Terug naar Ecclesianet.nl

Een lied van Zwingli voor de Hervormingsdag

dr. A. Noordegraaf, Ede

De reformator Huldrych Zwingli (1484-1531) staat wat in de schaduw vergeleken met Luther en Calvijn. Heeft het te maken met het feit dat de bond die naar hem genoemd is en in 1948 door de vrijzinnige predikant ds. H. van Lunzen werd opgericht, nog altijd een platform voor vrijzinnige religieuze mensen is, zoals op haar website te lezen valt? De Zwinglibond meent in het gedachtegoed van deze hervormer een vrijzinnige structuur van denken te ontdekken. Terecht is dat beeld in het wetenschappelijk kerkhistorisch onderzoek gecorrigeerd. Het gaat niet aan Zwingli tot geestelijke vader van de vrijzinnigen te maken. Theologen als Dr. G.W. Locher en Dr. G. Oorthuys, beiden bekend in de kring van vrienden van Kohlbrugge, hebben in de vorige eeuw erop gewezen hoe ook voor deze Zwitserse hervormer de prediking van het evangelie zich beweegt binnen de grenzen van wet en genade. Ook voor Zwingli is, zoals Oorthuys ergens opmerkt, Christus het een en al voor de zondaar.

     Minder bekend is dat Zwingli een grote artistieke aanleg bezat en maar liefst twaalf instrumenten verdienstelijk bespeelde. In liturgisch opzicht was hij uiterst sober, zeker vergeleken met Luther, voor wie muziek en zang een vorm van verkondiging waren, maar ook vergeleken met Calvijn met zijn aandacht voor de psalmberijming ten dienste van de eredienst.

     De orgels in de kerken van Zürich, de stad waar hij werkzaam was, werden afgebroken en zelfs het gemeentelijke zingen werd opgeschort. Muziek en zang werden uit de kerk verbannen naar de huiselijke kring. Niettemin worden aan hem drie geestelijke liederen toegeschreven, waaronder het lied Herr nun heb’ den Wagen auf, dat in een vertaling van Jan Wit als Gezang 306 een plaats gekregen heeft in het Liedboek voor de kerken. Ik heb niet de indruk dat het veel gezongen wordt. Wellicht is de niet zo makkelijke ritmische structuur van de melodie die eveneens van Zwingli afkomstig is, daarvan de oorzaak. Te betreuren is het wel, want het behoort voor mijn gevoel tot een van de mooiste te zingen gebeden waarin de Heer van de kerk wordt aangeroepen om zijn kerk te behoeden en te leiden. Het is een lied dat uitermate geschikt is om gezongen wordt rondom de herdenking van de kerkhervorming op 31 oktober. Vandaar dat ik in deze bijdrage graag uw aandacht er voor vraag.

Noodweer
Het lied is ontstaan in de bewogen tijd waarin de protestantse kantons overhoop lagen met de kantons die Rome trouw gebleven waren. In die jaren had Zwingli in Zürich ook te maken met radicale doperse bewegingen die voor veel politieke en sociale onrust zorgden. Vijf kantons (Uri, Schwyz, Unterwalden, Zug en Luzern) sloten zich aaneen om het rooms-katholieke geloof te verdedigen en probeerden Zürich te isoleren. Deze roomse kantons sloten een verbond met koning Ferdinand van Oostenrijk. In 1529 kon de strijd nog worden bezworen en kwam men bij de eerste vrede van Kappel tot een vergelijk. Maar het bleef roerig. Twee jaar later brak de tweede Kappelse oorlog uit. Zwingli begeleidde als veldprediker de troepen van Zürich. Op 11 oktober 1531 sneuvelde hij in de slag bij Kappel.
Tegen de achtergronden van de beroeringen in de twintiger jaren van de zestiende eeuw moet dit lied van hem gelezen worden.
Dat de kerk in nood verkeert, blijkt uit de eerste strofe. In de vertaling luidt deze:

Heer, stuur zelf het schip der kerk,
Sterk is wind en tegenstroom
en dat vindt de vijand schoon,
die spot met U en uw gebod.

De beeldspraak is voor wie thuis is in de Bijbel niet onduidelijk. Het schip van de kerk verkeert in zwaar wind: Storm en tegenwind teisteren haar. Zoals de leerlingen van Jezus met ’s Vaders Zoon aan boord in het noodweer terecht kwamen.

Nu is er een interessant verschil als we de Duitse tekst er naast leggen. Ik citeer de eerste twee regels van strofe 1 van Gezang 792 in het liedboek voor de Evangelisch-gereformeerde kerk van Zwitserland:

Her, nun selbst den Wagen halt,
bald abseits geht sonst die Fahrt…

Hier wordt de kritieke situatie van de kerk vergeleken met een wagen die van een bergweg dreigt af te raken. In een land van bergen en vaak smalle en gevaarlijke bergpaden – zeker in Zwingli’s tijd – een sprekend beeld. Jan Wit heeft het voor kerkgangers in de lage landen naar eigen zeggen ‘naar ’s lands gelegenheid verdietst’. De wagen werd een schip! Maar hoe de storm ook woedt, boven stormen en stromen uit regeert de Here (Psalm 93). Daarom roept de dichter Hem aan om zelf het stuur van het schip der kerk in handen te nemen. Hoe zouden we ooit een veilige haven bereiken als we overgeleverd waren aan menselijke stuurmanswijsheid en kunde. De regering van de kerk door de ambtsdragers is altijd een afgeleide. Ambtsdragers en kerkleiders zijn afhankelijk van Christus’ leiding en bewaring. Wee de kerk, die dat vergeet en het verwacht van wel doortimmerde kerkordelijke regelingen. Hervorming van de kerk betekent voor alles dat we ernst gaan maken met de heerschappij van Christus.

Vijanden
In strofe 2 wordt over vijanden gesproken. Onlangs zei iemand in een gesprek over de tekst van dit lied: “Is het niet gevaarlijk als je zo antithetisch spreekt over de vijand die spot en lacht? Loop je niet gevaar de vijand te lokaliseren buiten de kerk en ongewild een vijandsbeeld op te roepen?” Ik geef toe dat zoiets kan gebeuren. Het gevaar van de vereenzelviging dreigt altijd weer. Dan vergeten we dat onze vijanden niet per definitie Gods vijanden zijn.
     Maar we zullen de woorden over vijandschap moeten lezen tegen de achtergrond van het krijgsrumoer van de reformatietijd. God heeft vijanden en de kerk eveneens. In de tweede strofe is sprake van ‘de wolf die snood in de nacht uw schapen doodt’. Zijn die wolven alleen buiten de kooi te vinden? Zou je niet veeleer ook moeten denken aan de wolven die als dwaalleraars de kudde van Christus binnendringen, zoals Paulus daar in Handelingen 20 over spreekt als hij afscheid neemt van de oudsten van Efeze?

     De kerkhervorming herdenken is meer dan kijken naar het verleden. Zeker, er is de antithese tussen kerk en wereld, tussen binnen en buiten. Maar daarbij mogen we nooit vergeten dat die antithese dwars door ons hart loopt en dwars door de kerken heengaat. Wat is er veel verslapping en teruggang als gevolg van het feit dat de schapen niet gevoed worden in de weide van Gods Woord, maar door allerlei wind van leer alle kanten uit worden gedreven. Wat is er ook veel onduidelijkheid en vaagheid als het gaat om de kern van het Evangelie. Daarmee staat niet alleen het heil van mensen op het spel, maar daarmee is ook de eer van de Here God in het geding. Het gaat om de Naam van God dat we die hooghouden.

De dichter roept dan ook opnieuw Gods hulp in: God, houd zelf uw naam in eer. Je wordt herinnerd aan de bede van de Heiland: “Uw naam worde geheiligd.”

Eenheid
De kerkhervorming van de zestiende eeuw heeft niet geleid tot één evangelische kerk. Het is het grote verwijt van Rome aan het adres van protestanten dat de beweging geleid heeft tot een veelheid van kerken. Kerkscheuringen blijken de eeuwen door een repeterende breuk. We zullen ons dat moeten aantrekken. Ook Zwingli heeft daaronder geleden. In de Duitse tekst is sprake van ‘Bitterkeit’. In de Nederlandse vertaling luidt de derde strofe:

Help dat hoogmoed ons niet scheidt.
Leidt ons naar elkander heen,
maak ons waar en maak ons één;
dan stijgt een lied dat nooit meer zwijgt.

Hoogmoed maakt scheiding. Liefde verbindt. Wie de waarheid van het Evangelie liefheeft, kan om de eenheid niet heen. De kerk is één en katholiek. De hervormers zelf hebben er altijd naar gestreefd de kerk te hervormen en niet tescheuren. Zij hebben zich ingezet ook voor de eenheid onder de verdeelde hervormingsgezinden.
     Wie anno 2010 de kerkhervorming herdenkt, doet er goed aan dit gebed van Zwingli om de eenheid van allen die Christus belijden over te nemen. We kunnen het ons in een tijd van geloofsafval en kerkelijke afkalving niet veroorloven langs elkaar heen te leven. Ook als het gaat om de verhouding tot Rome. Ik word nogal eens verrast door Bijbelse geluiden uit de mond van rooms-katholieke theologen, die meer begrepen hebben van het hart van het reformatorisch belijden dan menig protestantse prediker die zich aan vaagheden te buiten gaat.
    Hoogmoed past ons allerminst. Integendeel, er is veel waar een reformatorisch christen zich voor moet schamen. Maar juist daarom mag onze verwachting zijn van Hem die gebeden heeft om de eenheid van zijn volk. Eenheid in de waarheid, opdat uit aller mond het loflied op Gods daden mag klinken. Het is goed en nodig met Zwingli mee te zingen. Zijn lied is en blijft een actueel getuigenis in de verwarde en gespannen situatie waarin de kerk anno 2010 verkeert.