Terug naar Ecclesianet.nl

Kerkhervorming (n.a.v. Romeinen 10:17)

Dr. J.G. Barnhoorn, Nunspeet

Zo is dan het geloof uit het horen, en het horen door het woord van Christus.(Romeinen 10: 17)

Kenmerkend voor héél het Bijbels getuigenis is de sterke nadruk, die op het horen en, in het verlengde daarvan, op het geloof gelegd wordt: "Hoor Israël, de HERE is onze God; de HERE is één!" (Deut. 6: 4).

"Gesneden koek", zouden wij zeggen. Ja, dat is het lange tijd steeds gewéést. Nadat het Evangelie gedurende een proces van eeuwen meer en meer uitgehold, van zijn inhoud beroofd was, hebben de Hervormers het bij de mensen er weer ingehamerd: "het geloof is uit het horen!" Maar in de eeuw, die achter ons ligt, is, vooral door de komst van de TV, het horen steeds meer verdrongen door het zien, terwijl in de laatste tientallen jaren de papieren van het gevoel heel sterk gestegen zijn: "Ik voel het zo" of: "Ik voel het níet zo". En niet zelden hoort men beweren dat de kerk op deze ontwikkeling moet ‘inspelen’, daar zij anders de aansluiting bij de jongeren mist.

Nu is het ongetwijfeld waar, dat de kerk, wil zij de greep op de mensen niet totaal verliezen, aan de ontwikke­lingen die zich in de maatschappij voordoen, niet voorbij mag gaan. Dit geldt vooral van de kerkdienst. Wanneer wij, zoals helaas al te vaak gebeurt, op zondag doen alsof wij in de zeventien­de of de achttiende eeuw leven, terwijl op maandag, in ons huishouden en in ons bedrijf, het nieuwste snufje op technisch gebied nog niet nieuw genoeg voor ons is, dan maken wij ons volkomen ongeloof­waar­dig. Ook als mensen van de kerk leven wij in de een en twintigste eeuw. En daarnaar dienen wij ons ook te gedragen. Zo niet, dan schieten wij het ons door God gestelde doel voorbij en bereiken wij hen, die wij mòeten bereiken, op geen stukken na. Een geroepen verkondiger van het Evangelie Gods weet zich voor de taak gesteld de gemeente, die hem is toever­trouwd, zo helder mogelijk te vertolken wat God haar te zeggen heeft. Hij dient aanhoudend te zoeken naar een vorm, die de kerkgangers in staat stelt daad-werkelijk antwoord te geven op de boodschap, die hun van Godswege verkondigd wordt. En ouders die hun kinderen de Bijbelse boodschap echt gùnnen (en wat mag men anders van hen verwach­ten?), weten zich hierin één met hem.

Hieraan is echter een ‘maar’ verbonden: de vorm mag nooit ten koste van de ìnhoud van de Boodschap gaan. Een inhoud, waarvoor wij zijn aangewezen op het horen: het geloof wordt gewekt door het horen, niet door het zien, laat staan door het gevoel. Daar hebben wij vaak geweldig veel moeite mee. Wij willen méér dan horen. Wij willen zíen, zoals Gideon en Zacharias, die om een teken vroegen. Wij willen ervaren, tasten, grijpen, zoals Thomas, die, gevangen in zijn ongeloof, geen uitweg meer zag.

Door de Kerkhervorming worden wij bij het belofte-karakter van het Evangelie bepaald. Geloven is: "de ogen sluiten en de oren openen om alleen te letten op de stem van Gods belofte." Of, zoals Luther het zegt: "Wij kunnen niet zien of voelen of wij van dood en zonde verlost zijn. Want ook de heiligen Gods hebben nog veel zonde. Wij moeten het ook niet zien of voelen of weten of kennen, maar alleen hóren en er met het geloof aan hangen en staan op het blote woord Gods."