen zijn om het geloof, waarvoor onze vaderen hun bloed gegeven hebben, in woord en daad uit te dragen. Door Kuypers lezingen­cyclus wordt ons dit nadrukkelijk inge­scherpt. Alleen reeds zijn gedachte van de "soevereini­teit in eigen kring" verdient in onze tijd met zijn heftige aanvallen op wat ons door het voorgeslacht is overgeleverd ons aller aandacht.

De conclusie ligt voor de hand: Kuypers voordrachten over het calvinisme zijn hun plaats in de serie Klassiek Licht ten volle waard, waarom wij ook dit boek hartelijk in de aandacht van onze lezers aanbevelen.

J.G. Barnhoorn, Nunspeet



[1]Dit door Kuyper gebruikte en waarschijnlijk door hem uit het Grieks gevormde woord betekent: de overmacht, het geweld van de sterkste (kratos = sterkte, overmacht, kratein = leiden, regeren).

[2]Die Soziallehren der christlichen Kirchen und Gruppen, S. 607, geciteerd door A.L. Molendijk,Neocalvinistisch cultuur-protestantisme. Abraham Kuypers Stone lectures, in: Documentatieblad voor de Nederlandse Kerkgeschiedenis na 1800, jg. 29, nr. 65, blz. 8.